Bijzonder

Opel Diplomat. De Opel-o-saurus Rex

By  | 

Opel wilde ook met de grote jongens mee doen. En daarbij stond KAD dan voor Kapitän, Admiral en Opel Diplomat. Dat waren de Grote Drie van Opel en de dappere poging van het indertijd onder General Motors vallende merk met zijn braaf burgerlijke, sobere reputatie, om zich reputatiechnisch een paar stappen hoger op de trap te zetten. In het kort: Opel wilde dezelfde status bereiken als Mercedes-Benz en het indertijd sterk opkomende BMW.


We publiceren deze artikeltjes gratis, en willen dat natuurlijk ook blijven doen. Maar u begrijpt dat dat voor ons niet gratis is. Ondersteunt u dit initiatief en waardeert u het? Overweeg dan eens een abonnement op Auto Motor Klassiek. U helpt ons dan niet alleen de gratis initiatieven betaalbaar te houden, maar ontvangt als bonus ook nog eens elke keer een AMK in de bus. En u betaalt nog maar € 3,30 per nummer in plaats van € 4,99. Elke maand goed voor uren leesplezier.

Fotografie: Marina Block

Opel wilde meer

Die strategische zet moest dan helemaal een succes gaan worden met forse auto’s met lange motorkappen waar zes- of achtcilinders indrukwekkend hun werk konden doen. En dat de looks verregaand door de Amerikaanse Mother Company gedicteerd waren, waardoor de Opels als ook de Opel Diplomat er echt Amerikaans uitzagen? Dat was toch ook alleen maar een voordeel?

Helaas was het de voorbeeldig brave reputatie van Opel die het idee eigenlijk nooit lekker op gang liet komen. Mooie auto. Goede auto ook. Krachtig en betrouwbaar gemotoriseerd. En luxe. “Ja dat kan wel, maar je blijft toch wel in en Opel rijden. En wil je dat?”

Toen Skoda net herboren was zetten de marketeers de nieuwe Skoda publiekelijk te kijk zonder emblemen, merk- of typeaanduidingen. Het publiek mocht zeggen wat ze maximaal voor de auto zouden willen betalen. Later werd hetzelfde gedaan terwijl de nieuweling wel trots als Skoda herkenbaar was. Het publiek vond de auto nu 5.000 DM minder waard. Dus zeg nooit “What is in a name?”

De tweede generatie

De tweede generatie Opel Diplomat met 5,4 liter Chevrolet V8 was een bak van bijna vijf meter en hij was voorzien van alle luxe. Van binnenuit verstelbare buitenspiegels, elektrische ramen en verlichting in de voetenruimte waren zeker geen vanzelfsprekende opties in zijn tijd. Bovendien was het interieur, zeker voor een Opel, uitermate luxueus. De velours bekleding, dik tapijt en echt hout gaven de Diplomat V8 een luxe woongevoel dat we – al was het wat subtieler – kenden van de betere Britse luxe auto’s. Chique!

Maar  om Mercedes-Benz te kunnen pesten is er natuurlijk meer nodig dan alleen maar dik tapijt. Op technisch gebied deed de Opel Diplomat het dan ook prima. Vier geventileerde schijfremmen, een De Dion achterasconstructie en de Chevrolet V8 waren belangrijke dingen die de XXL-Opel geschikt maakten voor de confrontatie in de Oberklasse. Wat? Opel liep zelfs voor op Mercedes-Benz: Mercedes-Benz kwam pas in 1971 met een achtcilinder W108 S-klasse in dit segment. En die had geen verzonken ruitenwissers, vinyl dak of standaard mistlampen onder de verticale koplampen. Daarmee onderscheidde de Opel Diplomat zich trouwens ook van de Kapitän en Admiral, die horizontale units in het front hadden. Wat bleef was de duidelijk Amerikaanse styling, hoewel al een minder uitbundig Amerikaans en soberder en compacter dan generatie A.  Het waren grote, mooie en echt goede automobielen.

De grote Opels werden geen verkoopknallers

De Kapitän en Admiral verdwenen eerst zachtjes uit beeld en in 1977 viel ook het doek voor de Opel Diplomat  Er waren er toen nog geen 20.000 van gemaakt.

Overlevende Diplomats zijn jarenlang voor iedereen totaal oninteressant geweest. Waarschijnlijk alleen vanwege het feit dat het Opels waren. Dat was in de tijd dat de zegswijze “Iedere l*l zijn eigen Opul” vrij gangbaar was.

Intussen zijn er zo weinig van deze Opel-o-saurus Rexen over gebleven dat er voor gave exemplaren stevig geld wordt neergelegd. En terecht. Want het waren fantastische automobielen.

Ook interessant om te lezen:

 

 

 

Nu in de winkel, het juninummer

Auto Motor Klassiek van juni ligt nu in de winkel. Dus haast u om een nieuw exemplaar te bemachtigen. Voor maar 4,99 een garantie voor zeker een paar uur leesplezier.

Als hoofdartikel hebben we een uitgebreid aankoopadvies van de Mercedes-Benz S-klasse W116. Alles wat u moet weten, vanaf zwakke punten tot specialisten en lectuur. Een must voor de koper, maar zeker ook voor de liefhebber.

In het juninummer hebben we weer een paar mooie restauratieverslagen. Een daarvan is er een van de restauratie van een Innocenti 90L uit 1981. Maar zeker interessant is ook de restauratie van de Victoria Vicky type 117, van een jonge Belgische bromfietsliefhebber. Hij heeft er nog meer gerestaureerd of in de planning staan. Waaronder een DKW en Express. Ook de Moto Guzzi V7 Special uit 1971 is helemaal gerestaureerd.

Natuurlijk worden alle auto- en motorverhalen weer voorafgegaan aan tientallen pagina's met korte berichten, vanaf praktische tips tot en met historie, klassiekers die we onderweg tegenkwamen en diverse columns waar het hebben van een klassieker, het sleutelen aan een klassieker en zelfs het hobbymatig handelen van klassiekers centraal staat. Bovendien natuurlijk ook meer dan veertig pagina’s met klassiekers te koop, die soms online niet verder aangeboden worden. Het perfecte leesvoer voor deze lastige tijden. Haal hem daarom snel in huis en neem alvast een abonnement, zodat u de volgende editie niet mist.

En verder ook nog:

  • Ford Thunderbird 1966
  • Panhard 24 CT
  • Solex van Tivan
  • Beleef de bevrijding
  • ROZ Classic 2020

Meer over wat er in deze editie allemaal staat ziet u op onze pagina deze maand.

 

Ook leuk om te lezen…


Dolf Peeters, automotive journalist, tekstschrijver, vertaler, lid van de Heeren van Arnhem

3 Comments

  1. Olav ten Broek

    13 april, 2020 at 23:56

    Ja, het waren echte kwaliteitsauto’s, ze deden niet voor een Mercedes onder. Maar wie zich in dat segment begaf wilde een sterretje op de neus en geen blitzje. Eigenlijk liep het B-model nog best goed tot de oliecrisis toesloeg. Na 1973 werd zuinigheid troef en deze auto’s waren niet zuinig. De Diplomat V8 5,4 liep 1:5.

    De Diplomat A Coupé is een apart verhaal; die zijn nu anderhalve ton waard. Er zijn er rond de 350 van gemaakt. Er zit een Chevrolet Corvette competitiemotor in, omdat de standaardmotor geen kruissnelheid van boven 200 km/u verdroeg. Het heeft nog een rel tussen Rüsselsheim en Detroit opgeleverd, want de Amerikanen duldden van de Duitsers geen kritiek. Het eind van het liedje was, dat door deze dure hardverchroomde motor en de speciale Karmann-carrosserie het ding 15.500 Duitse Marken kostte en dat voor een Opel die eigenlijk te snel was voor zijn onderstel en die maar twee versnellingen in de Turbo-Hydramatic had.

    • Olav ten Broek

      13 april, 2020 at 23:59

      Correctie: de Diplomat Coupé kostte bij introductie in 1966 geen 15.500 maar 25.500 D-Mark. En nog vergeten te melden: tot 1966 zat in de Kapitän en de Admiral nog vooroorlogse techniek: de oeroude maar o zo fijne 2600cc 100 pk OHV die nog terugging op de Opel Supersix uit 1936.

    • Dolf Peeters

      14 april, 2020 at 09:59

      Olav, Bedankt voor deze waardevolle aanvullingen

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *