Praktijk en techniek

Oldtimer kopen op veiling of bij oldtimerhandelaar, prijs en transport

By  | 

Als je iemand treft die een oldtimer wil kopen en meldt dat Nederlandse klassiekerhandelaren en veilinghouders allemaal harteloze neoliberalen zijn die rijk willen worden over de ruggen van echte liefhebbers? Dan adem je eens rustig in en vraagt: “Waarom?”


We publiceren deze artikeltjes gratis, en willen dat natuurlijk ook blijven doen. Maar u begrijpt dat dat voor ons niet gratis is. Ondersteunt u dit initiatief en waardeert u het? Overweeg dan eens een abonnement op Auto Motor Klassiek. U helpt ons dan niet alleen de gratis initiatieven betaalbaar te houden, maar ontvangt als bonus ook nog eens elke keer een AMK in de bus. En u betaalt nog maar € 3,30 per nummer in plaats van € 4,99. Elke maand goed voor uren leesplezier.

De veilingen en buitenlandse aanbieders

Even in het kort: De geschatte opbrengsten bij veilingen zijn veel te hoog en in de diverse buitenlanden staan klassiekers die daar aanzienlijk goedkoper zijn dan hier. We gaan nog een keertje voor de basisuitleg zodat wij wel goed ingelichte klassiekerliefhebbers de zaak weer eens strak op lijn hebben staan, mocht u ergens een oldtimer willen kopen.

Eerst maar de veilingen

De vermelde geschatte opbrengsten op veilingen zijn – uitzonderingen daargelaten – aan de hoge kant van het betreffende prijsscala. Verkooptechnisch is dat psychologie 1.0. Het bod waarvoor de klassieker weggaat, is doorgaans lager dan de geschatte opbrengst. Zo heeft de persoon die een oldtimer wil kopen in elk geval het gevoel dat hij zijn aankoop niet te duur heeft gekocht. Ook listig: er wordt gesproken over het ‘winnende’ bod. Dat voelt ook al zo lekker. Maar het is gewoon de hoogste prijs die je als bieder eigenaar van het moois heeft gemaakt. Gewonnen klinkt spannender dan ‘gekocht voor de hoogste prijs’. Dat is niet erg, want het hoort allemaal bij het spel. Bedenk daarbij dat er om een oldtimer te kopen bij een veiling altijd bijkomende kosten zijn. Die staan tegenwoordig glashelder vermeld op de sites. Maar als je die info niet oppikt, dan is dat hinderlijk.

Misschien ook interessant: Klassiekertransport, een vak apart

Halen of brengen?

Als de oldtimer die je wilt kopen dan ook nog eens in het buitenland staat, op Catawiki staan uit Italië en Spanje de mooiste klassiekers, dan is er ook nog dat transportdingetje. Denk daarbij aan bedragen tot zo’n 1.000 euro wanneer de buit in Zuid-Frankrijk of Italië opgehaald moet worden. Als je niet enorm veel haast hebt, dan kun je daarbij wat besparen. Er zijn een aantal Nederlandse autotransporteurs die door heel Europa halen en brengen. En ze hebben niet altijd retourlading. Op die manier kan een ophaalpunt in het langsgaan aangedaan worden. Dat kan dus schelen. De transporteur heeft zo onverwachte retourlading en kan daarbij nogal eens een vriendelijker tarief hanteren. Het kan geen kwaad om dat in elk geval even aan te kaarten.

Maar het kost altijd geld

Maar linksom of rechtsom: een klassiekerhandelaar die een oldtimer gaat kopen moet die transportkosten voor zijn eigen handel ook betalen. En in zijn verdienmodel past natuurlijk dat hij die kosten, plus doorgaans het controleren en eventueel in orde maken van zijn aankoop voor verkoop ook doorberekent. En ergens in dat traject wil hij ook een beetje winst maken. Want ook handelaren in klassieke auto’s moeten gewoon voor hun boodschappen betalen.

Het leukst is het natuurlijk om zo’n nieuwe aanschaf zelf op te gaan halen

Dat kan als de eerste reis op eigen kracht gaat direct de beste test van de aankoop zijn. De administratieve afhandeling en het regelen van de verzekering op chassisnummer van de oldtimer die je gaat kopen, en naam van de nieuwe eigenaar is een administratieve standaardprocedure. Bedenk daarbij wel dat het halen en naar huis brengen van een klassieker doorgaans vrij enerverend is, wanneer je met een onbekende auto met onbekende onderhoudshistorie lange autosnelwegritten gaat maken. Aan de andere kant: Een kennis nam gewoon een week vrij om zijn in Spanje gekochte R4 naar huis te slenteren.

Tandemasser

Een goede tweede keus is om een stevige tandemasser achter een auto met voldoende trekkracht te hangen. Op Franse autosnelwegen mag je daar 110- of 130 kilometer per uur mee rijden. Dus dat schiet lekker op.  In Zwitserland is 80 kilometer per uur ‘de Max’. En rijd daar zeker niet sneller. De Zwitserse boetes op snelheidsovertredingen zijn enorm. Een bevriende dynamische motorrijder maakte het wel erg bond: Hij werd aangeslagen voor 5.000 Zwitserse franken en hij was zijn motor kwijt. Oh ja: sjor de nieuwe aanschaf wel serieus vast. We hebben ooit iemand zijn klassieker zien verliezen op Velperbroek. Sneu.

Zo een oldtimer die je gaat kopen ophalen kost dus tussen de twee dagen en een week. In die tijd moet er getankt, gegeten en geslapen worden. Dat kost geld, maar de ervaring is onbetaalbaar.

Eigen klassiekers eerst

Voor mensen met een wat strakker tijdschema die prettig op zeker willen spelen is het dus toch het handigst om bij een Nederlandse klassiekerspecialist te kopen. Dat doen veel buitenlanders ook. Omdat klassiekers uit Nederland blijkbaar bekend staan om hun realistische tot goed prijs kwaliteit verhouding.

Het is en blijft specialistenwerk.

Een detail: Bedenk wel hoe je een op zijn buik liggende DS op de tandem-asser krijgt

Het ophalen moet ook doordacht worden

 

 

 

 

 

Nu in de winkel, het juninummer

Auto Motor Klassiek van juni ligt nu in de winkel. Dus haast u om een nieuw exemplaar te bemachtigen. Voor maar 4,99 een garantie voor zeker een paar uur leesplezier.

Als hoofdartikel hebben we een uitgebreid aankoopadvies van de Mercedes-Benz S-klasse W116. Alles wat u moet weten, vanaf zwakke punten tot specialisten en lectuur. Een must voor de koper, maar zeker ook voor de liefhebber.

In het juninummer hebben we weer een paar mooie restauratieverslagen. Een daarvan is er een van de restauratie van een Innocenti 90L uit 1981. Maar zeker interessant is ook de restauratie van de Victoria Vicky type 117, van een jonge Belgische bromfietsliefhebber. Hij heeft er nog meer gerestaureerd of in de planning staan. Waaronder een DKW en Express. Ook de Moto Guzzi V7 Special uit 1971 is helemaal gerestaureerd.

Natuurlijk worden alle auto- en motorverhalen weer voorafgegaan aan tientallen pagina's met korte berichten, vanaf praktische tips tot en met historie, klassiekers die we onderweg tegenkwamen en diverse columns waar het hebben van een klassieker, het sleutelen aan een klassieker en zelfs het hobbymatig handelen van klassiekers centraal staat. Bovendien natuurlijk ook meer dan veertig pagina’s met klassiekers te koop, die soms online niet verder aangeboden worden. Het perfecte leesvoer voor deze lastige tijden. Haal hem daarom snel in huis en neem alvast een abonnement, zodat u de volgende editie niet mist.

En verder ook nog:

  • Ford Thunderbird 1966
  • Panhard 24 CT
  • Solex van Tivan
  • Beleef de bevrijding
  • ROZ Classic 2020

Meer over wat er in deze editie allemaal staat ziet u op onze pagina deze maand.

 

Ook leuk om te lezen…


Dolf Peeters, automotive journalist, tekstschrijver, vertaler, lid van de Heeren van Arnhem

2 Comments

  1. Ric van Kempen

    26 januari, 2020 at 06:57

    “Zo heeft de persoon die een oldtimer wil kopen in elk geval het gevoel dat hij zijn aankoop niet te duur heeft verkocht.”
    Ik neem aan dat daar gekocht had moeten staan, Dolf?
    Verder weer een erg duidelijk verhaal.
    Tip: Ik kocht een Fiat 500 in Napels, liet ‘m daar reviseren en ging met de autotrein uit Noord-Italië naar Keulen. Scheelde 1000 onzekere km’s.
    Groet, Ric

    • Dolf Peeters

      27 januari, 2020 at 12:10

      Dag Ric, Ik koop te duur en verkoop voor te weinig. Daarom ben ik nooit in de handel terecht gekomen. Maar jouw aanpak is top!

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *