Historie

De Mercedes-Benz T lijn

By  | 

Onlangs kwam dorpsgenoot en autoschade hersteller Theo Terwel zijn nieuwe aanwinst tonen: Een Mercedes-Benz T Klasse

Tot 1978 deed Mercedes-Benz eigenlijk niets met station wagens. In België en – natuurlijk – Engeland (Crayford) waren er wel bedrijfjes die Mercedes-Benz sedans van sedan ombouwden naar stationcar. Maar dat was en bleef kleinschalig. En duur.

En toen was er de Mercedes-Benz T waarbij de T stond voor zowel ‘transport’ als ‘toerisme’

En in de begindagen van dat concept was het maar de vraag of de stationcar zoekende medemens wel op zoek was naar een Mercedes stationcar. Want de Mercedes-Benz T modellen waren gewoon uit voorraad leverbaar terwijl de koper voor een ‘gewone’ Mercedes vaak met een serieuze levertijd zat. Maar de combi’s vonden toch hun klandizie en het Britse Crayton maakte een goede move nadat Mercdes-Benz ‘hun idee’ had ‘gepikt”: Het bedrijf ging gewoon door met het bouwen van stationcars op Mercedes-Benz basis, maar deed het stuk ambachtelijk werk vanaf dat moment met de S Klasse als basis. Dat was exclusiever en leverde een riant betere marge voor de Britten op.

Het ware dure dingen

Maar zo’n Echte Mercedes-Benz met een zescilinder onder de kap was ook al een best duur en prestigieus ding. De 2,5 liter motor die in een 250T stak was een bekend blok dat zich al ruimschoots bewezen had. De zescilinder leverde bijna 130 DIN pk, waarvan de optionele automaat er nogal een paar consumeerde. De T was er eerder statig en stijlvol dan dynamisch mee. Met een handgeschakelde bak had deze Benz aanzienlijk meer pit. Hoe ver de motortechnologie in de loop der jaren is geëvolueerd blijkt uit de verbruikscijfers. In ons archief lezen we dat een Mercedes-Benz 250 met automatische bak op stevige draf (140 km/u) op de Autobahn 1 op 4,6 loopt. Wat het verbruik op een topsnelheid van net over de 170 km/u was, dat is dan iets wat je nu niet wilt weten.

Autobahnbrenners

Op de Autobahn en op topsnelheid was en is zo’n Mercedes helemaal top, maar ook op secundaire wegen loonde de moeite die de mensen van Mercedes zich op technisch gebied hadden getroost. De stuurbekrachtiging deed (samen met het best grote stuur) zijn werk prima, de remmen functioneerden idem dito. Het dashboard van zo’n chique werkwagen was zo overzichtelijk dat het bijna incompleet leek, alleen zat er – in tegenstelling tot bij veel ‘mindere’ merken – nog steeds gewoon spiegelend glas voor. de stoelen waren Duits degelijk en zeker niet te zacht. Wat bij de Mercedes Combi’s best iets slims was, dat was de niveau regeling waardoor de achterkant ongeacht de belading op hetzelfde niveau bleef. De vering en demping werden trouwens als voorbeeldig ervaren.

Niet dan goeds

Een toevallig opgedoken stapel tests over deze Mercedes modellen leest als een lofzang. Een quote? : “Niemand zal kunnen ontkennen dat de totaal afwerking op een peil staat dat uniek is voor de auto industrie”. Nog een quote? “Het zijn prachtig gemaakte, perfecte rijmachines”.

De Mercedes-Benz T lijn (W123) was er met een scala aan motoren vanaf 2 liter in diesel en benzine.

Daar kunnen we het mee doen

Maar om zo’n topper nu met weinig kilometers en in sublieme staat te vinden? Dat is moeilijk hoor! Alles is eindig. Zo ook een Mercedes-Benz T Klasse auto. Als het de kilometers niet zijn, dan kan de roest of algehele slijtage ook zo’n prachtauto uiteindelijk teveel worden. Maar Theo Terwel heeft bewezen dat er nog wel –bijna- perfecte overlevenden te vinden zijn. En dat Theo zijn exemplaar terug geknuffeld heeft naar Perfectie? Ach, dat zit hem gewoon in zijn genen. Want “Perfectie is een mooi uitgangspunt”. En dat dachten ze bij Mercedes-Benz ook.

Op de folders was gelukkig ook plaats voor fun

En daar gaat de bagageruimte. Dat noemen we vooruitgang

Dolf Peeters, huurwoordenaar, automotive journalist, lid van de Heeren van Arnhem

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

X
X