in

Renault Fuego. Het bleef bij smeulen

Renault Fuego

Dat was onterecht. Het ontwerp was aantrekkelijk en uitgebalanceerd, de techniek zowel beproefd als vooruitstrevend. Maar die eeuwige vooroordelen…


Cliché

Amerikanen zijn dik en nep. Allemaal. Duitsers hebben een evolutionaire hekel aan welke grap dan ook, maar zijn statistisch gezien weer niet zo opvallend achtergebleven als Belgen. En om hun eigen knoflookgeur te maskeren zijn Fransen zulke meesters in parfum maken. Maar vooral in slechte auto’s bouwen. Ziehier het gespreide bedje voor de fraaie Renault Fuego.

Goede basis

Met zijn voorgangers, de twee-eiige tweeling 15 en 17, was Renault niet overmatig succesvol geweest. Dat weerhield het oude merk er niet van een hernieuwde poging te wagen om een succesvolle coupé in de markt te zetten. Alle ingrediënten ervoor waren aanwezig. Wat betreft de techniek leunde de Fuego vrijwel geheel op de Renault 18. Er was een slechtere basis denkbaar, in tegenstelling tot wat het vastgeroeste Frans-Vervoer-Is-Altijd-Meuk Oogkleppenlegioen je wilde doen geloven. De techniek ervan was zowat bulletproof en werd in de Fuego gecompleteerd met bijzondere innovaties: afstandsbediening voor de sloten en in de duurste uitvoeringen radiobediening op het stuur vond je destijds op geen enkele andere auto. Zelfs niet als er een driepuntige ster of vliegend grietje op de dure neus werd geëxhibitioneerd.

Werkelijkheid

Natuurlijk roestte de Fuego. Dat deden vrijwel alle auto’s nog, beginjaren 80. Maar dat bruine stigma kleefde vele malen sterker aan Franse auto’s dan aan de rest. Terwijl veel Japanse modellen uit datzelfde tijdperk vaak sneller oplosten dan hun Zuideuropese soortgenoten. Maar dat ging geruisloos. En de elektrische spaghetti die in Italiaanse auto’s doorging voor elektronica was in veel gevallen beroerder dan de techniek van deze Fuego, die er ook op dat vlak steevast flink van langs kreeg van zeikerige zwagers op verjaardagen. In werkelijkheid viel het echt wel mee. De wegenwacht was vroeger een drukke onderneming, maar draaide heus niet alleen op Fuego’s. Alles kon en ging een keer kapot als het auto’s betrof en dat was normaal. De Fuego niet.

De snelste

In 1980 introduceerde Renault deze opvallende coupé, in eerste instantie met een 1,4 of 1,6 liter benzinemotor. De voorbanden gingen best lang mee, 64 of 95 pk deed ze niet in onmiddellijk in rook opgaan. Later werden de rubbersporen op het asfalt al wat dikker: de 2 liter versie bracht het tot 110 pk. De 1,6 liter in de Fuego Turbo streepte 132 pk op het wegdek. De Fuego Turbo Diesel was zelfs een tijdje de snelste dieselauto op de markt, de 2,1 liter grote zelfontbrander bereikte een topsnelheid van 180 km/u. Dat was natuurlijk ook te danken aan de uitstekende Cw-waarde van 0,32 van dit ontwerp, ontsproten aan het brein van Michel Jardin. Zijn collega’s hadden geregeld beduidend mindere dagen.

Joie de vivre

Kijk maar eens naar de concurrentie. Zo’n Scirocco zag er een stuk fantasielozer uit. Duits, vooral. Een Manta uit dat tijdperk werd pas decennia later mooi. De Capri smoelde best lekker, maar ook een stuk lomper dan de flamboyante Fuego. Die leek veel meer lol in het leven uit te stralen dan zijn bloedserieuze concurrenten. Joie de vivre klinkt heel anders dan Lebensfreude. Ruim 225.000 liefhebbers vonden dat ook en kochten een Fuego, tot deze in 1986 weer uit productie ging. In Argentinië werden er nog zo’n 40.000 gebouwd, tot in 1995 ook daar het doek viel voor deze fraaie Renault. De verkoopaantallen maakten de Fuego tot een succes, maar zijn onterecht verkregen imago deed dat meteen en voorgoed de das om. Onuitroeibare vooroordelen als lopend vuur; de Renault Fuego verdiende veel beter. Ce n’était pas juste.


Bent u klassiekerliefhebber en bevallen u de gratis artikelen? Overweeg dan ook eens een abonnement op Auto Motor Klassiek, het gedrukte tijdschrift. Dat ploft voor een luttele jaarbijdrage elke maand bij u op de deurmat. Boordevol interessant leesvoer, speciaal voor de klassiekerliefhebber. Genoeg om u dagenlang van de straat te houden. En alsof dat niet genoeg is, draagt u ook nog eens bij aan het hele platform voor en door klassiekerliefhebbers. Daarbij heeft zo’n abonnement nog meer voordelen. Kijk maar eens op de link hierboven voor meer informatie.


Beste Klassiekerliefhebber

Geniet van dagelijks gratis verhalen over oldtimers in uw email en schrijf gratis in. 


5 Reacties

Geef een reactie
  1. De Fuego vind ik best een mooie auto. Ik heb ook wel in een Renault 17 gereden en die reed best goed. De Scirocco werd al concurent genoemd maar daar zat ik met mijn 1,74 al tegen het hemeltje aan. Het eindeloos geklaag over roest doet me niks. Velen weten niet dat in 1982 de gemiddelde sloopleeftijd van auto’s 7,2 jaar was. (incl schade auto’s) Bron Rai. De kwaliteit is erg verbeterd gelukkig. En de rol van de auto is erg veranderd. Vroeger was men trots op zijn auto en werd die gekoesterd en was men er meer emotioneel bij betrokken. nu is het alleen een dure lastige kostenpost. Daarom maken ze nu een prima Twingo. Ik ben een emotioneel mens, daarom heb ik nog 18 Simca’s

  2. Vanaf oktober 1983 rijd ik een Fuego GTL (KH-65-LL). Inmiddels bijna 35 jaar. Teller staat op 183000 km. Ongerestaureerd; alleen de achterruit/klep is vervangen. Cor van Loenen – Enschede.

  3. Van 1988 tot 1995 heb ik een Fuego GTX 2.0 gehad en vond het een erg fijne en comfortabele auto, Weinig problemen mee gehad wat ik mij kan herinneren.
    Het kenteken was volgens mij de KB-84-XG

    • Mooi! De 2.0 GTX was de Fuego op zijn best, een fantastische keuze. En inderdaad vrijwel probleemloos dus, tegen alle vooroordelen in. Zie er nog maar eens een te vinden….

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

The maximum upload file size: 8 MB. You can upload: image. Links to YouTube, Facebook, Twitter and other services inserted in the comment text will be automatically embedded. Drop files here

Range Rover

monkey

De Monkey, de Dax en ander klein grut