Nieuws

DKW 3=6. Zo ongeveer

By  | 

Voor de begindagen van DKW moeten we terug naar begin 1900. Naar de vroegste dagen van de verbrandingsmotor. De firma RE (Rasmussen & Ernst) had in de Duitse plaats Zschopau een fabriek waar apparatuur voor stoommachines gebouwd werd. Mede-eigenaar Jörgen Skafte Rasmusen zette in 1916 zijn zinnen op het maken van een door stoom aangedreven  personen- en vrachtwagens.

We publiceren deze artikeltjes gratis, en willen dat natuurlijk ook blijven doen. Maar u begrijpt dat dat voor ons niet gratis is. Ondersteunt u dit initiatief en waardeert u het? Overweeg dan eens een abonnement op Auto Motor Klassiek. U helpt ons dan niet alleen de gratis initiatieven betaalbaar te houden, maar ontvangt als bonus ook nog eens elke keer een AMK in de bus. En u betaalt nog maar € 3,30 per nummer in plaats van € 4,99. Elke maand goed voor uren leesplezier.

In den Beginne

De ontwikkeling hiervan vond in de fabriek plaats onder de naam D.K.W. oftewel Dampf Kraft Wagen. In 1919 bouwde Rasmussen samen met ingenieur Hugo Ruppe zijn eerste tweetaktmotor met een vermogen van 0,25 pk. Dit was een speelgoedmotor met een inhoud van 18 cc. Daarna volgde een fietshulpmotor van 118 cc en 1 pk, waarvan er eind 1922 30.000 stuks verkocht waren.

Van twee- naar vierwielers

De tweetaktmotoren die daarna ontwikkeld werden, waren bedoeld voor motorfietsen. Totdat in 1927 de eerste DKW-auto werd gebouwd: de P15. In 1931 volgde de DKW Front, oftewel F1, een voorwielaangedreven auto, met een 600 cc tweecilinder motor met 18 pk vermogen.

In 1932 werd de Auto Union AG opgericht, een samenwerkingsverband tussen de automerken Audi, DKW, Horch en Wanderer. Als embleem koos men vier in elkaar gevlochten ringen, met daarin de tekst Auto Union, dat vanaf 1932 op elk DKW-product terug te vinden was.

De driecilinder tweetakten

In 1953 kwam met de F91 de eerste DKW-auto met een driecilinder tweetaktmotor op de markt en in 1955 werd de DKW F93 op de automobieltentoonstelling van Frankfurt voorgesteld als ‘der Grosse DKW 3=6’. Met die aanduiding  wilde DKW aangeven dat deze 38 pk driecilinder tweetaktmotor gelijkwaardig was aan een zescilinder viertaktmotor (een tweetaktmotor levert elke twee slagen vermogen, een viertaktmotor elke vier slagen).

In januari 1958 werd Auto Union overgenomen door Daimler-Benz en uit de fabriek in Ingolstadt kwamen toen de kleine DKW Junior en de AU 1000. Hierna volgden de F11, F12 en de AU 1000Sp. De Munga terreinwagen, onder andere gebruikt bij het Nederlandse leger en de F102 zijn de laatste DKW-modellen met een tweetaktmotor. Die Munga’s waren trouwens prima dingen, totdat de Nederlandse defensiespecialisten zich er qua eisen mee gingen bemoeien. En mooi genoeg kregen die defensieclowns later ook weer de kans om de Landrovers voor het NL leger te verprutsen.

Intussen is en driecilinder tweetakt best een slim ding

Zo’n motorblok is klein, licht, loopt mooi uitgebalanceerd rond door zijn ontstekingsinterval en het levert makkelijk een keurig vermogen. Bij de auto op de foto’s is dat zo’n 50 pk bij 4500 tpm uit 981 cc.

In de landelijke omgeving van Zelhem van waar uit Sander Buitink de wereld van klassiekers voorziet is dat vermogen ruim voldoende. De DKW is een levendige metgezel met een heel ruim aanvoelend interieur. De op mengsmering draaiende driecilinder neuriet vanuit het vooronder zijn kenmerkende tweetaktlied en met een gangetje tussen de 80-100 km/u voelt de auto zich perfect op zijn gemak.

Vrijwel rookvrij

Met de huidige mengsmering olie blijf je daarbij gevrijwaard van blauwe rookpluimen. En die bijna restloos verbrandende olie zorgt er ook voor dat het uitlaatsysteem niet dichtslibt met koolresten en vettige derrie. Dat de driecilinder tweetakt een volwaardige tegenhanger is van een zescilinder viertakt? Dat is een beetje hoog gegrepen. Maar het is wel een heel leuke krachtbron voor een mooie, elegante klassieker.

Ook interessant om te lezen:
F12 in plaats van F1, de DKW F12
Een DKW – Auto Union – SP1000 volgens Devin
Audi 100. Hogere middenklasse
Uniek. De enige Audi Super 90 Karmann Cabriolet ter wereld
DKW in Brazilië

 

Nu in de winkel, het augustusnummer

Auto Motor Klassiek van augustus ligt nu in de winkel. Voor maar 4,99 een garantie voor zeker een paar uur leesplezier.

Deze maand een mooie opvallende omslag. De Opel Rekord die Erwin Roosink een paar jaar geleden kocht in slechte staat en volledig restaureerde. Waarna hij als fan van de Dukes of Hazzard aan het uiterlijk van zijn Rekord een eigen draai gaf.

Verder in dit nummer:

  • Fiat 850 Familiare die na een halve eeuw overging naar de tweede eigenaar, die vervolgens beloofde de volgende halve eeuw er goed voor te zorgen.
  • Suzuki GS1000 die in de eind jaren zeventig een nieuw hoofdstuk vormde in de betrouwbaarheid en rij-eigenschappen van de Japanse supersports.
  • De Volvo 340 GL is dan misschien wel geen uniek type auto, maar met zijn 58.000 kilometer op de teller, is de inmiddels 33 jarige klassieker wel in unieke staat.
  • In het praktjkartikel leren interieur opknappen wordt een uitgedroogd leren interieur weer mooi gemaakt.
  • De Toyota Corolla Coupé GT Twin Cam 16 is de laatste tien jaar behoorlijk in populariteit gestegen. Reden voor ons er eens een reportage aan te wagen. We vonden een mooi exemplaar.
  • BMW R100 Mono. In vergelijking met een R69S of een R90S heb je zo’n ‘nieuwe’ R100RT voor wisselgeld. En je rijdt er een mooie motor mee. Een signalement.
  • De Saab 96V4 van Ad van Beurden had al wat rally's gereden, maar om hem echt optimaal te laten presteren, moest er nog het een en ander aan gebeuren. In dit nummer een verslag van de werkzaamheden.
  • In 75 jaar later opnieuw een serie foto's uit de oude doos, waarmee we even terugschakelen naar de jaren van de Tweede Wereldoorlog.

Alle auto- en motorverhalen worden voorafgegaan aan tientallen pagina's met korte berichten, vanaf praktische tips tot en met historie, klassiekers die we onderweg tegenkwamen en diverse columns waar het hebben van een klassieker, het sleutelen aan een klassieker en zelfs het hobbymatig handelen van klassiekers centraal staat. Bovendien ook rond de veertig pagina’s met klassiekers te koop, die soms online niet eens aangeboden worden. Het perfecte leesvoer, ook voor de komende vakantie. Haal hem daarom snel in huis en neem alvast een abonnement, zodat u de volgende editie niet mist.

Meer over wat er in deze editie allemaal staat ziet u op onze pagina deze maand.

 

Dolf Peeters, automotive journalist, tekstschrijver, vertaler, lid van de Heeren van Arnhem

9 Comments

  1. Olav ten Broek

    31 mei, 2020 at 12:05

    Een periode van grote onrust in de Duitse auto-industrie. Tijdens het Wirtzchaftswunder groeiden de bomen hot in de hemel, maar hogere lonen en marktverzadiging gingen vanaf 1960 hun tol eisen. BMW had aan een zijden draadje gehangen tot de Neus Klasse verscheen. Ze konden later zelf Glas overnemen, dat geen Goggomobil meer verkocht en van dure sportwagens niet kon bestaan.
    Het imperium van Carl Borgward (Hansa, Lloyd, Borgward) ging failliet. Messerschmitt stierf een stille dood toen niemand meer in een dwerg auto gezien wilde worden, wat ook het einde was van Zündapp en Heinkel als autoproducenten. NSU ging onderuit aan de ambitieuze Ro80. De K70 zou VW worden. DKW, dat weten we nu. Mercedes nam Hanomag over, de allang niet meer aan NSU verbonden fabriek van de Fiatlicenties Neckar en Jagst sloot de poorten. Met zijn brede programma en stevige marktpositie had alleen Daimler-Benz weinig last en Opel en Ford konden op Amerikaanse budgetten vertrouwen.

  2. Olav ten Broek

    31 mei, 2020 at 11:53

    Op dat moment had Mercedes nog een meerderheidsbelang. Maar in 1967 kreeg VW de meeste aandelen in handen. De eerste naoorlogse Audi kwam dus op de markt met een Mercedes motor onder VW vlag.

  3. Olav ten Broek

    31 mei, 2020 at 11:48

    Het was niet de rookpluim, maar het verbruik dat de driecilinder tweetakt de das om deed. In de DKW F102 was de motor vergroot tot 1200 cc en 60 pk. Dat liep perfect natuurlijk, maar omkeerspoeling heeft boven 300cc per cilinder een surplus aan verbrandingsgassen nodig om de uitlaatgassen te verdringen. Daarom hebben alle grote tweetaktmotoren kleppen in plaats van spoelpoorten.

    Het resultaat was een verbruik van 1:6 tot 1:8, dure mengsmering welteverstaan. De auto kreeg als bijnaam “Der Drei vor die Tankstelle” naar een bekende Duitse komedie.

    DKW kwam met de lulligste oplossing ooit: een extra veertje op de gaskabel zorgde voor een zwaar punt in het gaspedaal, zodat je tot een wat minder levendige rijstijl werd gedwongen. Het hielp niet, de klanten liepen over naar Ford met zijn fraaie Taunus 17m P3 en Opel, met zijn splinternieuwe CIH-motor in de Rekord.

    Mercedes, op dat moment grootaandeelhouder, stelde een nieuw “middendruk” viertaktblok beschikbaar dat met veel passen en meten in het vooronder werd gebouwd en zo werd de Auto Union F103 geboren, onder de typenamen Audi 60, 75 en 80. Audi werd een begrip.

  4. jan bonsema

    30 mei, 2020 at 22:27

    ho ! Foutje het was niet MB die de boel overnam , ik denk dat het VW was immers van de DKW F102 is de Audi 60 ontstaan

    • Dolf Peeters

      31 mei, 2020 at 10:26

      En bedankt voor de aanvulling!

    • Olav ten Broek

      31 mei, 2020 at 11:52

      Op dat moment had Mercedes nog een meerderheidsbelang. Maar in 1967 kreeg VW de meeste aandelen in handen. De eerste naoorlogse Audi kwam dus op de markt met een Mercedes motor onder VW vlag.

  5. Rjab

    28 mei, 2020 at 21:20

    Trouwens een jongen op youtube die zich 2stroketurbo noemt heeft oa zo’n DeutscheKinderWagen.

  6. Rjab

    28 mei, 2020 at 21:17

    Toch wel jammer dat de sw van de webpagina de foto’s over de onderste 2 alinea’s heenplakt🤢 Of is het de sw van mn iPad? Kan ik het verhaaltje niet uitlezen.

    • de redactie

      28 mei, 2020 at 21:29

      Hier is het geen probleem, ook niet op de iPad. Maar onderstaand de laatste twee alinea’s:

      INTUSSEN IS EN DRIECILINDER TWEETAKT BEST EEN SLIM DING

      Zo’n motorblok is klein, licht, loopt mooi uitgebalanceerd rond door zijn ontstekingsinterval en het levert makkelijk een keurig vermogen. Bij de auto op de foto’s is dat zo’n 50 pk bij 4500 tpm uit 981 cc.

      In de landelijke omgeving van Zelhem van waar uit Sander Buitink de wereld van klassiekers voorziet is dat vermogen ruim voldoende. De DKW is een levendige metgezel met een heel ruim aanvoelend interieur. De op mengsmering draaiende driecilinder neuriet vanuit het vooronder zijn kenmerkende tweetaktlied en met een gangetje tussen de 80-100 km/u voelt de auto zich perfect op zijn gemak.

      VRIJWEL ROOKVRIJ

      Met de huidige mengsmering olie blijf je daarbij gevrijwaard van blauwe rookpluimen. En die bijna restloos verbrandende olie zorgt er ook voor dat het uitlaatsysteem niet dichtslibt met koolresten en vettige derrie. Dat de driecilinder tweetakt een volwaardige tegenhanger is van een zescilinder viertakt? Dat is een beetje hoog gegrepen. Maar het is wel een heel leuke krachtbron voor een mooie, elegante klassieker.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *