Bijzonder

Moto Guzzi zelfbouw, Jan’s Guzzi

By  | 

De Koning Zelfbouwdagen van Motoport Hengelo hebben een oude traditie weer in ere hersteld: Het maken van je eigen motor is een feestje. Vroeger was dat feestje wat makkelijker te vieren omdat de RDW toen nog rondwoelde in schemergebieden en omdat ambachtelijk vakmanschap nog niet zo schaars was als dat het nu is geworden. Qua moderne zelfwerkzaamheid hoorden we onlangs van een BMW K1600 eigenaar dat hij zelfs de bandenspanning van zijn zescilinder bij de dealer liet controleren. Maar Moto Guzzi-liefhebber Jan Keijzer is het tegengestelde. Hij is genetisch technicus en paste zijn Moto Guzzi naar eigen smaak. Niet alleen uiterlijk, maar vooral ook technisch. Moto Guzzi zelfbouw.

Maar er wordt nog steeds zelfgebouwd

En de resultaten van dat werk variëren van vertederend tot enorm indrukwekkend. En tegenwoordig is het zelfs zo dat er nog maar weinig eigenbouw motorfietsen rondrijden op kentekens die gewoon uit de losse handel komen. Dat is wel een goede zaak. Want hoewel er nog best wat administratieve ruimte is, kan een verzekeraar na een ongeval (afkloppen!) enorm moeilijk gaan doen als een kenteken een te losse relatie met zijn drager heeft. Weer aan de pluskant: een optisch deugdelijke en nette indruk voorkomt veel vragen en twijfels.

 

De Ural/Dnepr/BMW/DAF/Honda constructie op de foto zou nu wel erg riskant zijn op zijn BMW R65 kenteken. Alleen de voorvork en het voorwiel kwamen uit de BMW voorraden. Maar wat altijd indrukwekkend is, dat is het aantal uren dat er in de betreffende projecten is gestoken. Het maken van de dit jaar ‘klassiek’ geworden Motor Guzzi van Jan Keijzer begon in… 2003 met een Guzzi met serieuze brandschade. En op tweede kerstdag 2019 maakte hij zijn maiden trip. Het resultaat van alle werk is het bewijs dat je met een goede voorbereiding en weten waar je mee bezig bent tot een resultaat kunt komen waar de fabriek trots op geweest zou zijn.

Ook interessant: Restauratieproject kopen, papieren en eisen RDW keuring


Moto Guzzi zelfbouw

Als Guzzi liefhebber en genetisch technicus had Jan al eerder motorfietsen aangepakt. Guzzi’s naar eigen smaak veranderd. Maar het idee om de koppen eens om te draaien speelde al langer door zijn hoofd. De uitlaatkanalen aan de ‘achterkant’ van de kop, de inlaat aan de voorkant. De aanpak zag hij in klassieke zijspanraces en de reden daarachter was duidelijk: Verbrandingsmotoren werken nu eenmaal het best als de inlaatlucht zo koel mogelijk is. En bij wedstrijd zijspancombinaties met, met name boxermotoren (BMW!), was de inademende kant tussen de ‘motorfiets’ en het derde wiel erg ongunstig qua temperatuur van de van daar te verstoken lucht.

Koele lucht is beter

Dat de koele inlaatkant aan de voorkant van de motor komt te liggen is dan een voordeel. Maar natuurlijk heeft dat volgens de Heilige Nummer 14 ook zijn nadeel, net zoals elk voordeel dat ‘hep’. Op snelheid kan er een soort van drukvulling ontstaan door de naar binnen blazende rijwind en die overdruk kan ook heel raar op je mengselvorming gaan werken in verband met drukverschillen in de vlotterbak. Op die manier kan je mengselvoorziening serieus in de war raken.

Voor de rest is het natuurlijk een zaak van de nokken op de nokkenas te ‘spiegelen’ zodat de juiste kleppen op de goede momenten open gaan. En dat maken van de nieuwe nokkenas is, buiten het spuitwerk dat door Jan’s kameraad Theo Terwel uit Vorden werd gedaan toen die bezig was met een Ducati Mike Hailwood Replica. Het Ducati correcte groen is overigens identiek aan een Toyota kleur uit de jaren zeventig.

De nokkenas moest gespiegeld worden

De Britten reageerden eerst niet op mails met vragen omdat ze alleen op vragen ingingen waar ze op ingaan. Zoiets. Nadat Jan uiteindelijk zijn geloofsbrieven had overhandigd namen de Britten zijn vraag serieus. En ze konden hem helpen. Het was duidelijk niet voor een Ali Xpress prijsje, maar Brits vakmanschap heeft nu eenmaal zijn prijs.

Okay, de hele Guzzi is stevig aangepakt

Maar in principe is Jan bij zijn Moto Guzzi zelfbouw heel erg merktrouw gebleven wat de gebruikte onderdelen betreft. Om het brede achterwiel de ruimte te geven moest er in de hele aandrijflijn vanaf het blok ruimte komen. Het blok hangt nu drie centimeter uit het midden en als de achtervelg nog twee laklagen extra had gekregen, dan had de cardan het wiel geraakt. En dat was dan het grote werk.

Oh ja: het achterframe is ook veranderd om het door Startwin gemaakte uitlaatsysteem de ruimte te geven. Verder zit er rondom LED verlichting. En omdat richtingaanwijzers niet klein genoeg kunnen zijn is Jan daar voor hoogst modern gegaan. Verder is het aantal technische en detailoplossingen goed voor een zoekplaatje of een quiz. Maar het idee om uit de vrije hand een unieke klassieker te bouwen? Dat was de richtlijn.

Na opbouw van het geheel mocht de Guzzi nog een keer aan de computer. Het diagnoseschermpje meldde alleen dat de gasklepbediening 180 graden gedraaid werkte. Dat was een kwestie van een paar stekkertjes omzetten.

De Guzzi startte bij de eerste poging en de mengselvoorziening bleek al bijna in orde. Bij zijn eerste reis bleek hij alleen nog wat te rijk te staan in het middengebied. En de luchtfilters krijgen waarschijnlijk nog ‘nosecones’ om hinderlijk inwaaien te voorkomen.

Maar of we ooit kleinere richtingaanwijzers op een motor hebben gezien?
En de sleutelhanger? Dat is een penning voor de botsautootjes op de kermis.

Hoe dan ook: voor Jan en zijn klassieke Guzzi lijkt 2020 een prima jaar te worden!

Ook interessant: De Moto Guzzi van Jan: Klassiek of niet?

suggestiebanner

Ook leuk om te lezen…

Nu in de winkel

Auto Motor Klassiek van februari ligt nu in de winkel met deze maand een uitgebreid artikel over de Taunus 12M P4 van Fokke Jansma uit Wijnjewoude. Een opmerkelijk goed geconserveerde klassieker, die een bijzondere ontwerpgeschiedenis heeft. We mochten ook rijden in een tot in het kleinste detail perfecte Triumph 2000 Roadster. Hoe dat aanvoelt? U leest het in het februarinummer. Mocht u ooit van plan zijn een Opel Senator aan te schaffen, dan is het goed dat u dit nummer in huis heeft, want Aart van der Haagen doet uitgebreid uit de doeken, waar u dan rekening mee moet houden. Het een en ander aan aankooptips vindt u ook bij het artikel over de Citroën Dyane. Een auto die we troffen met zijn eigenaar op een terras tijdens een werkoverleg.

En verder:

De restauratie van een Nimbus Model C en een Norton M50. Waarom er zo weinig Opels over zijn? Dat leest u ook in dit nummer. De liefhebberij van een in Spanje wonende Nederlander, die ook geldt als dé specialist voor de Fiat 130. En ook in dit nummer; bijna dertig pagina’s korte berichten, verslagen, praktische tips, columns en korte typebeschrijvingen. Bovendien natuurlijk ook meer dan veertig pagina’s met klassiekers te koop, die soms online niet verder aangeboden worden.
ABONNEER NU EN MIS HET VOLGENDE NUMMER NIET MEER

Dolf Peeters

Dolf Peeters, automotive journalist, tekstschrijver, vertaler, lid van de Heeren van Arnhem

1 Comment

  1. Jan

    31 december, 2019 at 22:35

    Mooi verhaal Dolf!

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *