in

Ford Capri 2.0S V6 uit 1979, uit het archief van Auto Motor Klassiek

Ford Capri 2.0 S V6 1979

De Ford Capri 2.0S V6 heeft een vrij markante uitstraling. Een lange motorkap, een compact passagierscompartiment en een kleine kofferbak. Er zijn natuurlijk auto’s met meer binnenruimte en een veel handiger instap naar achteren. Er zijn ook auto’s met meer motorvermogen en véél meer bagageruimte. Maar ja, daar staat dan weer geen ‘Capri’ op.

Je valt voor de looks van de auto als boegbeeld van de roaring seventies. Zo wilden wij dat de auto’s eruitzagen in die jaren.

We publiceren deze artikeltjes gratis, en willen dat natuurlijk ook blijven doen. Maar u begrijpt dat dat voor ons niet gratis is. Ondersteunt u dit initiatief en waardeert u het? Overweeg dan eens een abonnement op Auto Motor Klassiek. U helpt ons dan niet alleen de gratis initiatieven betaalbaar te houden, maar ontvangt als bonus ook nog eens elke keer een AMK in de bus. En u betaalt nog maar € 3,30 per nummer in plaats van € 4,99. Elke maand goed voor uren leesplezier.

Interieur

De zit in de in de Ford Capri 2.0S V6 gemonteerde Recaro’s (standaardmeubilair in de ‘S’ uitvoering) is laag en stevig. De stoelen zijn voldoende verstelbaar en de zitpositie ten opzichte van het stuur is prima te noemen. Het dashboard is hoog; de chauffeur van de Capri kijkt net over de rand heen.

Van de motorkap die je alleen de middelste ‘power dome’ en voor de lengte van de auto zelf zul je toch echt wat ervaring moeten opdoen. De neus van de Ford Capri 2.0S V6  is namelijk lang. Ernstig lang. Achterin kun je kinderen vervoeren, mits zij niet jonger zijn dan vier en niet ouder dan acht. De inmiddels wettelijk verplichte kinderstoeltjes zijn door hun formaat amper achter in de Capri te plaatsen. En als het qua ruimte niet lukt, dan begeeft je rug het wel na een dergelijke exercitie. Voor kinderen ouder dan acht jaar is wel plaats, mits zij geen benen hebben. Feitelijk is de Capri een 2+2 en geen volwaardige vierzitter.

Onder de kap

De ietwat slome tweeliter V6 ligt keurig in de lengterichting geplaatst in het vooronder. Er had er nog wel eentje bij gepast, zo ruim is alles opgezet. De uitlaatgassen worden afgevoerd doo twee, voor de V6 kenmerkende uitlaatpijpen. Aan iedere kant van de auto één. Zo herken je in één oogopslag de zespitters van de mindere goden, want die hebben alleen links een uitlaat.

De 90 pk die de V6 er uit perst zijn toereikend, maar meer ook niet. Auditief is de Ford Capri 2.0S V6 een feest, want de zescilinder laat zich uitstekend horen. Maar de prestaties zijn niet om over op te scheppen op verjaardagen. De acceleratie van nul naar honderd neemt toch al gauw 13 seconden in beslag. Het sportieve uiterlijk van de Capri staat in schril contrast tot zijn prestaties.

Tussen wal en schip

Zo bekeken valt de Ford Capri 2.0S V6 een klein beetje tussen wal en schip: hij ziet er uit als een sportwagen maar bezit het karakter van een normale gezinsauto. En dan te bedenken dat er ook nog viercilinders geleverd zijn van 2000 cc, 1600 cc, 1500 cc en zelfs 1300 cc. Met die laatste zou ik de snelweg niet eens op durven, maar ook hier speelt het oprukkende referentiekader mij wellicht parten. Vroeger, in de vroege jaren zeventig, was 100 pk in een auto een uitzondering. Slechts enkele exoten schopten het destijds tot over de 100 pk-grens. Ford had het zo gek nog niet bekeken door de Capri ook met kleine motoren te leveren. Dat hield de auto betaalbaar en zo kwam hij binnen bereik van velen en dat droeg mede bij tot het succes van de auto.

Deels overgenomen uit Auto Motor Klassiek nummer 6 van 2011.

Ook interessant om te lezen
De Ford Capri, het Europese icoon van Ford
– Tickford Capri Turbo
Ford Capri 2.8 Injection (1983)
Ford Taunus GXL Coupé 2,3. Een familielid van Popke Hoekstra
Opel Manta en Manta! (der Film)

4 Comments

Leave a Reply
  1. Blijft mooi en emotie. De auto uit het artikel is een kopie van de 2.0s V6 die ik zelf ooit bezat. De mijne had stoere wolfrace-velgen, een accessoire dat perfect bij de uitstraling van de auto paste. Soms heb ik spijt dat ik de auto verkocht heb, maar er moesten een paar zaken onderhanden genomen worden. En zoals zo vaak: samenwonen, huis etc. Dan ontbreken geld en tijd voor de hobby. En heb je een auto nodig die het elke dag doet. Dus kwam er een aanzienlijk minder icoon, maar wel nieuw: een vuurrode Daihatsu Charade 1.3 TX. Met 84pk een pittig karretje. Inmiddels rijd ik youngtimer. Voor mij iconische auto’s die destijds onbetaalbaar waren. Een e39 525M-sport met handbak. Maar toch mis ik de TT-44-NJ nog steeds.

  2. Wat betreft de 1300 uitvoeringen , die ook in de Taunus te vinden waren . was dat meer de optie voor de zuiderburen , was belastingtechnisch gunstig .

  3. Hoewel de eerste serie , zoals meestal de mooiste was ( ook bij de Manta was dat zo ) kreeg ook deze Capri een groot aantal bewonderaars , zeker in de S serie .
    De serie The Professionals waarin Bodie een zilver grijze had en later ook Doyle een goedkleurige S kreeg Nadat diens Escort RS op geheimzinnige wijze van de set was verdwenen , gestolen dus .

    • De Manta S 1.6 in donkergeel, had mijn vader in 1976. Als jongetje was ik zo trots als een pauw daarop. Inderdaad, nooit meer overtroffen door Opel. Van de Capri vind ik dan wel de laatste generatie het meeste auto. Ok, een 2600 RS uit de eerste mag ook.

      Van de Capri sprak het geluid van de 2.0v6 mij erg aan. Na de Manta kwam er in huize Fahrner namelijk zo’n blok. In een Taunus 2.0 Ghia. Bruin, met een kenmerkend lichtbruin skai-dak. Nostalgie. Zo’n v6 moest ik ook een keer hebben.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *