in

Nog een keer… met de Honda 90 naar Cadzand-Bad – column

Vraag onder motorrijders wie er de Noordkaap heeft gedaan, wie Route 66 heeft gereden. Dan gaan er heel wat vingers omhoog. Maar een trip waarbij de reizigers de volle tien uur deden over 254 kilometer? Wat moet dat voor reis geweest zijn? Op wat voor motoren reden die helden?


Die trip ging naar het verre, intussen door Vlamingen bezette gebied rondom Cadzand-Bad. En de motoren die die krachttoer overleefden, en zelfs weer ongeschonden terugkeerden op hun vettrekpunten? Dat waren een Honda S90 uit 1966 met een vers gereviseerd blok en een nog bijna nieuwe 120 cc SuperCub kloon van de helaas ter ziele gegane Super Motor Company van bedrijfseigenaar Dimitri zelf. De Super Motor was net getuned, nog niet helemaal lekker afgesteld. Maar Dimitri kende ons en zei onbezorgd: “Ach, jullie redden je wel”.

Het idee was geboren toen Ernie, die de 90 (89,6!) cc Honda ergens in zijn studententijd, zo’n 30+ jaar terug kocht omdat hij nergens iets goedkopers vond, eens terugdacht aan zijn jonge motordagen. Het Hondaatje werd toen ingezet voor woon-werk verkeer, bezoeken aan diverse toenmalige geliefdes en reizen.

Bij het amoureuze pendelwerk was het niet ongewoon dat de studie gewoon mee- en doorging. Dan reisde de stevig geboetseerde Ernie beladen met een rugzak op zijn rug, een rugzak op zijn buik en een typemachine achter op de buddy. Dat deed hij het liefst binnendoor, en als het kon in de windvang van een vrachtauto. Dat scheelde snelheid, brandstofverbruik en was, buiten het seizoen, warmer dan zelf de wind te moeten klieven.

De reizen op de dappere kleine Honda gingen heel regelmatig naar Cadzand-Bad, waar familie woonde en waar goedkoop overnacht of vakantie kon worden gevierd. Indertijd was dat een rit van zo’n 250 kilometer.

Een check op de routeplanner liet zien dat Cadzand-Bad nog steeds op dezelfde plek lag. We besloten Ernies route ‘zo uit het hoofd’ na te rijden. En dat is waar Dimitri van de Super Motor Company in beeld kwam. Want de huiseigen Hercules K125 BW was nog niet gekentekend. Dimitri had even geen demo voorhanden, maar leende zijn eigen motor uit. Top!

Op een mooie vrijdagochtend startten we de motoren. De Honda begon vrolijk, wat hol neuzelend op nullast te draaien. Perfect. De Super Motor ontwaakte met de rauwe brul van een sabeltandtijger die tijdens zijn middagdutje onverwacht anaal werd genomen door een oversekst nijlpaard en moest melkend aan de gang gehouden worden tot dat zijn blok wat op temperatuur was. Het blok was namelijk getuned? Nou dan! Later, eenmaal rijdend, gedroeg de Honda kloon zich gelukkig redelijk beschaafd. We waren klaar voor de reis. In de dertig jaar dat Ernie de rit voor het laatst had gereden was Cadzand-Bad dan wel ongeveer op dezelfde plaats blijven liggen, maar de wegen ernaartoe waren nogal veranderd. Een deel van de route uit Ernies geheugen was autoweg, of fietspad geworden. De stukjes historisch en verkeerstechnisch verantwoorde openbare weg waren zo vroeg op de vrijdagochtend trouwens al overspoeld door wielrennende figuren. Die menssoort laat qua mentaliteit groeperingen als Satudarah en de Hells Angels op onschuldige kwajongensclubs lijken.

De would be Tourwinnaars zijn massaal, dom en intimiderend. Het bleek handig gewoon op eigen spoor te blijven met de linkerarm gehoekt en de vuist gebald. Met die insteek bleek er maar één zo’n post mamil’s (middle aged men in lycra) zijn illegale koers op de andere rijbaan aanhouden. Hij zal er wel een blauwe plek aan hebben over gehouden. In verband met het inrijden van het vers gerestaureerde Honda blokje waren de autowegen dus geen topoptie. Maar omdat het door de weeks en vroeg was, bleken die fietspaden een prima alternatief. Want wielrennende a socialen hebben blijkbaar niets met fietspaden. Dus fietspaden werden de oplossing, want 60-70 is toch te langzaam voor secundaire wegen.

Dat vond zelfs de politie die ons later aanhield. De agenten hadden ook alle begrip voor het nostalgisch belang van de reis. Er waren alleen wat kanttekeningen bij het geluid van de getunede Honda kloon. Maar inmiddels hadden wij al zoveel blijvende gehoorschade opgelopen dat we dat konden relativeren. Intussen was de trip natuurlijk enorm Zen. Het doel was niet belangrijk, elke kilometer van de reis was een ervaring. Langs Ernies gedachtewegen van 30+ jaar geleden zagen we, gewoon in Nederland, verlaten huizen, ruïnes, vergeten klassiekers, blaffende honden op erven. Verlaten dorpen. Eindeloze vlaktes. En natuurlijk windmolens. In een van de dorpjes die op ware grootte op de kaart staan aten we na een uur of drie reizen een lunch uit de supermarkt.

Reizen maakt hongerig. Het is niet voor niets dat onze Islamitische Medelanders tijdens de Ramadan niet hoeven te vasten wanneer ze op reis zijn. Tevreden stapten we weer op onze brommers. Het schoot op. We waren Zaltbommel voorbij! Gelderland was een oase van rust en ruimte en wat vroege horeca geweest. In Brabant bleken vanouds de varkens en tweedehands autohandelaren het verdienmodel. Het herboren Hondablokje zong blij en kreeg al inlopend steeds minder hinder van de stukken vals plat wanneer we weer eens een viaduct over een doorgaande weg pakten. De Super Motor zat met het gehanteerde reistempo net in het gebied waar hij volop megafonitisch had. Maar als hij soms even in zijn werkgebied mocht rennen, dan liet het blokje merken dat de afstelling op volgas in elk geval in orde was. Het mengsel zal in elk geval niet te arm hebben gestaan. Met een tankinhoud van een krappe drie – zeg twee en een halve – liter bleek de Super Motor iets van 1 op 25 te lopen. Zijn rasechte voorvader, de S90 verbruikte ongeveer een liter accijjnssap per vijftig-zestig kilometer. Maar die werd dan ook ingereden, terwijl de Super Motor aan een wurghalsband werd uitgelaten.

Zelfs na finetuning zal het ‘Bamiblokje’ waarschijnlijk wel dorst blijven houden. De gemonteerde carburateur had een venturi waar een stel onnadenkende houtduiven in had kunnen nestelen. Na een bocht ging de hemelsblauwe afhaalchinees er opeens heel straf vandoor. De gaskabel bleef ergens hangen. Dat ‘ergens’ bleek achter een boutkopje bij het balhoofd te zijn. Gelukkig heeft elke motorrijder altijd een paar tie wraps bij zich. De balorige kabel werd dus stevig gepositioneerd en gedroeg zich de rest van de trip naar behoren. Met een beetje hulp van de TomTom Rider 400 die geprogrammeerd was op de leukste kronkelweggetjes werden de hiaten in Ernie’s geheugen keurig gevuld. En zo kwamen we in Zeeland aan. Zeeland wordt vanaf de Nederlandse zijde opengelegd met een serieus wegennet. Vanaf de Vlaamse kant wordt het opgekocht door projectontwikkelaars uit Brugge en Knokke.

Om vanuit Zeeland naar Cadzand-Bad te komen kun je over Antwerpen. Dat was geen optie. We waren te langzaam voor de Antwerpse Ring, mocht er eens geen file staan. De tunnel viel af vanwege de klimsnelheid die de S90 kon vasthouden bij de klim uit de tunnel en we schatten ook in dat de betegeling van de tunnelwanden los zou kunnen laten door het motorgeluid van Dimitri’s rijdende plaatselijke opklaring. Maar gelukkig vaart er nog een veeboot tussen Vlissingen en wat de Zeeuwen ‘Bresjes’ noemen. Dat is een voetganger- en fietsveer. Motoren mogen er niet mee overgezet worden. Maar met de twee lichtgewichten pal in het zicht van de kaartverkoop geplaatst werden er twee kaartjes besteld ‘voor ons en onze motoren’. De kaartverkopende lachte mild. “Motoren. Het zal wel.” We kregen keurig brommerkaartjes en duwden ons gerij aan boord. In Breskens bleek de viswinkel aan de haven al dicht. We besloten door te pakken en reden door naar Cadzand-Bad. Daar aten we bij de eerste afhaal horecagelegenheid veel frieten met stoofvlees en gokten dat we voor de laatste kilometer wel konden zondigen. De twee Jupiters de man vielen perfect na de rit. Na een paar espresso’s gingen we naar onze slaapplaats, een appartementje van bekenden. We gooiden onze spullen uit, namen een douche. Liepen nog een uurtje om de spieren weer los te krijgen hoewel de lange reis ons weinig moeite en zadelpijn had opgeleverd.

Na de wandeling gingen we tevreden op het balkon zitten en keken naar de ondergaande zon. Met een stevig glas whiskey in de hand een brede glimlach op onze gezichten. Twee mannen van zekere leeftijd op motoren. Samen op een balkon na een uitdagende reis. We becijferden onze gemiddelde dagsnelheid op 26 kilometer per uur. We waren tevreden. En de kennis die van die verwachtingsvolle pretoogjes had toen hij hoorde dat we met zijn tweeën op motorfietsen een heel weekend zonder onze geliefdes zouden zijn? Die had last van onverwerkte wensdromerij. Want als de twee tijgers die we waren lagen we om kwart over negen in onze mandjes.

Meer columns lees je via deze link

Meer verhalen over klassieke motoren via deze link

Lees ook:
Motor rijden, vroeger en nu
Kawasaki 90 G1L
Downgrading. Omdat minder soms meer is
Kawasaki G7, size matters
Japanse klassiekers: Echte klassiekers


Help ons mee deze website en de aangeboden artikelen gratis te houden. Abonneer uzelf op Auto Motor Klassiek en ontvang daarbij ook het blad 12x per jaar in de bus. Of doneer een gewenst bedrag op onze betaalpagina via deze link. We zijn u er zeker dankbaar voor.



7 Reacties

Geef een reactie
  1. Weer met veel plezier gelezen. Doet weer denken aan de zelf 40 ++ jaren geleden gemaakte reizen op de Puch en later op de BMW r35. Begin en eind was bekend en tussendoor met veel de kaart raadplegen toch verdwalen. Absoluut geen ramp want met verdwalen kom je op de mooiste plekken.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

De eerste rijles van mijn dochter en mijn eigen herinneringen

Triumph 2500 TC

Triumph 2500 TC. Een betaalbare klassieker