Praktijk en techniek

Het kopen van een Rover P5 of P5B

By  | 
De Rover P5 en P5B, ’n juweel van ’n auto, maar wel oppassen bij aankoop!

De Rover P5 en P5B, ’n juweel van ’n auto, maar wel oppassen bij aankoop!

Onlangs geconfronteerd met een liefhebber die zijn zinnen had gezet op een Rover van het type P5, maar al knutselend zijn interesse verloor omdat hij van de ene ramp in de volgende terechtkwam. Zo’n Rover is een juweel en straalt Britse aristocratie uit en niet alleen omdat het een jaar of veertig, vijftig geleden het favoriete vervoer was van het Britse koningshuis. Het blijft dus altijd zonde en heel jammer als zo’n edelkoets uiteindelijk gekannibaliseerd wordt…

Voordat u aan zo’n Rover begint, willen wij proberen u een beetje wegwijs te maken in het P5 (en P5B) mijnenveld. Het grootste probleem voor deze Rover vormt de roest. Rover’s eerste zelfdragende carrosserie en net zoals zijn soortgenoten over engineered en vol met roestgevoelige ‘doos’ constructies. ‘Roest’ is door iedereen te zien in de deuren en de spatborden, maar controleer de dorpels goed, de voorzijde van de wielkasten aan de achterzijde en de binnenschermen achter. Hoe meer u kijkt (en voelt), hoe meer roest u zult ontdekken. Het interieur, leer en hout – de latere typen hebben ook nog picknicktafeltjes -, moet in goede staat verkeren, want vervangen dan wel repareren is een uiterst kostbare zaak. En kunstleer wilt u in zo’n auto in ieder geval niet hebben! Bestudeer de vloerbedekking ook goed, natte vloerbedekking betekent roest in vloerdelen, lekkerij van ramen en deuren. De 3 liter zes cilinder in de P5 staat erom bekend dat-ie naast een flinke slok benzine ook verzot is op olie en verbrande kleppen, gek genoeg alleen in de laatste cilinder. De kleppen moeten dan ook meer dan regelmatig gesteld worden. Ook de oliedruk laat vaak te wensen over. Is de motor nog goed, dan bestaat er eigenlijk geen mooiere zespitter, zo mooi rustig als een goede motor kan lopen. De (latere) P5B met 3,5 liter V8 moet regelmatig van nieuwe olie (en oliefilter) voorzien worden, want anders gaat het helemaal fout met de zelfstellende – hydraulische – klepbediening. U kunt ’t horen, want de motor tikt (en rammelt) dan overduidelijk, hoewel het ook kan betekenen dat de nokkenas versleten is (dat komt ook door niet regelmatig olieverversen!). Loopt de V8 onregelmatig dan heeft dat te maken met de afstelling van de twee SU carburateurs; trekt-ie niet, dan naast de carburateurs ook de juiste timing van de ontsteking (laten) controleren. De hitte onder de motorkap – in files op te doen – kan zorgen voor de zogenaamde vapour lock, een bekend probleem bij de P5B. In zo’n geval moet u (noodgedwongen) even pauzeren omdat de motor dan afslaat en niet meer aan de praat is te krijgen. In zo’n geval zoekt u een veilig heenkomen en zet de motorkap open, dan koelt het geheel sneller af… Vanaf 1960 was stuurbekrachtiging in de P5 een accessoire en werd na 1960 standaard gemonteerd. Het grootste probleem bij deze power steering is lekkage. Het probleem zit ‘m vaak in versleten slangen of in het versleten stuurhuis. Onderdelen en gereviseerde exemplaren zijn te koop bij merkspecialisten. De meeste P5’s – vanaf 1965 – en alle P5B’s werden met een automatische drieversnellingsbak van Borg Warner uitgerust en zorgt ervoor dat u stijlvol kunt rondtoeren. P5’s van voor 1965 hadden een handgeschakelde vierbak al dan niet met een overdrive. De automatische versnellingsbak kan het koppel van de V8 nét aan, dus vermijd de stoplight Grand Prix. Stijlvol bij het verkeerslicht wegrijden dus. Mocht de auto niet achteruit willen rijden, dan ligt dat veelal aan een té laag oliepeil in de bak. Mocht bijvullen niet helpen, dan is die gewoon (…) kapot, moet gedemonteerd worden (’n aardig klusje) en gereviseerd worden (’n kostbare grap). Af fabriek stond deze Rover op diagonale banden. Vanaf de eind jaren zestig konden er op speciaal verzoek ook radiaalbanden gemonteerd worden en dat leverde veel en veel meer rijcomfort op. Had de P5 nog gewone schijfwielen, de P5B kreeg de veel fraaiere Rostyle wielen. Verchroomd met zwart. Ook deze wielen kunnen verschrikkelijk roesten. Restauratie is een kostbare zaak! Om u een beetje een idee te geven wat de onderdelen kosten, een nieuw voorspatbord in polyester – in ‘blik’ zijn ze niet meer te koop – kost ongeveer 150 euro per stuk. Een achterspatbord – waarvoor hetzelfde geldt – verlangt van u een bijdrage van ongeveer 120 euro. Een compleet roestvaststalen uitlaatsysteem voor de P5 3 liter kost – exclusief de montage – een kleine 750 euro; voor de P5B 3,5 liter 500 euro en daar krijgt u nog wat wisselgeld terug. Een remschijf kost een kleine 50 euro… Genoemde prijzen exclusief BTW, verzending en montage.

 

2 Comments

  1. Wim de Groot

    26 februari, 2013 at 13:38

    Dit zijn normale verschijnselen, Bij Garage Lanser in Sliedrecht werden deze directieautos verkocht,
    als er een verkocht werd kwam er een monteur bij. Werk en garantie vanaf nieuw levering. Dacht u dat dit na 50 jaar over is. Gr Wim.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *