Bijzonder

Alfa Romeo Dauphine, net een Renault

By  | 

suggestiebanner


Tekst en fotografie: Martin Philippo

Als de Tweede Wereldoorlog is afgelopen worden het Franse Renault en het Italiaanse Alfa Romeo staatsbedrijven. Beiden krijgen de opdracht om auto’s voor het volk te maken. Bij Renault lukt dat meer dan uitstekend, Alfa Romeo worstelt met de concurrentie van die Italiaanse gigant: Fiat. Dat merk heeft de plaatselijke markt stevig in z’n greep en laat maar weinig ruimte voor andere fabrikanten. Voorlopig gaat Alfa Romeo nog even door met de productie van wonderschone modellen als de 6C 2500. In 1950 kan dan de lopende band in werking gezet worden voor de productie van de Alfa Romeo 1900 en iets later de Giulietta. Productieaantallen gaan flink omhoog door deze stappen maar de verlangde volumes kunnen nog steeds niet gemaakt worden. Er moet een nieuw model komen dat daar verandering in kan brengen.

Samenwerking

De directie besluit niet te investeren in de ontwikkeling van een compleet nieuw model. Een samenwerking ligt veel meer voor de hand, en die samenwerking wordt gevonden in buurland Frankrijk. Renault heeft de oude 4CV op laten volgen door de Dauphine en verkoopt daar mooie aantallen van. De overheden van Italië en Frankrijk worden het met elkaar eens en een licentie voor productie van de Dauphine voor de Italiaanse markt wordt gegeven aan Alfa Romeo. Ook worden alle Alfa’s in Frankrijk door deze overeenkomst via het Renault dealernetwerk verkocht. 

Alle onderdelen worden direct van het Franse Renault verzonden naar de Alfa fabriek in Portello waar men de auto’s simpelweg in elkaar schroeft. Om productieruimte voor het nieuwe model te maken bouwt Alfa een nieuwe assemblagelijn naast die voor de populaire Giuletta. Pierre Dreyfuss zelf, de grote baas van Renault, kwam het lintje doorknippen om de uitbreiding te openen. In tegenstelling tot de Giulietta en de andere modellen wordt de Dauphine niet in het buitenland verkocht maar blijft hij in Italië. Het is een vereiste van Renault dat zelfs de onderdelenvoorziening exclusief voor zichzelf houdt. 

Het Alfa labeltje

Die Alfa Romeo Dauphine verschilt in heel weinig opzichten van de Franse uitvoering. Eigenlijk is het een Renault met een Alfa labeltje erop geschroefd. Subtiele verschillen: de 12 Volt ontsteking is van Magneti-Marelli en de andere koplampen komen van Carello. Ook zitten er kleine richtingaanwijzers in de voorspatborden. Meer is het niet maar het is voldoende. 

De kleine compacte sedan heeft een achterin geplaatst 850 CC motortje dat, afhankelijk van het model, 25 of 29 pk sterk is. Het is een lichtgewichtje, de hele koets brengt net aan 650 kilogram op de weegschaal zodat de prestaties nog niet eens tegenvallen. Voor wie het wat luxer wil is er de Ondine die ook nog eens vier versnellingen vooruit heeft. 

Successen

In Frankrijk worden flinke sportieve successen behaald met de Dauphine. Zo wordt de klasse in de Mille Miglia gewonnen en ook de Rally van Monte Carlo. Er is zelfs een extra sportieve Gordini uitvoering met een vijfde versnelling en een gewijzigde cilinderkop die tien pk toevoegt. Door een nóg weer gewijzigde cilinderkop, een snelle nokkenas en speciale zuigers kan Gordini in later stadium zelfs 49 pk uit het blokje persen zodat een topsnelheid van 145 km per uur behaald kan worden. Het is bijzonder dat de op snelheid beluste Italianen zich nooit hebben laten verleiden tot soortgelijke capriolen. Wat zou Carlo Abarth niet hebben kunnen doen met het toch wat saaie autootje? 

Slechte reputatie

In het eerste jaar van productie rollen er iets meer dan 20.000 auto’s van de band. De verkoop daalt in de jaren daarna vanwege een slechte bouwkwaliteit. Het contract met Renault verbiedt Alfa Romeo om verbeteringen aan te brengen en de Dauphine heeft intussen de reputatie gekregen dat de auto’s al in de fabriek beginnen met roesten. Alfa Romeo stopt de productie in 1964 en daarmee komt een eind aan de samenwerking voor dit model. 



Ook leuk om te lezen…

contentbanner

Nu in de winkel

Het novembernummer van Auto Motor Klassiek, met deze maand onder andere restauratieverslagen van de NSU Prinz, b en een Rabeneick prototype. Heel bijzonder is de Honda City, sowieso bijna niet gezien in Europa en deze is ook nog eens nieuw.

En verder:

  • Rover P5B Coupé
  • Laverda RGS
  • Shelter en andere dwergauto’s
  • 40 jaar Lancia Delta
  • Oldtimer en Classic Cars Leek

En meer dan 25 pagina's nieuws, technische tips, evenementenverslagen, previews en ruim 40 pagina's oldtimers te koop. Abonneer nu en bespaar bijna 40% per maand.

1 Comment

  1. Henk

    31 augustus, 2019 at 06:35

    Mooi verhaal. De laatste alinea suggereert dat het een slecht ontworpen auto was, dat is niet zo. De Franse Renault Dauphine staat juist bekend als een erg betrouwbare auto. Van de 4CV bouwde Renault er meer dan een miljoen, was tot die tijd nog niet voorgekomen bij een Franse fabrikant; van de Dauphine zijn er meer dan twee miljoen gebouwd. Alfa Romeo bouwde ook de Renault 4L in licentie (met die grote achterklep, de opvolger van de 4CV dus), onder andere herkenbaar aan dat ie de achterlichtjes van de Fiat Giardinetta heeft. Overigens zie je nog steeds regelmatig R4’tjes in Italië. Zelfs de Paus heeft er één.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *