Bijzonder

Citroën GS Birotor. Wankel wonderkind

By  | 

Zelden flopte een auto zo vooruitstrevend de vergetelheid in.

Misschien wel een van de meest bijzondere Citroëns sinds tijden, toch weet vrijwel niemand meer van zijn bestaan. Net Dries Roelvink dus, behalve dat bijzondere. En deze voiture was nooit leverbaar in zwembroekgeel, Dieu merci. Bruin metallic of beige, meer keuzes waren er niet voor de ruim 600 Citrofielen die er tussen 1973 en 1975 een bestelden. Er werden er meer gebouwd, zo’n 850 naar verluidt, maar het liep geen storm bij de dealer. Wel voor de gewone GS, die sympathieke middenklasser verkocht prima. De belangrijkste kritiek op deze populaire Citroën betrof evenwel de motorisering: doorgewinterde journalisten en klanten met haast of kapsones vonden de GS ondergemotoriseerd. Citroën kwam met een wankele oplossing.

Veelbelovend

Uit een samenwerking van Citroën met NSU ontstond Comotor. Eerder experimenteerde Citroën al met een wankelmotor in de M35, een op de Ami lijkende coupé. Vanuit deze Projecten F en G ging de Franse autobouwer de samenwerking aan met de ervaren Duitse wankeltechneuten en bouwde een motorenfabriek in Sarre. Comotor ontwikkelde hier vervolgens een twee-schijfs wankelmotor met een inhoud van omgerekend een kleine 2 liter en een vermogen van 107 pk, bij 6250 rpm. Het tekort aan vermogen van de Citroën GS was hiermee wel opgelost, de problemen niet. Die begonnen pas. Het geesteskind van Felix Wankel was veelbelovend: relatief veel vermogen bij een compacte bouw en een laag gewicht, minder draaiende onderdelen en een trillingsarme loop waren ontegenzeggelijk goede eigenschappen. Er kleefden hier en daar echter wat nadelen aan dit bijzondere motorprincipe: het was (nog) niet erg betrouwbaar, onzuinig, had een hoge uitstoot en verbruikte bovendien liters olie. Opvallend genoeg vooral symptomen die wijzen op de noodzakelijke revisie van een afgeleefd blok, maar deze krachtcentrale was nieuw…

Duur

Het riante olieverbruik van een liter op duizend kilometer was nog tot daaraan toe. Dat had ook een voordeel: olie verversen was niet nodig. Op het dashboard van de Birotor zat een speciale knop om de hoeveelheid olie in het blok te kunnen checken. Bijvullen volstond. Net als de brandstof, maar helaas moest ook dat in grote hoeveelheden. Op zich al een nadeel, maar ten tijde van de introductie van de Birotor brak de beruchte oliecrisis uit en was een auto met een hoog verbruik met goed fatsoen niet meer te verantwoorden. Precies, net als het oeuvre van Dries. Maar een veel groter minpunt van de Birotor was zijn prijs. Een Citroën GS Birotor kostte nieuw destijds ongeveer hetzelfde als een redelijk kale, maar goddelijke DS 20. Dat betekende een meerprijs van zo’n 10.000 gulden ten opzichte van de duurste Citroën GS, de Pallas. Geen kattenpis. Wat betreft het aspect van de vooruitstrevende techniek was zijn forse prijs nog te verantwoorden geweest, maar het grootste nadeel was zijn verschijning: daarmee ontsteeg hij nog steeds de middenklasse niet. Zo’n zelfde Citroën GS had de overbuurman ook, maar dan veel goedkoper, schamperde hij.

Anders

Dat mocht ‘ie willen. De Birotor was redelijk duidelijk van een normale Citroën GS te onderscheiden. Het meest herkenbare waren de verbrede spatborden en de bredere stalen velgen met verchroomde naafdoppen. Nog steeds vele malen cooler dan alle 22 inch kermis-jojo’s van nu. Onderhuids waren er veel meer aanpassingen; onder andere aan de subframes, uitlaat, bodem en binnenschermen, maar dat zag de buurman niet. Als ‘ie goed oplette zag hij wel een gewijzigd dashboard met een keur aan ronde klokken en een andere middenconsole, voorstoelen met vaste hoofdsteunen en goudkleurige chevrons in de grill. Zijn onverschillige eega vielen hooguit de GS Birotor badges op, dat er andere sierstrips op de flanken zaten en de dorpels waren voorzien van aluminium lijsten interesseerde haar werkelijk geen flûte.

Enthousiast

De pers daarentegen was bijzonder enthousiast over de GS Birotor. Alom werden zijn prestaties en rijeigenschappen geroemd, nu die slome GS veel meer oempf onder de motorkap huisvestte. Zij zagen er meer een nieuw model in GS-verpakking in dan een GS met een zwaardere motor. Het publiek niet, en dat betekende al heel snel zijn ondergang. Men was domweg niet bereid zoveel geld te betalen voor een GS. De birotor had waarschijnlijk veel meer kans van slagen gehad als deze was toegepast in de toen nieuwe CX. Nu vervaagde de bijzondere techniek in een te fletse verpakking. Vrijwel niemand was bereid voortdurend uit te leggen dat zijn bruine burgerbak in feite een intelligent gebouwde sleeper was. Het werd een fiasco.

Vernietigd

Citroën deed er na deze wrange conclusie alles aan om dit avontuur onmiddellijk te doen vergeten. Vooral omdat de eigenzinnige autobouwers niet tot in lengte van dagen verantwoordelijk wilden zijn voor kostbaar onderhoud en onderdelen van het wankele wonderkind. Alle niet verkochte exemplaar werden meteen vernietigd en de bestaande eigenaren werd een riant inruilvoorstel gedaan. Vervolgens werden deze ingeruilde exemplaren permanent onklaar gemaakt door een gat in het motorhuis te slaan. Iets minder minutieus en vooruitstrevend dan de wijze waarop de techniek tot stand was gekomen, maar het werkte feilloos. De schatting is dat er toch nog zo’n 250 exemplaren aan die slachting ontkomen zijn. Het merendeel daarvan bevindt zich in het thuisland, maar ook in ons land zouden er nog een stuk of tien van deze bijzondere GS-en bekend zijn. Toevallig ook weer net zoveel als alle nog in omloop zijnde Roelvink-albums.

3 Comments

  1. E.D.Meeter

    20 november, 2017 at 22:22

    Leuk artikel. Zeker omdat ik sinds ruim 1 jaar de bezitter ben van een rijdende Birotor. De schatting is dat er in de hele wereld misschien 17 rijdende exemplaren over zijn. Deze zomer heb ik een meeting geroganiseerd waar 4 rijdende en 1 erg nette Birotor aanwezig waren.
    https://www.citroen-forum.nl/forums/viewthread/231873

  2. Alex

    20 november, 2017 at 21:03

    Van Rootselaar had heel veel expertise op Wankel vlak en meen ik het prototype in zijn garage staan. Daarnaast een Nsu ro80 en Van Veen motorfietsen .

  3. Dolf Peeters

    20 november, 2017 at 16:54

    Er staat een totaal gerenoveerd exemplaar in de buurt van Ulft en het verhaal gaat dat er eentje is afgefikt toen hij op een droog veld door zijn knieen ging. Wankel uitlaten worden heel erg heet!

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

X
X