Bijzonder

VW bus

By  | 

Het VW bus idee kwam van onze eigen Ben Pon, die zijn inspiratie haalde uit een op Keverbasis gemaakt voertuigje voor intern bedrijfstransport. De Kevers waren voor Volkswagen ‘Type 1’. Dus de busjes op basis van het idee van de ondernemende Hollandse VW importeur Pon werden ‘Type 2’.

De bus bracht ook de Amerikanen op het idee om ‘neusloze’ bestelwagens te gaan maken. Bij Chevrolet deden ze dat met de, op de Corvair gebaseerde, Corvan wel het meest uitgesproken.

 

Chevrolet Corvan: American style

De VW Type 2 kwam er in de loop der tijd in de ‘smaken’ T1, T2 (a en b) en T3. In 1981 werd de T3 ook leverbaar met een watergekoelde dieselmotor en in 1982 werden ook de luchtgekoelde benzinemotoren vervangen door watergekoelde benzinemotoren.

De productie van de T3 in het Duitse Hannover is in 1990 gestaakt maar de T3 is nog tot 1992 geproduceerd in het Oostenrijkse Graz.


In Zuid Afrika werden er tot 2002 nog Type 3 bussen gemaakt. De T2’s werden tot eind 2013 nog gemaakt bij VW do Brasil.

Intussen zijn de VW busjes in al hun uitvoeringen – en dat waren er nogal wat – wereldwijd gezocht. Waar het zoeken in Nederland en Europa steeds moeilijker werd omdat de schaarste en de vraag de prijzen opdreef, daar gingen ondernemende Nederlandse ondernemers eerst naar de United States en later naar Brazilië, Zuid Afrika en de Braziliaanse buurlanden. Daar was het aanbod groot en de prijzen nog zo laag dat het economisch verantwoord was om de busjes hier naartoe te halen en ze zelfs te restaureren. Want hier in Nederland, Duitsland en Scandinavië waren de VW bussen helemaal ‘hot’.

In praktijk heeft zo’n VW bus zijn voors en zijn tegens

Een duidelijke ‘voor’: de motor zit achterin en dus lekker ver van de inzittenden. Dat scheelt geluid. Het nadeel is dat de motor achterin zit en daarom een hinderlijke belemmering bij het laden is. Daar hadden de pickups geen last van, maar toch.

Het feit dat de VW busjes voor het werk, en niet voor de eeuwigheid gemaakt waren, zorgt er in het huidige tijdperk voor dat een dromende bussenkoper tegenwoordig van een heel koude kermis terug kan komen. De onderdelenvoorziening is welhaast voorbeeldig en de onderdelen zijn niet duur. Top toch? Ja, behalve als je heel veel onderdelen nodig hebt en als mottig plaatwerk om uitdeuken en/of laswerk schreeuwt. Want dan gaan de uren tellen. En daar gaat vaak veel mis omdat er tussen klant en dienstverlener geen duidelijke, schriftelijke afspraken worden gemaakt.

Ook interessant: VW bus en Ford Transit… busje komt zo

Restauratie kan duur worden

Want als de klus dan tegenvalt kan de restauratie van een VW bus een geldverslindend monster worden. Uitdeuken, dat is het grootste probleem niet. Maar VW bussen kunnen fantastisch roesten.

Daarom is de controle op roest een heel belangrijk ding bij het bekijken van, laten we nu even een T2 bus nemen.

Zo’n bus lijkt een eenvoudig, degelijk werkpaard. Maar we hoorden van iemand dat hij bij de restauratie van zo’n VW toch tegen de dertig mille was opgelopen. En ga er bij de aandrijflijn vanuit dat een totale revisie eerder nodig is, dan een aardigheidje kan zijn.

Ook interessant: De legendarische VW Bus schets van Ben Pon

De Braziliaanse en andere VW bussen

Brazilianen  zijn gemaakt in een officiële VW fabriek, maar volgen niet per definitie de Europese ontwikkelingen. Volkswagen had kwaliteitsinspecteurs uit Duitsland in Brazilië.

Maar er zijn nogal wat buseigenaren die ze verwerpelijk vinden omdat de ‘toestroom’ van Braziliaanse asielzoekers de marktwaarde van het huidige bussenbestand zou verminderen. Aan de andere kant: Braziliaanse (en andere uit verre buitenlanden gehaalde) busjes hebben vaak een genadeloos leven gehad en zijn met alle middelen lopend gehouden. Koop dus nooit ongezien een VW bus via een veiling of het internet.

Maurice Bronke uit Schagerbrug is genetisch luchtgekoelde VW liefhebber, verzamelaar, reparateur en restaurateur. Op treffens zag hij foodtrucks en hij verbaasde zich over de vaak erbarmelijke bouwkwaliteit. Want bij de foodtrucks die hij had gezien liep het water niet alleen uit de kraan, maar bij regen ook langs de wanden. Hij besloot dat hij dat beter kon.

Ook interessant: VW T3 bussen, de volgende rage?

Wat nu de Tiki bus is, is in orde gemaakt en weer tot een werkzaam leven gedoemd. Want Maurice heeft de bus uit passie gemaakt, maar nu hij klaar is is de bus eigenlijk een luxeprobleem.

Het idee is dus de VW te verhuren. Als food truckje of als DJ boot –spreek uit: ‘boeht’ voor disc jockeys met stijl.

De prijzen

Van zo’n 6.000 euro voor een project tot meer dan 75.000 euro. Voor bedragen omstreeks de 25.000 euro mag een nette, goede en eerlijke bus verwacht worden.

Herbouw via de fabriek: Dat kan. U levert uw bus aan VW en een ton verder krijgt u hem nieuw terug. In ons land is er een bussenspecialist die u datzelfde belooft voor ‘maar’ zo’n 40.000 euro.

Een herboren bus

suggestiebanner

Ook leuk om te lezen…

Nu in de winkel

Auto Motor Klassiek van februari ligt nu in de winkel met deze maand een uitgebreid artikel over de Taunus 12M P4 van Fokke Jansma uit Wijnjewoude. Een opmerkelijk goed geconserveerde klassieker, die een bijzondere ontwerpgeschiedenis heeft. We mochten ook rijden in een tot in het kleinste detail perfecte Triumph 2000 Roadster. Hoe dat aanvoelt? U leest het in het februarinummer. Mocht u ooit van plan zijn een Opel Senator aan te schaffen, dan is het goed dat u dit nummer in huis heeft, want Aart van der Haagen doet uitgebreid uit de doeken, waar u dan rekening mee moet houden. Het een en ander aan aankooptips vindt u ook bij het artikel over de Citroën Dyane. Een auto die we troffen met zijn eigenaar op een terras tijdens een werkoverleg.

En verder:

De restauratie van een Nimbus Model C en een Norton M50. Waarom er zo weinig Opels over zijn? Dat leest u ook in dit nummer. De liefhebberij van een in Spanje wonende Nederlander, die ook geldt als dé specialist voor de Fiat 130. En ook in dit nummer; bijna dertig pagina’s korte berichten, verslagen, praktische tips, columns en korte typebeschrijvingen. Bovendien natuurlijk ook meer dan veertig pagina’s met klassiekers te koop, die soms online niet verder aangeboden worden.
ABONNEER NU EN MIS HET VOLGENDE NUMMER NIET MEER

Dolf Peeters

Dolf Peeters, automotive journalist, tekstschrijver, vertaler, lid van de Heeren van Arnhem

1 Comment

  1. Henk

    21 januari, 2020 at 05:15

    Ik snap best dat sommige mensen de VW bus leuk vinden, het ziet er geinig uit natuurlijk. Maar feitelijk is het ding helemaal niet zo goed als men van een busje mag verwachten: motor en aandrijving achterin, nou ja niet erg handig, want veel minder bagageruimte, slecht toegankelijk en matige wegligging. Dat het heel veel beter kan, toonde Citroën 10 jaar eerder al met de ‘Tub’, voorloper van de H-serie en met die H, die ook nog eens eerder uitkwam. Renault volgde Citroën met de Estafette die ook ‘alles voorin’ heeft. De Ford Transit is ook een betere auto dan de VW, met de motor voorin en weliswaar achterwielaandrijving, biedt die auto meer laadruimte en een veel betere wegligging dan die VW.

    Dat de VW bus en kever zo populair zijn geworden, heeft volgens mij meer met politiek te maken; waar de andere merken de thuismarkt als prioriteit (moesten) hadden, was VW vanaf het begin gericht op export. Want op zich zijn het natuurlijk helemaal geen betere auto’s dan hun toenmalige concurrenten.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *