Artikelen

Best leuk: de Renault 18

By  | 

Dat deed Renault best slim: het modellenaanbod had altijd de mogelijkheid om binnen het merk een stap omhoog te doen. Om door te groeien. En dat de type aanduidingen daar niet even duidelijk in waren? Zo sloot in 1979 de nieuwe Renault 18 naadloos aan onder de R16 en boven de R12.

We publiceren deze artikeltjes gratis, en willen dat natuurlijk ook blijven doen. Maar u begrijpt dat dat voor ons niet gratis is. Ondersteunt u dit initiatief en waardeert u het? Overweeg dan eens een abonnement op Auto Motor Klassiek. U helpt ons dan niet alleen de gratis initiatieven betaalbaar te houden, maar ontvangt als bonus ook nog eens elke keer een AMK in de bus. En u betaalt nog maar € 3,30 per nummer in plaats van € 4,99. Elke maand goed voor uren leesplezier.

Nieuw: de R18

Die R18 serie bestond bij introductie dan weer uit een TL, GTL, TS en GTS uitvoering. Later kwam daar de Turbo bij. De ‘G’ staat voor de accessoire uitrusting, De L, respectievelijk TS betekende dat de auto de 1397 cc motor had die ook in de R5 Alpine (en de Volvo 343) stak of de 1647 cc motor zoals in de R16 TL automaat, de 17TS en de R20TL.

De R18 komt nog steeds op de meeste mensen over als een mooie, beschaafde auto. Er zijn mensen die vinden dat de achterkant iets BMW-achtigs heeft. Dat Renault klassieke chromen bumpers in plaats van schildbumpers gebruikt werd indertijd al wat vreemd gevonden.

Het interieur valt op door de zorgvuldige afwerking

Je zit prima in zo’n R18. De zittingen van de voorstoelen zijn aan de korte kant, maar de zijdelingse steun is prima. Het vrij grote stuurwiel ligt goed in de hand. En dat is goed want de reacties van de voorwielaandrijving op het stuur zijn best stevig. Het dasboard is overzichtelijk en zakelijk. De opstelling van de diverse bedieningsorganen is goed. Het zicht naar achteren is minder. De beenruimte achter is goed maar de hoofdruimte is daar wat te gering voor grote mensen. De kofferruimte is groot en praktisch.

Het weggedrag van de R18 is klassiek Frans

De auto was soepel, om niet te zeggen week geveerd en gedempt. Mensen die gevoelig waren voor wagenziekte hadden er een slechte aan. Die weke afstemming resulteerde ook in een minder goed stuurgedrag. In tests uit die tijd kwam eigenlijk naar voren dat stuggere dempers een veel betere auto van de R18 maakten. Een heel kritische geest noemde daarna als enig verder nadeel van de Renault dat hij voorwiel- in plaats van achterwiel aandrijving had.

Want hoewel de ‘ergste’ eigenschappen van de vroege voorwielaandrijvers inmiddels waren ‘weg geconstrueerd, was het rijgedrag nog bij lange na niet op het niveau dat wij nu gewend zijn. Ook de bekrachtiging van de remmen (voor schijven, achter trommels, werd als te sterk gezien. Maar op autosnelwegen deed de Renault het prima.

Een conclusie uit 1979

De Renault 18 is in de GTS uitvoering met zijn 79 pk 1.65 liter motor een lekker pittige auto. De binnenruimte is prima. De prestaties zijn hoogst aanvaardbaar. In het interieur is de auto prettig stil en binnen bepaalde snelheidsgebieden is hij lekker zuinig. Jammer dat de vering en demping zo week en zacht zijn en dat de voorwielaandrijving zich zo duidelijk kenbaar maakt in het stuur en een duidelijk negatief stempel drukt op het weggedrag. Oh ja: De hele Renault 18 serie werd gezien als ‘tamelijk aantrekkelijk geprijsd’.

Vind er nog maar eens eentje

Om een Renault 18 te vinden moet je in Frankrijk zijn. Daar zijn er nog het meest. Maar bij vlagen is er ook aanbod in ons land. Denk daarbij aan bedragen tussen de 1.500-300 euro. De duurste R18 die we vonden stond in Frankrijk te koop  voor 6.000 euro. We denken dat hij nog wel even blijft staan.

 

Nu in de winkel, het julinummer

BMW 318i, Fiat 500 Abarth, Chevrolet Fleetmaster

Auto Motor Klassiek van juli ligt nu in de winkel. Dus snel naar de boekwinkel voor een nieuw nummer. Voor maar 4,99 een garantie voor zeker een paar uur leesplezier.

Lekker zomers prijkt op de omslag de BMW 318i cabriolet van Femko de Jong. Hij bracht de auto tot in perfectie. U leest er alles over in nummer 7.

Erg interessant vinden we zelf de ombouw van een Chevrolet Fleetmaster naar een custom. Dat is niet zomaar klakkeloos gedaan. Het was een echt ingrijpend project. Zelfs de klompen van de eigenaar moesten eraan geloven. Ook de restauratie van de Fiat 500 waarvan in dit nummer een verslag, zou je onder de noemer custom kunnen scharen. De auto was in erbarmelijke toestand, dus een intensieve restauratie volgde. Eigenaar Henrique Linde gaf er meteen een eigen 'Abarth'-draai aan. Wij vonden het resultaat meer dan geslaagd. Hendri Kampherbeek heeft zijn hart gegeven aan Peugeot. Zelfs wanneer deze voor de tweede keer onder handen moet worden genomen. Zijn Peugeot 405 mi16 kocht hij met een kapotte motor en na de restauratie was het weer bijna mis.

Natuurlijk worden alle auto- en motorverhalen weer voorafgegaan aan tientallen pagina's met korte berichten, vanaf praktische tips tot en met historie, klassiekers die we onderweg tegenkwamen en diverse columns waar het hebben van een klassieker, het sleutelen aan een klassieker en zelfs het hobbymatig handelen van klassiekers centraal staat. Bovendien natuurlijk ook rond de veertig pagina’s met klassiekers te koop, die soms online niet eens aangeboden worden. Het perfecte leesvoer. Haal hem daarom snel in huis en neem alvast een abonnement, zodat u de volgende editie niet mist.

En verder ook nog:

  • Aprilia Moto 6.5 restauratie
  • Honda CB 550
  • Mercedes-Benz 600 Pullman
  • Herinnering aan Stirling Moss
  • Beleef de bevrijding deel 2

Meer over wat er in deze editie allemaal staat ziet u op onze pagina deze maand.

 

Dolf Peeters, automotive journalist, tekstschrijver, vertaler, lid van de Heeren van Arnhem

7 Comments

  1. Henk

    26 april, 2020 at 22:31

    Uitstekende wagens. De TS heeft ook de 1647cc motor (vandaar de ‘S’).

  2. Baetens

    19 augustus, 2018 at 10:20

    Na een R12 en een R14 kocht mijn vader een R18 turbodiesel. Daarna een R21. Behalve de 14 allemaal sterke auto’s die probleemloos veel kilometers haalden.

  3. Jan Admiraal

    16 augustus, 2018 at 14:17

    Na een bordeaux-rode Renault 14 ruilde ik deze samen met de blauwe R 12 TS van mijn overleden vader in en kocht een met.blauwe R18 TL. Deze werd toen voorzien van een LPG onderbouw tank, een noviteit toen, alleen de tank had wel iets groter gemogen. Na de TL kwam de felbegeerde met.grijze GTS break in mijn bezit, prachtige wagen, helaas werd deze bij de 11-stedentocht door een Kadett total gereden, de stoelbouten waren zelfs afgeknapt… wilde weer een GTS, dit werd een prachtige donkerblauwe, heb hier veel plezier aan gehad, veel km gemaakt en daarna kwam de Nevada….

  4. Maurice Hünen

    16 augustus, 2018 at 10:10

    Vrienden waarmee ik zowat opgegroeid ben van kinds af aan hadden een sleetse R18 cadeau gehad van een aanstaande schoonvader. De achterruit moest met duct tape in de achterklep gehouden worden omdat de bruine pest het staal rondom het glas had opgevreten. Verder ging het wel. Het motortje liep als een zonnetje maar was nadrukkelijk aanwezig op de autoweg. Mijn ervaringen met andere ‘dempprojecten’ zorgde ervoor dat ik de motorruimte netjes beklede met glaswol. Fikt niet en dempt geluid heel goed. De auto was stukken stiller geworden. De heen en terugreis naar Griekenland zou hij vol verve en zonder enige kleindte storing volbrengen. Hij mocht met recht de
    R(obuust)18 genoemd worden!!

  5. Besselink

    15 augustus, 2018 at 22:17

    Rijles in gehad
    Fijne auto maar wat een k** stoelen

  6. Cor van Loenen

    15 augustus, 2018 at 21:17

    Leuk artikel. 1997 moet denk ik 1979 zijn. R18 diende als basis voor de Fuego.

  7. Pascal

    15 augustus, 2018 at 15:25

    Wij hadden als gezinsauto een R18 station in een ver verleden.
    Op LPG liep hij zo stil, dat mijn vader wel eens dacht dat de motor stilgevallen was als hij stationair draaide voor een verkeerslicht en dus de sleutel omdraaide om ‘te starten’.
    Dat vond de startmotor niet fijn…

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *