Sluitingsdatum meinummer -> 17 maart
Renault 10, sympathieke klassieker

In 1965 laat Renault van zich spreken door de bijzonder vormgegeven en vooruitstrevende R16 (in het prille begin “1500” genoemd) te introduceren. De Fransen lopen al enige jaren voorop in het ontwikkelen van nieuwe en moderne standaarden voor ruimtegebruik en reisgenot. In de schaduw van de nieuwe hatchback tovert Frankrijk een meer conventionele verrassing uit de hoge hoed: de Renault 10 Major.
In september 1965 krijgt hij zijn marktdebuut. De R10 is sterk gebaseerd op de Renault 8. Een sedan met de motor en de aandrijving achterin. De R10 vervangt tevens de R8 Major, de luxe versie van zijn inspiratiebron. Hij is ondermeer voorzien van de 1108 cc krachtbron van zijn voorganger. De overige modellen van de goed verkochte Renault 8 blijven gewoon en succesvol in productie.
Lees ook: Renault R8 Gordini en French Racing Blue
Veel gelijkenis met Renault 8 en toch een eigen gezicht
De nieuweling vult binnen het Renault gamma een kersverse lacune op. Deze is ontstaan na de recente introductie van de Renault 16. Hij is tussen het nieuwe ruimtewonder en zijn grondlegger gepositioneerd. De nieuwe Renault 10 wordt de meer praktische variant binnen het conventioneel vormgegeven gedeelte van het Renault aanbod. Hij lijkt sprekend op de Renault 8, maar onderscheidt zich onder meer door een langer en strakker front en een langere, anders vormgegeven achterzijde. Daarnaast is hij vier centimeter breder dan de “8”. De knikbumper aan de voorkant is een duidelijk punt van herkenning. Ook krijgt de R10 enkele comfort verhogende zaken mee. Neerklapbare rugleuningen en armsteunen maken het voor de inzittenden gerieflijk aan boord.
Geen usance: schijfremmen rondom
Net zoals bij de R8 is een belangrijke- en in deze klasse nog lang niet gebruikelijke- voorziening gemonteerd. Vier Lockheed schijfremmen rondom vormen een krachtige en gewaardeerde plus. Verder is de Renault 10 vooral geroemd vanwege zijn goede besturing, comfortabele zit en vergaande geluidisolatie. Geheel naar het recept van de R8 ontbreekt ook in de R10 de transmissietunnel, hetgeen ruimte bevorderend werkt. Vanaf 1966 is de R10 ook leverbaar met een automatische versnellingsbak met poederkoppeling. De eerste generatie van de Renault 10, die vaak “Major” wordt genoemd, blijft twee jaar in productie.
Wijzigingen na twee jaar
In september 1967 volgt een herziene versie, waarbij het front en de achterzijde worden gewijzigd. Deze generatie is vooral aan de voorzijde herkenbaar doordat meer vierkante lichtunits de ronde exemplaren van de eerste generatie vervangen. De markante voorbumper blijft, maar is nu voorzien van stootkussentjes. Verder past Renault aan de binnen- en buitenzijde nog enkele detailwijzigingen toe. De tweede generatie krijgt er een iets zakelijker karakter door.
Slotakkoord met Renault 12 motor
In 1969 maakt de duurzame 1108 cc motor in het achteronder plaats voor de al even betrouwbare 1289 cc motor. Deze is ontwikkeld voor de Renault 12, welke klaargestoomd wordt om de R10 op te volgen. De nieuwe krachtbron beweegt de Renault 10 voort tot zijn productie-einde in oktober 1971. Met de vervaardigingsstop wordt een succesvolle periode afgesloten. De Renault 10- welke ruim zes jaar in productie was- werd binnen diverse fabrieken namelijk 687.674 keer gebouwd.
Lees ook:
– Renaults vergeten generatie
– Alfa Romeo Dauphine, net een Renault
– De Renault Fuego: Renault’s concurrent voor Manta’s en Capri’s
– Renault 6. Vertrouwde basis, logische programma invulling


Op zich vreemd dat een grote autofabriek auto`s bouwt,half jaren 60,die motoren voor-of achterin hebben. Een leuk artikel!