Motoren

Klassiekers zijn NIET duur

By  | 

Dat is misschien net zo kort door de bocht als de kreet dat ze onbetaalbaar zijn geworden. Maar tijdens een van de eerste serieuze gesprekken in het nieuwe jaar – en de beste wensen nog! – kwam het idee toch strak naar voren. Klassiekers kunnen tegenwoordig best serieus geld kosten. Maar dat maakt ze nog niet duur.

We publiceren deze artikeltjes gratis, en willen dat natuurlijk ook blijven doen. Maar u begrijpt dat dat voor ons niet gratis is. Ondersteunt u dit initiatief en waardeert u het? Overweeg dan eens een abonnement op Auto Motor Klassiek. U helpt ons dan niet alleen de gratis initiatieven betaalbaar te houden, maar ontvangt als bonus ook nog eens elke keer een AMK in de bus. En u betaalt nog maar € 3,30 per nummer in plaats van € 4,99. Elke maand goed voor uren leesplezier.

Dure motoren zijn weer in prijs gestegen

Maar waar vergelijk je wat mee? In 1970 kostte een Honda CB 750 F 6.500 gulden, zeg € 3.000. In datzelfde 1970 was het bruto modaal JAAR salaris € 5.559 en dat hield in dat Jan Modaal elke maand € 427 bruto of € 286 kreeg voor wat hij dan ook deed.

Ook interessant:

Dus trok Jan Modaal echt niet gedachtenloos de knip om bij Moto Mercuur, SAFE, van de Kuinder, Selling of wie dan ook even een Honda CB750 F te kopen. De meesten die zo’n machine kochten deden dat dan ook op ‘afbetaling’ zoals financieren toen nog heette. Motorrijders waren toen nog jonger. Het hielp als je nog bij je ouders woonde.

Als we naar ‘ons’ kijken, dan hebben veel van ons het traject meegemaakt

Want zo’n super trensettende Honda CB 750 was in 1970 gewoon een duur ding. Wij waren toen nog zo jong dat we er alleen over konden dromen of hoorden tot de gelukkigen die er zich eentje konden permitteren. Dat ‘permitteren’, daar werd moeite voor gedaan. Een ons bekende liefhebber was indertijd een flink verdienende bouwvakker. Hij was ook motorrijder. En hij hield wel van stappen en drinken. Hij reed Norton. De verschijning van de CB 750 raakte hem diep. Hij stopte met roken en stappen en beunde zich een slag in de rondte. Na twee jaar ging hij met een sigarendoos vol guldens, knaken, vijfjes en tientjes naar de motorzaak in zijn dorp. Hij had zijn CB 750 bij elkaar gespaard. Het hielp natuurlijk wel dat hij nog bij zijn ouders woonde. Maar het bleef een prestatie.

In de eerste helft van de jaren 80 waren de CB 750 gewoon oude motoren

Je kocht een mooi en goed exemplaar grofweg tussen de € 700-1.000. En qua prijsontwikkelingen op de toen al echte klassiekermarkt: Een 1966’er Honda Black Bomber waar we nu een rapportcijfer 9 aan zouden geven? Die kostte me ooit 3.000 gulden. De vraagprijs voor zo’n vierversnellings topper van toen ligt nu zo tussen de € 8.500-12.500. De CB 450 was de Honda topper van toen. De duurste uiterst sportieve Honda kost nu bijna € 30.000.

Nieuw rijden, dat is pas duur

Als je naar de huidige prijzen van motorfietsen uit wat nu het topsegment is kijkt, dan moet je niet schrikken van bedragen van boven de € 20.000. Om dat terug te vertalen naar ‘vroegâh’ zit je dan op een bedrag van 44.000 legendarische guldens. En reken er maar op dat je daar heel stevig op gaat afschrijven. Voor de duurste BMW betaal je zo’n dertig mille, meer dan 66.000 gulden. Bij Harley kostte vorig jaar de CVO Ultra Limited € 50.900.

En een toptip voor investeerders: de Harley V Rods zijn uit productie en uit de gratie. Nog interessanter: Het miljoenen verslindende Harley Live Wire gedoe is gestopt. De E Harley vonden we voor iets van € 34.500 nog wel in de prijslijst van 2020. Maar de productie is gestopt. De dingen werden alleen juichend ontvangen door de motorpers, die niet anders kon vanwege de advertentie-inkomsten. Managers en marketeers zagen De Toekomst voor Harley. De realiteit? De Harley mythe is voorbij. De klandizie vergrijst tot voorbij de uiterste datum van houdbaarheid. Alleen de machines van voor het Evo tijdperk houden waarde. En mogelijk wordt de Live Wire als genadeloze verkoopflop ook een gezochte klassieker als het op zeldzaamheid aan komt. Maar dat zal voor investeerders interessant zijn. Want wil jij op zo’n ding gezien worden? Nee toch? Maar een nette Evo? Die rijd je al onder de € 8.000. En klassieke BMW Boxers die niet per definitie museaal zijn? Daarvoor hoef je je ook niet diep in de schulden te steken.

Ik denk dat we gewoon kunnen stellen dat klassiek rijden (aanzienlijk) goedkoper is dan ‘actueel’ rijden

Natuurlijk zijn klassieke topstukken duur. Erg duur. Maar we kunnen dat geen motorfietsen meer noemen. Het zijn investeringsobjecten. Ze zijn feitelijk aan het verkeer onttrokken door harteloze kapitalisten die eens hebben nagedacht hoe ze de lage rentes toch tot iets positiefs konden ombuigen.

Bovendien heb je dan machines waarbij je al in de eerste versnelling rijdend je rijbewijs kwijt kunt raken en die door hun assen hangen van de elektronica. Er is zelfs al een motorfabrikant die zijn product aanprijst als het ideale platform voor je smartphone. Je zou er medelijden met redacteuren van moderne motorbladen mee krijgen. Ze recenseren software in plaats van motorfietsen.

Wil je dus gewoon echt motorrijden op een echte motor zonder daar de hoofdprijs voor hoeven te betalen? Blijf, of ga dan klassiek rijden!

Best veel geld hoeft nog niet duur te zijn

Tot voor een paar jaar geleden maar 4.000 euro waard

 

 

Nu in de winkel, het julinummer

BMW 318i, Fiat 500 Abarth, Chevrolet Fleetmaster

Auto Motor Klassiek van juli ligt nu in de winkel. Dus snel naar de boekwinkel voor een nieuw nummer. Voor maar 4,99 een garantie voor zeker een paar uur leesplezier.

Lekker zomers prijkt op de omslag de BMW 318i cabriolet van Femko de Jong. Hij bracht de auto tot in perfectie. U leest er alles over in nummer 7.

Erg interessant vinden we zelf de ombouw van een Chevrolet Fleetmaster naar een custom. Dat is niet zomaar klakkeloos gedaan. Het was een echt ingrijpend project. Zelfs de klompen van de eigenaar moesten eraan geloven. Ook de restauratie van de Fiat 500 waarvan in dit nummer een verslag, zou je onder de noemer custom kunnen scharen. De auto was in erbarmelijke toestand, dus een intensieve restauratie volgde. Eigenaar Henrique Linde gaf er meteen een eigen 'Abarth'-draai aan. Wij vonden het resultaat meer dan geslaagd. Hendri Kampherbeek heeft zijn hart gegeven aan Peugeot. Zelfs wanneer deze voor de tweede keer onder handen moet worden genomen. Zijn Peugeot 405 mi16 kocht hij met een kapotte motor en na de restauratie was het weer bijna mis.

Natuurlijk worden alle auto- en motorverhalen weer voorafgegaan aan tientallen pagina's met korte berichten, vanaf praktische tips tot en met historie, klassiekers die we onderweg tegenkwamen en diverse columns waar het hebben van een klassieker, het sleutelen aan een klassieker en zelfs het hobbymatig handelen van klassiekers centraal staat. Bovendien natuurlijk ook rond de veertig pagina’s met klassiekers te koop, die soms online niet eens aangeboden worden. Het perfecte leesvoer. Haal hem daarom snel in huis en neem alvast een abonnement, zodat u de volgende editie niet mist.

En verder ook nog:

  • Aprilia Moto 6.5 restauratie
  • Honda CB 550
  • Mercedes-Benz 600 Pullman
  • Herinnering aan Stirling Moss
  • Beleef de bevrijding deel 2

Meer over wat er in deze editie allemaal staat ziet u op onze pagina deze maand.

 

Dolf Peeters, automotive journalist, tekstschrijver, vertaler, lid van de Heeren van Arnhem

1 Comment

  1. Pim

    26 april, 2020 at 18:52

    Benieuwd of mijn Triumph Thruxton uit 2004 al bijna klassiek is
    Hij ziet er gelukkig wel zo uit
    En met carburateurs en originele Triumph race-uitlaten ruikt en klinkt ie wel zo…

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *