Nieuws

Ford Capri 2.8 Injection (1983)

By  | 

Vaders verzet(je)

Tekst & fotografie: Aart van der Haagen

Waar zijn de tijden gebleven dat je als heer des huizes een statement kon maken in de straat? Zolang je geen al te zware aanslag op de gezamenlijke portemonnee pleegde en je kroost een fatsoenlijke achterbank garandeerde, had je de zegen van moeder-de-vrouw. Bijna 1,9 miljoen verkochte Capri’s bewijzen dat Ford de juiste snaar bij kerels raakte. 

Dit artikel komt uit het decembernummer van 2016 en is nog te bestellen zolang de voorraad strekt. Klik daarvoor deze link.

Vandaag dompelen we ons onder in de wereld van de Ford Capri, niets meer of minder dan de Europese tegenhanger van de Mustang en vanuit diens succes ook geboren als nieuwe melkkoe. Bevrijd uit de oorlog en economisch opbloeiend legde Europa een alomtegenwoordige euforie aan de dag en dacht niemand in beperkingen, maar in kansen. Ford durfde het aan de consumenten een zinderend alternatief te bieden voor de brave burgermanssedannetjes. Voor een Ford Capri tikte je slechts tien, vijftien procent meer af dan voor een technisch min of meer vergelijkbare Taunus en de praktische eigenschappen waren juist voldoende om de man zware keukentafelgesprekken te besparen. Het merk met het blauwe ovaal bedreef heel slimme politiek door de in 1969 gelanceerde coupé zo kaal als een luis en ondergemotoriseerd aan te bieden, met een scala aan opwaarderingsmogelijkheden op alle fronten. Zelfs zonder ze aanschouwd te hebben kun je je het verschil tussen een povere 1300 Custom en een RS2600 gevoelsmatig wel inbeelden. Grappig weetje: de Ford Capri zou eigenlijk als ‘Colt’ ten tonele verschijnen, maar de rechten van die naam bleken al bij Mitsubishi te liggen. Waren de Japanners toch eens eerder. Ford liep in de introductieperiode nog tegen een andere hindernis aan, want de geplande, heel toepasselijke persintroductie op het eiland Capri viel in het water doordat een zware storm de bootovertocht van de auto’s belette. In allerijl week de organisatie naar het Italiaanse vasteland uit.

Luxeprobleem

Om het verdienmodel netjes over de Europese bedrijfstakken uit te smeren en bovendien geen onrust te zaaien door met twee maten te meten betrok Ford zowel haar Engelse als haar Duitse divisie bij de ontwikkeling, maar ook bij de productie van de Ford Capri. De banden draaiden in Dagenham en Keulen, waarbij de auto’s op details, maar vooral motorisch van elkaar verschilden: aan de overzijde van de Noordzee vonden Kent-lijnmotoren en Essex V4- en V6-motoren hun toepassing, terwijl onze Oosterburen liever vertrouwden op hun eigen V-krachtbronnen met vier of zes cilinders. Zij bouwden de auto’s voor alle EEG-landen, terwijl in Groot-Brittannië de exemplaren voor de overige Europese naties van de band rolden. Overigens leerden ook andere continenten de Ford Capri kennen. Een luxeprobleem stak de kop op: de vraag oversteeg het aanbod aanzienlijk, reden om de fabrieken in Genk, Saarlouis, Langley en Halewood bij te schakelen. Teneinde de Ford Capri op de radar te houden bracht Ford in 1972 en 1974 een reeks van wijzigingen aan, wat de fans van de typen 1½ en II doet spreken, de laatste met een derde deur en neerklapbare achterbankleuningen. Bij de eerste verjongingskuur hadden de V4-motoren al het veld geruimd voor Pinto’s met een lijnopstelling en kwam de drieliter Essex overal in omloop.

Turbo

Met het vorderen van de jaren zeventig begon de houdbaarheid van het Capri-concept scheurtjes te vertonen en zag Ford zich genoodzaakt diep in de buidel te tasten voor een ingrijpende opfrisbeurt. Het pompte tien miljoen DMark in de ontwikkeling van een agressiever ogend model met een nieuw dashboard en een sterk verbeterde aërodynamica en wegligging. Recaro mocht het meubilair leveren in de sportief getinte S-versies. Wederom ging het motorengamma op de schop, met als resultaat een 1600 Pinto en V6’en van twee, 2,3 en drie liter. De lichtste en de zwaarste zespitter bliezen in 1980 de aftocht, opgevolgd door een 2.0 Pinto en een 2.8 Injection. Ford liet in een beperkte oplage een turbo los op de Ford Capri en Aston Martin vertoonde eenzelfde kunstje met de Tickford, maar de dagen van de veelzijdige coupé waren zoetjesaan geteld. Hij kreeg vooral last van efficiëntere, veelal snellere hot hatches als de Volkswagen Golf GTI en nota bene Fords eigen Escort XR3(i) plus de Sierra XR4i, die hun oude broer schaamteloos kannibaliseerden. In 1984 kwam de productie in continentaal Europa tot een einde, twee jaar later zagen de Engelsen er ook geen brood meer in.

Te gierig

De Capri-rijder van nu is zijn matje en snor blijkbaar verloren, toch, Hans Verbael?

Dat het verscheiden van deze klassieke coupé de liefhebbers bepaald niet onberoerd liet, blijkt wel uit het feit dat reeds in 1984 de Ford Capri Club Nederland zijn oprichting beleefde. Die is anno 2016 nog steeds volop actief, met een rijkgevulde kalender en zelfs een groeiend ledental, dat de 200 overstijgt. Voorzitter Hans Verbael zorgt voor de ultieme PR door voor dit artikel niet de minste Ford Capri aan te bieden: zijn eigen 2.8 Injection uit 1983, bij connaisseurs bekend als Super Sport en onder die vlag voorzien van een vijfversnellingsbak en een sperdifferentieel. Het van oorsprong Nederlands kenteken versterkt de bijzonderheid, want kaaskoppen zijn over het algemeen te gierig om hun spaarvarken stuk te slaan op een topmodel. De meeste Injections hier te lande stammen uit Duitsland, waar Ford-werknemers ze destijds massaal kochten, verleid door een gunstige financieringsregeling. Die auto’s puilen veelal uit van de toeters en bellen, zoals een schuifdak, een halflederen interieur (Super Injection) en een vijfversnellingsbak met extra lange overbrengingen, om fijn mee over de Autobahnen te jakkeren en BMW-haantjes chagrijnig te maken.

Moederskindjes

Klinkt Italiaans, maar is zo Duits als Bratwurst: stoelenfabrikant Recaro uit de buurt van Stuttgart

Hoe bejaard ook, de Ford Capri boezemt nog steeds ontzag in, als een rimpelige bokser in ruste. De rubberen patserlip op de hatchdeur, de flankdoorsnijdende striping, de contrasterend grijze vlakken onder de dorpellijn en de in 205/60 R13-banden gestoken, twaalfgaats aluminium wielen zetten de toon. Het klopt echter in de basis al: de zwierige fastbacklijn en de neus die Keulen met Aken verbindt bestempelen de Ford Capri van nature tot een onvervalste mannenauto, die in de jaren tachtig en negentig een magneetwerking uitoefende op moederskindjes die hun ware ik met een ruige levensstijl en dito uitstraling verbloemden. De kerels die voor de spiegel met de luchtgitaar Kiss en Whitesnake imiteerden. Ze hingen hun status op aan een Ford Capri, onder een hoek van 45 graden leunend in het weelderige pluche van de stoere Recaro. Geen leder? Ach nee, wat telde waren dat logo en de opstaande wangen. Zo’n fauteuil zit overigens verdraaid lekker. Tot de overige testosteronopwekkende zaken aan boord rekenen we het driespaaks sportstuur en een zesdelig instrumentarium, dat je een comfortabel gevoel van technische controle verschaft, ook al gaf moeke je ondanks al haar zorgzaamheid twee linkerhanden mee. In de praktijk stonden Capristen trouwens bekend als handige vogels, die niet schroomden om Acaciastraat 5a-tuning los te laten op hun trots.

Napoleon

Ondanks de lange snuit en de korte V6 werd het nog aardig proppen

Eigenlijk lees je het er al aan af: de Ford Capri is een coupé van de oude stempel en zo gedraagt hij zich onderweg ook, wat niet tot verwondering leidt indien je het concept doorlicht. Goed, de ingenieurs spendeerden een deel van hun budget om bij Bilstein complete voorveerpoten en achterste dempers in te kopen, maar de starre aangedreven as met bladveren – in het geval van de Injection enkel uitgevoerd – en trommelremmen vormden in de tijd van Napoleon al geen technische hoogstandjes meer, bij wijze van spreken. De twaalfkleps Cologne V6 met centrale nokkenas perst er evenwel een knappe 160 pk uit, gevoed door zes injectoren met Bosch K-Jetronic-aansturing. Hoe dat voelt in een 1190 kg lichte coupé? Lichtelijk spectaculair, wat je al zou kunnen opmaken uit een sprintwaarde van 0-100 km/h in 8,2 seconden en een top van 210 km/h. Direct na het starten zweept de Ford Capri je al op door onrustig, zeg maar ongedurig stationair te draaien, waarmee hij je aanmaant om eens lelijk met je cowboylaars tegen het pretpedaal te schoppen. Een ‘heet’ nokkenasje, daar voor onze neus, dat wordt wel duidelijk.

Ice Bucket Challenge

Met nog koude olie houden we ons echter nog even gedeisd en verbazen ons over de rust die de cabine overvleugelt. De V6 opereert stilletjes achter de schermen, ondersteund door een transmissie met zulke lange overbrengingen dat je je afvraagt of Ford ’m stiekem voor de Granada van Beatrix heeft ontwikkeld. Een beetje spelen op slingerweggetjes kunnen we al wel, wat ons de tijd geeft om te wennen aan de nogal enthousiaste stuurbekrachtiging en de ietwat hakerig, niet overdreven nauwkeurig schakelende vijfbak. Met droog asfalt onder de zolen laat de auto zich gekke capri… olen welgevallen, maar probeer hem niet als eerste uit op een nat bladerdek tussen bomen, want gaat hij tamelijk onverwacht en voor menigeen onbeheersbaar met zijn staart meppen en zichzelf hevig verwonden. Echt een klassieke achterwielaandrijver, een belhamel met on-Duits gemene streken, die de purist een grote grijns ontlokken. Nu mogen we gehoor gaan geven aan het gesmeek van de ingespoten V6, die niets liever wil dan opgejaagd worden. Alsof je een snurkende grizzlybeer ongevraagd aan de Ice Bucket Challenge onderwerpt ontwaakt het blok plotsklaps met een schreeuw die de natuur totaal ontregelt en vlamt de Ford Capri richting de horizon, met een sterk progressief klinkend toerental. We halen door tot net na het bereiken van zijn vermogenspiek, die bij 5700 rpm ligt, waarmee de eens zo goeiige lobbes zich van zijn meest beestachtige kant toont. Dit is mooi, dit bezorgt ons kippenvel! Ineens begint de truc van Ford tot ons door te dringen. De linkerhelft van de toerenteller werd ontworpen voor de gezinstripjes, de rechterhelft voor als pa zijn verzetje nodig had, met drie lege plekken om hem heen. Wat een geniaal concept. De Ford Capri; Daar kun je mee thuiskomen.

Technische specificaties

  • Motor vloeistofgekoelde V6, centrale nokkenas, 12 kleppen
  • Cilinderinhoud 2792 cm3
  • Brandstofvoorziening Bosch K-Jetronic-inspuiting
  • Vermogen 160 pk bij 5700 rpm
  • Transmissie handgeschakelde vijfbak
  • Aandrijving achterwielen
  • Wielophanging vóór McPherson, schroefveren, stabilisator
  • Wielophanging achter starre as, bladveren, stabilisator
  • Remmen vóór geventileerd schijven
  • Remmen achter trommels
  • L x b x h 438 x 170 x 132 cm
  • Gewicht 1190 kg
  • Topsnelheid 210 km/h
  • Verbruik 11,1 l/100 km

Wil je de foto’s full screen bekijken? Klik dan op een van de foto’s in de onderstaande gallery.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

X
X