in

Triumph TR8, restauratie van één van de 150 coupé-prototypen

Triumph TR8 voorzijkant

Triumph TR8 … V8-kracht na interbellum

Gezinsuitbreiding en aanverwante activiteiten, dan past een Triumph TR7 niet meer in het leven. Kees Kappetijn hield zichzelf zoet met driftig automobilia verzamelen en nam zich voor dat hij na dit interbellum de schade zou inhalen met een Triumph TR8, het V8-model. Twee zelfs, inclusief één van de 150 coupé-prototypen ter verkenning van de Amerikaanse markt. Onvermijdelijk was een restauratie, met de handicap van onderdelenschaarste.  

Tekst & fotografie: Aart van der Haagen

Met de TR8 formuleerde Triumph een verlaat antwoord op de roep in Amerika naar meer pep in het vooronder dan de TR7 bood. De ingenieurs doken in de onderdelenmagazijnen en knutselden een kleine 150 prototypen in elkaar, onderling verschillend geconcipieerd. De onderhavige TR8’en hielpen de dealers in 1977 om meningen te peilen en zowaar, de Amerikanen reageerden positief. Serieproductie kwam twee jaar later op gang, jammerlijk vertraagd door een langdurig stakingscircus bij de fabriek. Intussen had Triumph in al zijn wijsheid besloten om alsnog de slijptol in het dak te zetten en het gamma met een cabriolet te verrijken. Die nam  meteen een forse voorsprong in verkoopaantallen, waarmee de achtcilinder coupé een zeldzaamheid bleef. 

Ruïneerden originaliteit van de Triumph TR8

Kees Kappetijn bezit prototype nummer 24. Bij aankoop in 2013 liet de algehele staat zich omschrijven als ‘mooi van verre, verre van mooi’, waarbij bepaalde ingrepen de originaliteit ruïneerden. Dat zat de eigenaar niet lekker, net zo min als het toenemende aantal technische aandachtspunten en het slecht passende plaatwerk in vijftig tinten rood, met onderkruipsels van plamuur. Alleen een restauratie kon de TR8 voor het nageslacht kon conserveren, uit te voeren door perfectionist Arthur Denzler. Tijdens het proces belastte Kappetijn zichzelf met het uitpluizen van de exacte kenmerken en het speuren naar schaarse onderdelen. De koets bleek niet slecht, maar er zat toch volop laswerk aan.

Met 60.000 mijl achter de kiezen behoefde de techniek geen grootscheepse revisie en reparatie, behalve de voor dit type unieke stuurbekrachtiging en nog wat kleine zaken. Er zat wel eens iets tegen, zoals een epoxylaag die op twee spatborden losliet, barstende sierstrips en weigerachtige tellers. In het internationale clubleven stuitte Kappetijn op enkele experts die respectievelijk stickers voor onder de motorkap en straps die het dashboardkastje tegenhouden konden vervaardigen. Van de twee thermisch gestuurde chokes nam hij, geadviseerd door Arthur Denzer, afscheid. 

Ook interessant: Citroën BX

Gegrepen

Wanneer je de TR8 van Kees Kappetijn in je opneemt, valt je als eerste op dat de spuiter zijn werk met respect voor de vroegere industriële norm heeft uitgevoerd. In de zin van dat hij zich niet liet verleiden tot extreme hoogglans. Sowieso blijft het een heel karakteristiek ontwerp van Harris Mann, met een wigvorm als sterkste kenmerk. Wie er oog voor heeft, ontdekt steeds meer schoonheid en balans in deze creatie. Laat vervolgens de 3,5-liter V8 van zich horen, dan word je echt gegrepen door de Triumph TR8 en begrijp je subiet dat Kappetijn na zijn interbellum geen weerstand aan deze sportwagen kon bieden, zelfs nog los van de prototypestatus. 

Ook interessant: Volvo PV 544 Special en een restauratie voor het leven

We publiceren deze artikeltjes gratis, en willen dat natuurlijk ook blijven doen. Maar u begrijpt dat dat voor ons niet gratis is. Ondersteunt u dit initiatief en waardeert u het? Overweeg dan eens een abonnement op Auto Motor Klassiek. U helpt ons dan niet alleen de gratis initiatieven betaalbaar te houden, maar ontvangt als bonus ook nog eens elke keer een AMK in de bus. En u betaalt nog maar € 3,30 per nummer in plaats van € 4,99. Elke maand goed voor uren leesplezier.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *