Historie

‘De auto van mijn vader’ Een Mercedes-Benz 240 D

By  | 

Het lijkt nog maar zo kort geleden dat we op de lagere school zaten. Dat we droomden over auto’s. En we hebben zowat allemaal herinneringen aan de auto’s van onze vaders. Dat was ver na de T Fords en dat soort vertederende scharreldieren, maar in de tijd voordat auto’s door hun assen gingen hangen van de zinnige en onzinnige elektronica.

Een gezellige avond

In het kader van een prettig nostalgisch gesprek gisteravond kwamen er diverse ‘auto’s van vaders’ voorbij. En mijn vaders één na laatste auto (‘van de zaak’, toen nog zonder bijtelling mits de kilometer registratie voldoende dicht was geïmproviseerd? Dat was een Mercedes Benz 240 D uit het jaar dat ik in militaire dienst moest: 1976. Zo’n 240 D was een automobiel voor kleine notabelen en de betere handelsreizigers. Mijn vader hoorde tot het laatstgenoemde ras. Hij was vertegenwoordiger voor het NVCP, het Nederlands Verkoopkantoor voor Chemische Producten, later opgekocht door de AKZO.

Begonnen met een 200D

Zij eerste Mercedes was een 200D uit de tijd dat Mercedes Dieselrijders door truckers gewoon als collega’s werden gezien. Bij koud, nevelig weer liep de 200D zomaar tien kilometer sneller dan normaal en kon hij ook qua acceleratieaardig mee dien met de benzinebranders. De 240 D was een veel beschaafdere, veel snellere auto.

De Mercedes van mijn vader

Mijn vaders 250 D was een W114 en W115 uit de Mercedes-Benz-serie zoals die vanaf 1968 tot 1976 gebouwd werd. Deze reeks wordt ook aangeduid als /8 („Strich-Acht“) vanwege het introductiejaar 1968. In 1976 werd de auto afgelost door de W123 met de liggende koplampen. Dat was trouwens de laatste auto die mijn vader voor zijn VUT reed.

W114 of W115?


Overigens zijn de verschillen tussen de W114 en W115 aan de buitenkant niet eenvoudig te zien. Het verschil zit hem in het aantal cilinders. De zescilinders en coupés zijn Baureihe W114; de viercilinders en diesels zijn W115. Het was tijdens de ontwikkeling nog wel de intentie om de W115 als een apart model – 20 centimeter korter model en met horizontale koplampen – uit te brengen. maar dat is er nooit van gekomen.

De Strich-Acht is een buitengewoon gebruiksvriendelijke klassieker. De onderdelen zijn niet duur en over het algemeen goed verkrijgbaar. Alleen interieurdelen zijn moeilijk te vinden. Sleutelen aan de auto is ook eenvoudig. De motor met versnellingsbak laten zich eenvoudig in- en uitbouwen en ook de techniek is eenvoudig doelmatig maar vooral duurzaam en van hoge kwaliteit. De dieselmotoren zijn natuurlijk haast niet stuk te krijgen en de benzinemotoren lopen ook goed op LPG.

Voelt bijna modern aan

Door zijn destijds vernieuwende technische ontwerp van wagen en onderstel rijdt een /8 als een moderne auto, je hebt alleen wat meer lawaai in het interieur. Aan de W114 en W115 zijn in 1973 enkele optische wijzigingen doorgevoerd. Zo deden bijvoorbeeld de typische geribbelde achterlichten hun intrede, die minder gauw vies worden. Mensen met een wat ouder model zagen er een kans in om hun bezit op te waarderen: Ze monteerden dapper geribbelde achterlichten op hun ‘oude ’Benz.

Eigenaars van zo’n Mercedes vinden binnen de W114-W115 club hun geloofsgenoten, veel kennis en prettige contacten. En een fraai voorbeeld van zo’n 240 D – in zelfs dezelfde kleur als dat mijn vader had – vonden we bij onze adverteerder Marcel Kappen uit Dalen.

De ribbels hielden de achterlichten functioneel bij vervuiling. Achter die ribbels zit een heel verhaal…

Duitse degelijkheid

Dolf Peeters, huurwoordenaar, automotive journalist, lid van de Heeren van Arnhem

4 Comments

  1. Pieter Hogenbirk

    14 januari, 2019 at 10:24

    Omdat mijn vrouw niet meer bij mij instapte in de BMW 728i, vanwege de snelheden die ik er mee reed, op de toen nog “limitvrije” autowegen, ben ik in 1975 bij de Mercedes dealer proef gaan rijden in een Mercedes 200D, onder het motto,als het dan minder snel moet, dan maar echt minder snel.
    Al pratend met de verkoper die meereed voor de proefrit belanden we buiten de bebouwde kom op de provinciale weg, achter een voortsukkelende vrachtwagen.
    Al pratend met mijn mede passagier, keek ik even langs de vrachtwagen om hem in te gaan halen, wat dacht ik, geen probleem was gezien de vrachtwagen in de verre verte die tegemoet kwam.
    Ik stuurde naar de andere baan en trapte het gaspedaal op de bodem en……verdomme, er gebeurde nauwelijks iets en ik bleef naar mijn gevoel gewoon naast de vrachtwagen rijden die ik wilde passeren, en die gelukkig uiterst rechts ging rijden, evenals de tegemoetkomende vrachtwagen.
    Ik zat er tussen in met een lijkbleke Mecedes verkoper naast me die de eerste minuut na deze actie van mij, nog geen woord kon uitbrengen.
    Ik had me kennelijk toch weer even BMW rijder gewaand tijden mijn inhaal actie en dat was ons bijna fataal geworden.
    Na de proefrit heb een gold metallic Mercedes 240Dautomaat gekocht, waar ik veel plezierige veel rustige km mee heb gereden met een uiterst tevreden echtgenote naast mij.

  2. Eric

    14 januari, 2019 at 00:00

    Ik denk vaak terug aan deze wagens…erg vaak met een zwartberookt linkerachterlicht omwille van de roetuitstoot. In België vaak “Metser”des genaamd. Metser (bouwvakker) die deze auto’s aanbeden.

  3. Olav ten Broek

    13 januari, 2019 at 22:09

    Dit was de tijd dat Mercedes niet de prijs, maar het gewenste niveau voorop stelde. Gewoon de beste auto maken in zijn klasse, alleen de beste materialen, de meest hoogwaardige componenten en de meest zorgvuldige montage, met als resultaat een auto die aanvoelde als een kluis op wielen – en dat ook bleef. Bij de kostprijs werd dan 10% opgeteld, en dat was de winst.

    De W114/W115/8 was de eerste Mercedes die meer dan een miljoen keer verkocht en zijn nog beter verkopende opvolger, de W123, zou zelfs onderwerp van speculatie worden, want met een levertijd van twee jaar was op zeker moment een jong gebruikt exemplaar duurder dan een nieuwe.

    De OM 615/616/617 diesels waren spreekwoordelijk betrouwbaar en konden zelfs een miljoen kilometer halen zonder revisie, mits zo nu en dan de verstuivernaalden en de gloeistiften werden vervangen. Bij deze motoren moesten nog wel de kleppen worden gesteld, waarvoor een setje speciale steeksleutels benodigd was.

    Ze zijn niet zo zuinig als een modernere diesel. Zo’n 240D loopt al gauw 1:10. Wil je een zuinige klassieke Mercedes diesel, kijk dan uit naar een W124 of W201. Die is nu aan het uitsterven en zullen binnen enkele jaren net zo gewild worden als de W114 en de W123.

  4. A.Francois

    13 januari, 2019 at 21:24

    Leuk dat je dat zo schrijft Dolf, een 200D uit de tijd dat Mercedes Dieselrijders door truckers gewoon als collega’s werden gezien.
    In 1968-1970 reed ik voor de ANWB in een 190D met een vaak nog zwaardere auto op de traler door Europa en had in de chauffeurs cafes van die leuke contacten

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

X
X