Bijzonder

Renaults vergeten generatie

By  | 

In september 1981 presenteerde Renault de 9, een sedan van een dikke vier meter met een opvallend rechthoekige vormgeving. Deze auto schopte het tot “Auto van het jaar 1982”. Twee jaar lager volgden de drie- en vijfdeurs Renault 11 die de 14 moest doen vergeten. Hij was voorzien van een derde of vijfde deur met een panoramische achterruit.

We publiceren deze artikeltjes gratis, en willen dat natuurlijk ook blijven doen. Maar u begrijpt dat dat voor ons niet gratis is. Ondersteunt u dit initiatief en waardeert u het? Overweeg dan eens een abonnement op Auto Motor Klassiek. U helpt ons dan niet alleen de gratis initiatieven betaalbaar te houden, maar ontvangt als bonus ook nog eens elke keer een AMK in de bus. En u betaalt nog maar € 3,30 per nummer in plaats van € 4,99. Elke maand goed voor uren leesplezier.

Het front van de Renault 11 was te herkennen aan de dubbele rechthoekige koplampen. Terwijl bij de 9 grote enkelvoudige exemplaren werden toegepast. De Renault 9 (ooit eentje gezien?) kreeg in 1982-1983 het reclame etiket “Het talent”. Nou ja, ergens talent voor hebben garandeert geen succes. Zeker niet als er daarna gevraagd wordt “Waarvoor?” En als er dan geconcludeerd werd dat de Renault 11 het duidelijk beter deed dan de Renault 9  Dan zit je toch wat in de manke vergelijkingshoek als: “Ik had constant ruzie met mijn vrouw. Maar nu gaat het beter. We zitten in een vechtscheiding.” Met turbouitvoeringen probeerde Renault de zaak nog te upgraden en die turbo’s deden het niet eens onverdienstelijk in rally’s.

Ook interessant om te lezen: Renault 11 TSE van Reinder Boonstra: Een prettige Fransman

In de lijn van die generatie zat ook een grote broer: de Renault 21

Die werd gemaakt tussen 1986 en 1995. Dat maken gebeurde niet alleen in Frankrijk, maar later ook in Colombia en Spanje. Die Renault 21 was de opvolger van de ook inmiddels vergeten R18. Hij was bedoeld voor het hogere middenklase segment.

Vanwege geldgebrek om een motor met hoog koppel te ontwikkelen, die compact genoeg was om dwars te worden geïnstalleerd, moest Renault twee slimme oplossingen bedenken voor de Renault 21.  Eén met dwarsgeplaatste motor voor de 1.7 liter benzine en 1.0 versies, 9 liter diesel (“F motoren”), de andere met een in de lengte staande motor voor de 2 liter benzine en 2.1 liter diesel (“de Douvrin motoren”). De bekende 2-liter benzine sinds de Renault 20 TS uit 1977 werd aangeboden in een nieuwe versie met brandstof injectie. De insteek was ‘betrouwbaarheid’. De afwerkingskwaliteit en de kwaliteit van de kunststof onderdelen en slijtvastheid van de bekleding was echter ‘gemiddeld’ om het eens vriendelijk uit te drukken. De wegligging en het brandstofverbruik waren echter prima.

Ook interessant om te lezen: De Renault 21. Je ziet ze nog veel…

In Frankrijk verkochten de Renaults gewoon goed

In die tijd zat Frankrijk in de nadagen van het ooit zo vanzelfsprekende fenomeen dat Fransen Franse auto’s kochten. Het was niet meer een doodzonde om een Duitse auto te kopen en te rijden. Fransen hadden ook opeens de keuze om Japanse auto’s te kopen. En na een initiële voorzichtigheid op dat vlak smaakte dat naar meer.

Al met al zijn er op de thuismarkt aardig wat van die nu bijna vergeten Renaults verkocht

Maar tot op heden zijn er bar weinig mensen die zich om hun lot hebben bekommerd. De reden voor een eventuele liefde zou alleen nostalgie kunnen zijn. Technisch en historisch waren de Renaults geen modellen van historische waarde. Maar nostalgie is toch een prima reden om zo’n Fransoos te willen hebben, knuffelen en koesteren? Het gebeurt bijna niet. In Frankrijk zie je deze auto’s nog steeds in het verkeer. Aan hun uiterlijk en inzittenden zie je dat ze bezig zijn aan hun laatste ritten.

Het eind is nabij

Het uiterlijk van de meeste overlevenden is Frans doorleefd met veel kleine schades en een laklaag die het woord ‘patina’ echt niet verdient. De bestuurders en/of inzittenden zijn doorgaans herkenbaar als lieden uit de laagste sociale klassen die zich een auto kunnen veroorloven. Denk aan het Franse equivalent van de familie Flodder. Toch jammer. De persfoto’s uit ons archief getuigen van betere tijden.

Natuurlijk zijn er ook nog fraaie exemplaren. Maar zijn ook slecht verkoopbaar. Koop dus bij interesse een perfect exemplaar voor een bodemprijs. En geniet van het oude Frankrijk.

De Turbo en rally versies zijn wel redelijk gewild in Frankrijk. We vonden ‘ons’ exemplaar bij AutoMeca is het Franse Signes. Dat bedrijf verhuurt klassieke rallyauto’s. Maar nu even niet.

Ook interessant om te lezen:

 

 

Nu in de winkel, het julinummer

BMW 318i, Fiat 500 Abarth, Chevrolet Fleetmaster

Auto Motor Klassiek van juli ligt nu in de winkel. Dus snel naar de boekwinkel voor een nieuw nummer. Voor maar 4,99 een garantie voor zeker een paar uur leesplezier.

Lekker zomers prijkt op de omslag de BMW 318i cabriolet van Femko de Jong. Hij bracht de auto tot in perfectie. U leest er alles over in nummer 7.

Erg interessant vinden we zelf de ombouw van een Chevrolet Fleetmaster naar een custom. Dat is niet zomaar klakkeloos gedaan. Het was een echt ingrijpend project. Zelfs de klompen van de eigenaar moesten eraan geloven. Ook de restauratie van de Fiat 500 waarvan in dit nummer een verslag, zou je onder de noemer custom kunnen scharen. De auto was in erbarmelijke toestand, dus een intensieve restauratie volgde. Eigenaar Henrique Linde gaf er meteen een eigen 'Abarth'-draai aan. Wij vonden het resultaat meer dan geslaagd. Hendri Kampherbeek heeft zijn hart gegeven aan Peugeot. Zelfs wanneer deze voor de tweede keer onder handen moet worden genomen. Zijn Peugeot 405 mi16 kocht hij met een kapotte motor en na de restauratie was het weer bijna mis.

Natuurlijk worden alle auto- en motorverhalen weer voorafgegaan aan tientallen pagina's met korte berichten, vanaf praktische tips tot en met historie, klassiekers die we onderweg tegenkwamen en diverse columns waar het hebben van een klassieker, het sleutelen aan een klassieker en zelfs het hobbymatig handelen van klassiekers centraal staat. Bovendien natuurlijk ook rond de veertig pagina’s met klassiekers te koop, die soms online niet eens aangeboden worden. Het perfecte leesvoer. Haal hem daarom snel in huis en neem alvast een abonnement, zodat u de volgende editie niet mist.

En verder ook nog:

  • Aprilia Moto 6.5 restauratie
  • Honda CB 550
  • Mercedes-Benz 600 Pullman
  • Herinnering aan Stirling Moss
  • Beleef de bevrijding deel 2

Meer over wat er in deze editie allemaal staat ziet u op onze pagina deze maand.

 

Dolf Peeters, automotive journalist, tekstschrijver, vertaler, lid van de Heeren van Arnhem

10 Comments

  1. Henk

    26 april, 2020 at 22:25

    De Renault 9 is wel een belangrijke auto, luidde een nieuw tijdperk in: grotendeels verzinkt, waardoor het roestspook eindelijk was verjaagd. Daarnaast is de R9 ook nog eens erg ruim van binnen mede door de speciale voorstoelen die op dichtbij elkaar liggende rails was gemonteerd waardoor er veel beenruimte voor de achterpassagiers is (voeten onder de voorstoelen zetten). Ook andere noviteiten als elektronische ontsteking en modern dashboard deden hun intrede op deze auto van het jaar. De R11 deed daar nog een paar scheppen bovenop, vooral met de Electronic uitvoering: digitaal dashboard (jawel in 1983!), dikke Philips stereo installatie met apart display en bediening aan het stuur (zeer innovatief toen, nu gemeengoed) en de futuristische computerstem die bepaalde waarschuwingen doorgaf (lichten aan, deur open, lampje defect, gordel los etc). De Renault 21 is gewoon een fantastische (reis-)wagen: supercomfortabel, uitstekende wegligging en betrouwbaar. Als Neveda (stationcar) uitermate ruim, zelfs met tweede achterbank verkrijgbaar, en als Turbo helemaal niet te versmaden!

    • Pascal

      27 april, 2020 at 09:04

      Hoe het d R9 in Nederland vergaan is durf ik niet te zeggen, maar de R11 deed het hier toch goed..en grote broer R21 helemaal, vond het ook mooie auto’s om te zien.
      De Douvrin blokken lagen ook in de instapper/ carb Citroën CX (RE en TRS); prima motoren, maar geen zuinigheidsmonsters…

    • Dolf Peeters

      27 april, 2020 at 10:03

      Zo zie je maar weer hoe goede auto’s toch ondergewaardeerd kunnen zijn. Maar alles komt op zijn tijd. Mijn Lief reed al BX toen die dingen weggegooid werden als de asbak vol was. Nu, vijf BXsen verder beginnen die hydrauliques toch de credits te krijgen die ze verdienen

    • Dolf Peeters

      27 april, 2020 at 10:16

      We houden dit onder ons. Anders worden ze onbetaalbaar!

  2. Barry Kamp

    26 april, 2020 at 20:03

    Deze generatie mag mijns inziens vergeten blijven.Zag die auto’s al niet staan toen ze nieuw waren. Niet alles wordt mooier naarmate het ouder wordt.
    Maar ga svp door met schrijven.

    • Dolf Peeters

      27 april, 2020 at 10:11

      Smaken verschillen nu eenmaal. Misschien wordt niet alles mooier met de tijd. Maar nostalgie is goede make up. En qua ouder & mooier worden heb ik me wel eens afgevraagd wat een knappe ouder dame Patricia Paaij geweest zou zijn als de niet gerestaureerd zou zijn.

  3. Jinny

    26 april, 2020 at 18:45

    De negen was zeker geen slechte wagen, ik heb er ooit een voor mijn moeder gekocht…

    • Pascal

      27 april, 2020 at 09:05

      Hoe het d R9 in Nederland vergaan is durf ik niet te zeggen, maar de R11 deed het hier toch goed..en grote broer R21 helemaal, vond het ook mooie auto’s om te zien.
      De Douvrin blokken lagen ook in de instapper/ carb Citroën CX (RE en TRS); prima motoren, maar geen zuinigheidsmonsters…

    • Dolf Peeters

      27 april, 2020 at 10:13

      Hoe dan ook 500 bonuspunten voor het geven van zo’n kadootje. Ik wou dat ik een moeder met zo’n dochter was. Kan ik je niet adopteren?

    • Dolf Peeters

      27 april, 2020 at 10:15

      Sowieso 500 bonuspunten voor zo’n kadootje. Ik wou dat ik een moeder met zo’n dochter was. Kan ik je niet adopteren?

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *