in

Mercedes 220

Mercedes 220

Mijn vader reed al heel vroeg in auto’s van de zaak. Na een Opel Olympia en een Opel Rekord kwam er een Simca 1500. Daarna een Simca 1501 Special Break. Omstreeks die tijd ging het zo goed in de chemicaliënhandel van het Nederlands Verkoopkantoor voor Chemische Producten, het NVCP, dat mijn vader en zijn collega Rob Bakker naar de redactie togen om te melden dat de twee verkopers van zo’n succesvol bedrijf eigenlijk Mercedes moesten rijden. Dat vond de directie een goed plan.

Acceleratietijden meten met een kalender

De eerste twee Mercedi van het bedrijf waren 200D’s. Auto’s die zo traag waren dat vrachtwagenchauffeurs ze als volwaardige collega’s zagen. Auto’s die bij koud mistig weer zomaar tien kilometer sneller liepen dan onder ‘betere’ omstandigheden.

We publiceren deze artikeltjes gratis, en willen dat natuurlijk ook blijven doen. Maar u begrijpt dat dat voor ons niet gratis is. Ondersteunt u dit initiatief en waardeert u het? Overweeg dan eens een abonnement op Auto Motor Klassiek. U helpt ons dan niet alleen de gratis initiatieven betaalbaar te houden, maar ontvangt als bonus ook nog eens elke keer een AMK in de bus. En u betaalt nog maar € 3,30 per nummer in plaats van € 4,99. Elke maand goed voor uren leesplezier.

De economie bleef booming

De volgende Mercedessen waren Mercedes 220. Op benzine. Die van mijn vader werd later overgenomen door een dorpsgenoot die hem moderniseerde door er ‘ribbel achterlichten’ op te zetten, een toen heel actuele ‘upgrade’. Intussen was het NVCP overgenomen door de AKZO en kwam er een einde aan het Mercedes tijdperk. De daaropvolgende Audi 100’s waren ook fraaie wagens. Maar de verwerpelijke invloed van het management was begonnen. Mij vaders laatste ‘kumpannie kar’ was een Audi 100 Avant.

Intussen een heel echte klassieker

Een mooie Mercedes 220 type 115 (1968 tot 1976) is intussen een hoogst gewaardeerde klassieker. Dit type werd ook wel aangeduid als /8 (“Strich-Acht”) vanwege het introductiejaar 1968. Deze serie was voor Mercedes een absoluut verkoopsucces met ruim 1.850.000 verkochte exemplaren. In de 8 jaar dat dit model in productie is geweest heeft er slechts één herkenbare facelift, in 1973, plaatsgevonden. Het meest kenmerkend daarbij waren de achterlichten met ribbels, ribbels die vervuiling en dus ‘blindslaan’ van de achterlichten moest voorkomen. Het gerucht gaat dat het ribbelidee ontstond toen een Mercedes testrijder bijna achterop een Ford met vuile remlichten knalde. Dat moest beter kunnen!

Gekocht om te koesteren

De voor ons hoogst nostalgische Mercedes 220 op de plaatjes vonden we bij Garage de ‘l’Est, een vindplaats van doorgaans in Frankrijk geboren  klassiekers in smetteloze staat. De Mercedes is nog van het eerste type, uiterlijk direct herkenbaar aan de voorspoiler met chroomlijst, de tochtruitjes in de voorportieren, de kleine buitenspiegels en de gladde achterlichten.

Sommige mensen kopen auto’s vanuit een vooruitziende blijk. Sommige mensen vergeten daarbij dat auto’s eigenlijk gewoon gemaakt zijn om te rijden. En dat geldt zeker voor Mercdessen. Ons fotomodel is in augustus 1968 van de band gerold en pas op 1 april 1969 afgeleverd. De Mercedes 220  is altijd in verzamellaarshanden geweest, vandaar de extreem lage kilometerstand. De Benz heeft slechts 14.000 correct gedocumenteerde kilometers op de teller staan. Het interieur is zelfs nog voorzien van originele Mercedes hoezen ter bescherming van de blauwe stoffen bekleding.

‘Hit the road’. Of niet ?

De perfectie van deze auto is daarbij zijn grootste pijnpunt. Want in deze staat is de Mercedes 220 eerder een verzamelaarsobject dan een fantastische, ZGAN auto. En een auto is zo’n conditie? Die gun je toch zijn kilometers?!

Ook interessant om te lezen:
Mercedes-Benz S-Klasse W116 (1972-1980)
– De Mercedes Benz W201/C-Klasse Club. Plezier en professionaliteit
‘De auto van mijn vader’ Een Mercedes-Benz 240 D
De Mercedes-Benz T lijn
Meervoudige primeur: rijden met de Mercedes Benz 240D 3.0

Mercedes 220
Mercedes 220
Mercedes 220
De gangbare optische update…

5 Reacties

Geef een reactie
  1. Mooie verschrijving Dolf: dat ze naar de redactie gingen om een Mercedes te vragen. Bij de redactie van de krant vroegen we dat aan de directie – niet dat we hem kregen 🙂

  2. Het (enige) probleem met de meerwaarde van een extreem lage kilometerstand is dat het verdwijnt zodra je daadwerkelijk met de auto gaat rijden. Daarom niet minder prachtig natuurlijk.

    De W115 was nog echt een kasteel op de weg vergeleken met de concurrentie van toen. En ja, de 200D was traag, maar ook nagenoeg onverwoestbaar met zijn gietijzeren OM615-motor. Bij normaal gebruik was deze motor pas bij 500.000 kilometer aan extra aandacht toe, zoals nieuwe verstuivernaalden en in de pomp nieuwe perskleppen, klepveren en terugslagkleppen waarbij ook gelijk de nokkenaslagertjes werden meegenomen en in het blok de distributieketting en -geleiders en -spanner. Dan kon zo’n blok probleemloos verder naar het miljoen. Of twee miljoen, of meer.

    De techniek vinden we grotendeels nog terug na 1976 in de W123 waarna in 1984 de W124 het stokje overnam met 72 pk’s uit de OM601-motor.

    Met de W210 in 1995 kregen de boekhouders het in Stuttgart voor het zeggen in plaats van de ingenieurs.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *