Bijzonder

Opel Super Six

By  | 

Een luxe automobiel met een motor uit een vrachtwagentje? De Opel Super Six werd tussen 1937-1938 gemaakt en hij had het goedmoedige 2,5 liter zescilinderblok dat ook zijn werk deed in de Opel Blitz. Wanneer je met een Opel Super six of een van zijn gerenommeerde tijdgenoten onderweg bent, dan reis je in je eigen onthaastingsbubbel, in je eigen tijdmachine. Je beziet de wereld in een milder licht. Op secundaire wegen is zo’n automobiel nog zeker geen rijdende blokkade.

Het ‘Super’ stond voor het feit dat het om een kopklepper ging. De gewone Opel Super Six had een tweeliter zijklepper. In 1937 werd de Super 6 samen met de Opel Admiral voorgesteld aan het publiek. En de ruitenwissers werden bediend door een mechanische aandrijving via de nokkenas. En alleen de voor export bedoelde Opels hadden zonnekleppen. Mooi toch?

 

Opel: een oud merk

De geschiedenis van Opel als autofabrikant begint in 1898, met de overname van Lutzmann. Opel werd één van de toonaangevende producenten, wat ook General Motors niet was ontgaan. In 1929 kocht GM 80% van de Opel-aandelen, en in 1931 werd de overblijvende 20% over genomen.

Na de overname door GM worden Amerikaanse invloeden direct merkbaar, zoals in de Regent, met een sterk Amerikaans uiterlijk en een zes of achtcilinder motor. In 1935 wordt de meer op Europese maat geschoeide Olympia gepresenteerd. Er worden dat jaar meer dan 100.000 auto’s geproduceerd. In 1936 wordt de Kadett gepresenteerd. In 1938 verschijnt de Kapitän.


Na de oorlog vond Opel het voor de export overigens marketingtechnisch onhandig om de militaire rangen en standen nadrukkelijk in het programma te houden. De Kapitän werd dus weer even Super Six… En voor die naoorlogse ‘nieuwe’ Super Six modellen is er een IG, een Interessengemeinschaft.

Terug naar de Opel Super Six

Die was er met twee deuren, vier deuren of als cabriolet. En met 55 pk waren die auto’s uit het hoge marktsegment best vlot: ze gingen in 12 seconden van 0 naar 70 km/u. Een kruissnelheid 112 km/u op de kakelvers gelegde Autobahn was al even indrukwekkend als de topsnelheid van 120+ km/u. En al die razende snelheden waren nog eens veilig ook: de Opel Super Six had stabilisatorstangen, hydraulisch bediende trommelremmen en hydraulische schokdempers. Deze grote Opels waren, zeker als cabriolets, echte ‘Reisewagen’ voor de hogere standen en incidentele beroemdheden. En… als ‘Stafwagen’ voor legerofficieren dus

Inclusief de tweeliter zijkleppers en de 2,5 liter kopkleppers zijn er tussen 1934 en 1938 ongeveer 97.000 gemaakt, waarvan ongeveer de helft cabrio’s waren. Zo’n 4.000 exemplaren moesten in militaire dienst als vervoer voor hogere officieren.

Toch is deze Opel Super Six intussen weinig te vinden op de markt. Daar zal hun leeftijd ook mee te maken hebben. Rijdende exemplaren zijn nu immers krasse tachtigplussers. Grappig genoeg vonden we tijdens wat omzwervingen op het internet nog wel redelijk wat gebruikte onderdelen. En die waren niet eens duur. Daarbij is zo’n Opel een echte Opel in zijn eenvoud en degelijkheid. Het werken eraan, of het restaureren ervan hoeft dus niet rampzalig te zijn.

Dit soort automobielen is natuurlijk een doorn in het oog voor strakke groendenkers. Het valt dan ook te verwachten dat er aan het gebruik van dit soort klassiekers beperkingen gesteld gaan worden. Iets in de zin van de ouderwetse 30 dagen kaart misschien? Dan kan Schiphol tenminste ongebreideld blijven groeien.

Geen daily drivers meer

De interesse in vooroorlogse auto’s (en motoren) groeit. De nostalgie. De eenvoud. Dat spreekt mensen blijkbaar aan. De eigenaars van dit soort klassiekers zullen er waarschijnlijk niet wakker van liggen als de Rijks Overheid (kortweg de roverheid) beperkende maatregelen voor dit soort historisch erfgoed bedenkt. Je kunt je immers weinig voorstellen bij een Opel Super Six als verzekeringsgunstige daily driver? Een automobiel als zo’n Opel mag voorzichtig en met liefde buitenspelen als de buienradar dubbel is gecheckt. Zo’n open Mercedes beater is daarbij ook al snel € 60.000 waard. Dus er lekker mee door Amsterdam rossen is ook geen optie. Lekker rijden over secundaire wegen, in je eigen onthaastingsbubbel, tijdmachine. Een geweldige ervaring.

suggestiebanner

Ook leuk om te lezen…

Nu in de winkel

Auto Motor Klassiek van februari ligt nu in de winkel met deze maand een uitgebreid artikel over de Taunus 12M P4 van Fokke Jansma uit Wijnjewoude. Een opmerkelijk goed geconserveerde klassieker, die een bijzondere ontwerpgeschiedenis heeft. We mochten ook rijden in een tot in het kleinste detail perfecte Triumph 2000 Roadster. Hoe dat aanvoelt? U leest het in het februarinummer. Mocht u ooit van plan zijn een Opel Senator aan te schaffen, dan is het goed dat u dit nummer in huis heeft, want Aart van der Haagen doet uitgebreid uit de doeken, waar u dan rekening mee moet houden. Het een en ander aan aankooptips vindt u ook bij het artikel over de Citroën Dyane. Een auto die we troffen met zijn eigenaar op een terras tijdens een werkoverleg.

En verder:

De restauratie van een Nimbus Model C en een Norton M50. Waarom er zo weinig Opels over zijn? Dat leest u ook in dit nummer. De liefhebberij van een in Spanje wonende Nederlander, die ook geldt als dé specialist voor de Fiat 130. En ook in dit nummer; bijna dertig pagina’s korte berichten, verslagen, praktische tips, columns en korte typebeschrijvingen. Bovendien natuurlijk ook meer dan veertig pagina’s met klassiekers te koop, die soms online niet verder aangeboden worden.
ABONNEER NU EN MIS HET VOLGENDE NUMMER NIET MEER

Dolf Peeters

Dolf Peeters, automotive journalist, tekstschrijver, vertaler, lid van de Heeren van Arnhem

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *