Artikelen

F12 in plaats van F1, de DKW F12

By  | 

Tweetakten zijn bijna uitgestorven. Ze worden al lang niet meer gemaakt voor moderne auto’s en motoren. Ondanks al hun voordelen. Maar toch: Honda heeft onlangs een tweetaktblok gepatenteerd. Natuurlijk niet zo’n simpele zuigergestuurde tweetakt, maar een ding met kleppen, pompjes en – natuurlijk – elektronica. Maar indertijd maakte DKW auto’s met tweetaktmotoren. Goede auto’s met goede motoren. Eerst waren dat tweecilinders. Later driecilinders. DKW presenteerde die tweetakten als superieur aan de viertaktmotoren van de concurrentie.

En in Den Beginne was er in 1957 de DKW Junior met zijn 660 cc tweecilinder tweetakt, zoals die al bekend was uit DKW’s in 1953 gestopte Meisterklasse.

De DKW Junior was een kleine voorwielaangedreven sedan van Auto Union AG. Tijdens de perspresentatie reageerde men positief op de auto die in 1957 in Frankfurt was gepresenteerd de DKW 600, op de Frankfurt Motor Show in maart 1957. De naam ‘Junior’ werd gegeven aan de inmiddels naar bijna 750 cc gegroeide motor toen die in 1959 in productie ging, sneuvelde tijdens een upgrade 1963, waarna de auto bekend stond als de DKW F12. Naast de salon werd een open ‘DKW F12 Roadster’ gemaakt. Maar dat gebeurde niet in grote hoeveelheden.

De DKW stond bekend om zijn tweetaktmotor. Het was een driecilinder en in verband met het tweetaktverhaal werd die driecilinder ten opzichte van zijn viertakt varianten trots gepresenteerd als 3=6. Een driecilinder tweetakt was daarmee als net zo hoogwaardig verklaard als een zescilinder viertakt. Een aantal Europese autofabrikanten produceerde al tweetakt-aangedreven auto’s in de jaren vijftig, maar tegen de tijd dat de DKW Junior op de markt kwam, begon de tweetakt als krachtbron onder druk te staan. Tweetaktmotoren werden door sommigen gezien als rokend en lawaaierig, maar dat speelde toen minder. Wat het pijnpunt voor de tweetakten was dat steeds meer fabrikanten goede en goedkope viercilinder viertakten gingen maken. En tweetakten waren dorstiger. Dat telde toen ook al.

De DKW F12 werd gebouwd in een daarvoor nieuw neergezette fabriek in Ingolstadt.

En evenzogoed had de Junior, de latere DKW F12 een toen strak moderne lijnvoering. Met staartvinnen! Want lijken op de grote jongens heeft nog nooit iemand kwaad gedaan. De DKW had overigens nog wel een separaat chassis. De driecilinder motor van 741 cc leverde een gezonde 35 pk en was een toonbeeld van betrouwbaarheid. De klank ervan was ongeëvenaard. Of naar de smaak van de toehorende “Heel erg lelijk!”.

De latere vergroting van het blok naar 796 cc maakte het geluid niet veel anders

Het opgegeven vermogen werd er ook niet hoger door. Maar de vergrote driecilinder leverde meer koppel. En dat is altijd goed. Het idee was dat de DKW het moest opnemen tegen de VW Kever. En in dat opzicht had hij best een paar sterke punten. Hij had meer bagageruimte en een ruimer interieur. En met de optionele kachel aan boord werd de temperatuurhuishouding vanaf de herfst veel beter dan van de VW Kever, waarbij koellucht uiteindelijk iets tegen de kou moest doen. Om in een Kever de verwarming iets beter te laten werken adviseerde Volkswagen overigens een portierraam op een kiertje te zetten. Niet om de kou binnen te laten, maar om de – ietwat – verwarmde lucht uit de kachel beter kunnen te laten circuleren/ventileren.

De definitieve uitvoering van deze DKW was vanaf 1963 de DKW F12

Die had een cilinderinhoud van inmiddels 889 cc en leverde dik 40 pk. Veel groter nieuws was dat de DKW F12 de eerste auto in zijn klasse was met schijfremmen aan de voorwielen.

Maar het eind van het tweetakt verhaal was in zicht. Men had het milieu ontdekt. En dat moest gespaard worden. Een op zich zinnig idee.

Vroeg in de zomer van 1965 nam Volkswagen het Auto Union-bedrijf over van Daimler Benz: de productie van de tweetakt DKW’s werd vrijwel onmiddellijk stopgezet. Op de markt hadden de DKW’s steeds meer moeite om te concurreren met krachtigere viertaktmotoren met vergelijkbare afmetingen van Volkswagen en meer recentelijk van Opel. Tegen het einde van 1965 bouwde de fabriek die voorheen werd beheerd door Auto Union, auto’s met Audi-badges, met viercilinder viertaktmotoren die vóór de verandering van eigendom in samenwerking met Mercedes Benz werden ontworpen. In de tussentijd is zo´n DKW nu best zeldzaam. Veel exemplaren, goede exemplaren kregen onverdiend de doodstraf. Want: Vies! Een mooie DKW F12 is echter een begeerlijke klassieker die veel minder schadelijke stoffen uitstoot dan een Jumbo op een goedkope vlucht naar Kreta. Het is altijd altijd maar wat je waarmee vergelijkt.

Dus toen Sander Buitink uit Zelhem hoorbaar grijnzend opbelde met de vraag: `Moet je raden wat ik nu heb!`was de afspraak snel gemaakt.  Zo´n DKW F12 is een vertederend, maar serieus en goed gemaakt tijdmachientje. En op secundaire wegen kun je er heerlijk van genieten terwijl je op een beschaafde manier bekijks trekt!

 

DKW F12

 

DKW F12

 



Ook leuk om te lezen…

contentbanner

Nu in de winkel

Het novembernummer van Auto Motor Klassiek, met deze maand onder andere restauratieverslagen van de NSU Prinz, b en een Rabeneick prototype. Heel bijzonder is de Honda City, sowieso bijna niet gezien in Europa en deze is ook nog eens nieuw.

En verder:

  • Rover P5B Coupé
  • Laverda RGS
  • Shelter en andere dwergauto’s
  • 40 jaar Lancia Delta
  • Oldtimer en Classic Cars Leek

En meer dan 25 pagina's nieuws, technische tips, evenementenverslagen, previews en ruim 40 pagina's oldtimers te koop. Abonneer nu en bespaar bijna 40% per maand.

Dolf Peeters

Dolf Peeters, automotive journalist, tekstschrijver, vertaler, lid van de Heeren van Arnhem

    4 Comments

    1. Olav ten Broek

      20 oktober, 2019 at 13:42

      De klank van zo’n driecilinder tweetakt is alleen rommelig bij onbelast, stationair lopen. Eenmaal belast en op een hoog toerental, dan loopt zo’n machientje als een elektromotor zo rustig. En een tweetakt hangt heerlijk aan het gas.

      De doodsteek was de latere DKW, de F-102. Die had een 1200cc motor. Een tweetakt met omkeerspoeling is zuinig tot ongeveer 300 cc per cilinder, daarboven is de spoeling niet goed te krijgen en gaat teveel benzinedamp onverbrand de uitlaat in. De auto kreeg als bijnaam “Die drei vor der Tankstelle” naar een beroemde komsiche film.

      Overigens zijn de grootste motoren ter wereld, de motoren van grote zeeschepen, allemaal tweetakt. Maar dan met inlaatpoorten en uitlaatkleppen. Voor constante toeren de meest efficiënte motor.

    2. Leo

      18 oktober, 2019 at 22:41

      Werd de Junior niet de F11 en later met de grotere motor en luxer uitgerust de F 12? Of herinner ik me dat verkeerd?

      • Bos t.j.m.

        19 oktober, 2019 at 19:16

        De F 11 werd inderdaad de F12. Die had een 889cc 3cil 2 takt motor met 45 pk

        3=6 werd tenslotte alleen gebruikt bij de F93/94 modellen en de KW 3=6 Monza

        De uiterst zeldzame sportcoupe die slechts 115 keer werd gebouwd in de periode

        1956/1958.

        • werner

          21 oktober, 2019 at 12:13

          En de F91 dan , hoort die er niet meer bij ?????

    Leave a Reply

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *