Bijzonder

Suzuki SC100 GX, een Kei car

By  | 

Japan is een – soort van – land waar er langs de randen van een heleboel hoogst onpraktische bergen wat strookjes bebouwbare grond liggen. Als Japanners hun eigen land hadden mogen ontwerpen, dan hadden ze dat vast beter aangepakt.

We publiceren deze artikeltjes gratis, en willen dat natuurlijk ook blijven doen. Maar u begrijpt dat dat voor ons niet gratis is. Ondersteunt u dit initiatief en waardeert u het? Overweeg dan eens een abonnement op Auto Motor Klassiek. U helpt ons dan niet alleen de gratis initiatieven betaalbaar te houden, maar ontvangt als bonus ook nog eens elke keer een AMK in de bus. En u betaalt nog maar € 3,30 per nummer in plaats van € 4,99. Elke maand goed voor uren leesplezier.

De Suzuki SC100 GX

Gelukkig zijn Japanners doorgaans kleiner dan Noord-Europeanen. Dus die winst hebben ze. Maar ruimtegebrek is in de Japanse stedelijke agglomeraties altijd wel een dingetje geweest. Daarom maakten de Japanners voor de thuismarkt…. kleine auto’s. Sterker nog: heel kleine auto’s. En of de Suzuki SC100 GX het Japanse kleinschalige antwoord op de Porsche 911 was?

De kei-cars

Doordat er in Japan een mild belastingklimaat bestaat voor zéér compacte auto’s, de zogenoemde Kei-cars, heeft dat in de afgelopen decennia geresulteerd in een flink aantal opmerkelijke voertuigen. De criteria om voor de belastingvoordelen in aanmerking te komen zijn simpel. Een Kei-car mag niet langer zijn dan 3,40 meter, niet hoger zijn dan 2,00 meter, geen grotere motorinhoud hebben dan 660 cm3 (in 1966 was dat nog 360 cc!) en niet meer vermogen produceren dan 64 pk.

Dat Kei-car fenomeen is een serieus ding

Kei-cars waren business. De fabrikanten deden – en doen – dus dapper mee. Zo waren er de Daihatsu Fellow, de Daihatsu Fellow Max Hardtop, de Daihatsu Leeza Spider, de Daihatsu Mira Walk Through Van, de Honda S 500, de Honda Z, de Honda Vamos, de Mazda Carol 360, de Mitsubishi Minica, de Subaru 360, de Suzuki Suzulight, de Suzuki Fronte en nog wel een paar meer waaruit blijkt dat het noemen van de namen van heel kleine autootjes best veel ruimte kan gaan kosten.

Terug naar de Suzuki SC100 GX Coupé

In Japan werd de Suzuki als pure Kei-car gelanceerd in 1977 met een 539 cc kleine, 30 pk leverende driecilinder tweetaktmotor. Bij ons arriveerde de SC100 in 1979 met een 970 cc viercilinder van bijna 50 pk. En het Nederlandse publiek reageerde best enthousiast. Nimag verkocht dik 3000 exemplaren van de SC100 in de drie jaar dat het autootje hier leverbaar was, en in Engeland werden er ruim 4500 van verkocht.

Met een lengte van 3.190 millimeter en een breedte van 1.395 millimeter is de kleine Suzuki maar iets langer en aanzienlijk smaller dan een Smart ForTwo – maar die heeft slechts twee zitplaatsen, de Suzuki heeft er vier. Nou ja, vier: om achterin te passen, moet je wel klein zijn en met behulp van een schoenlepel willen instappen. De praktische insteek is om de achterruit open te klappen en de achterbank te gebruiken als aanvulling op de bagageruimte die hij, à la 911, voorin biedt.

Lood in de bumper

Als je je toch aan achterkant staat, dan kun je ook op excursie naar de motorruimte, waar de motor boven de achteras hangt. (Suzuki moest ballast toevoegen in de voorbumper om de ten opzichte van de voor het thuisland bedoelde zwaardere 970 cc motor tegenwicht te bieden.) Ondanks de extra ballast aan de neus woog de Suzuki maar 648 kilo.

De Suzuki is een dapper autootje, dat rijdt als een skelter

Er zijn er maar bar weinig van over. Roesten deden ze nog beter dan rijden. Ons fotomodel, een unieke overlevende,  vonden we bij Garage de l’Est, het bedrijf dat voornamelijk bekend is vanwege het aanbod van Franse klassiekers in topstaat.

 

Suzuki SC100 GX

Goed voor bijna 50 pk en een top van 140 km/u

 

Nu in de winkel, het julinummer

BMW 318i, Fiat 500 Abarth, Chevrolet Fleetmaster

Auto Motor Klassiek van juli ligt nu in de winkel. Dus snel naar de boekwinkel voor een nieuw nummer. Voor maar 4,99 een garantie voor zeker een paar uur leesplezier.

Lekker zomers prijkt op de omslag de BMW 318i cabriolet van Femko de Jong. Hij bracht de auto tot in perfectie. U leest er alles over in nummer 7.

Erg interessant vinden we zelf de ombouw van een Chevrolet Fleetmaster naar een custom. Dat is niet zomaar klakkeloos gedaan. Het was een echt ingrijpend project. Zelfs de klompen van de eigenaar moesten eraan geloven. Ook de restauratie van de Fiat 500 waarvan in dit nummer een verslag, zou je onder de noemer custom kunnen scharen. De auto was in erbarmelijke toestand, dus een intensieve restauratie volgde. Eigenaar Henrique Linde gaf er meteen een eigen 'Abarth'-draai aan. Wij vonden het resultaat meer dan geslaagd. Hendri Kampherbeek heeft zijn hart gegeven aan Peugeot. Zelfs wanneer deze voor de tweede keer onder handen moet worden genomen. Zijn Peugeot 405 mi16 kocht hij met een kapotte motor en na de restauratie was het weer bijna mis.

Natuurlijk worden alle auto- en motorverhalen weer voorafgegaan aan tientallen pagina's met korte berichten, vanaf praktische tips tot en met historie, klassiekers die we onderweg tegenkwamen en diverse columns waar het hebben van een klassieker, het sleutelen aan een klassieker en zelfs het hobbymatig handelen van klassiekers centraal staat. Bovendien natuurlijk ook rond de veertig pagina’s met klassiekers te koop, die soms online niet eens aangeboden worden. Het perfecte leesvoer. Haal hem daarom snel in huis en neem alvast een abonnement, zodat u de volgende editie niet mist.

En verder ook nog:

  • Aprilia Moto 6.5 restauratie
  • Honda CB 550
  • Mercedes-Benz 600 Pullman
  • Herinnering aan Stirling Moss
  • Beleef de bevrijding deel 2

Meer over wat er in deze editie allemaal staat ziet u op onze pagina deze maand.

 

Dolf Peeters, automotive journalist, tekstschrijver, vertaler, lid van de Heeren van Arnhem

5 Comments

  1. Bert Kruize

    13 augustus, 2019 at 10:49

    Heb er 1,5 jaar met veel plezier in gereden. Helaas kwam er door een aanrijding waarbij de voorkant eraf gereden werd, daar een abrupt einde aan. Het was net een skelter. Goedkoop ook! 1 op 22 bij lange afstanden met 115 op de teller. Met mijn 1meter 93 trok ik ook wel bekijks als ik uitstapte.

  2. Rob van Wieren

    12 augustus, 2019 at 22:09

    Bij Suzuki gewerkt, en daardoor een paar keer in zo’n Coupé kunnen én mogen rijden.
    Een kart gelijk en bij deze waren de sproeiers ietwat uitgeboord en nog ’n paar kleine dingetjes.
    Gevolg was dat ie over de 160 reed.
    Max 100 was toentertijd de wettelijk norm op onze snelwegen.
    Velen zullen dan ook raar opgekeken hebben als ik ze voorbij reed, ook al reden zij ook harder dan de wettelijke max.
    Zou er nu niet meer aan moeten denken met al die hoog op de poten staande SUV’s……
    Die komen ergens bij je daklijn naar binnen zetten en ruimte om weg te duiken is er niet…….
    Nog een weetje, de kreukelzone zat overdwars voor, in de vorm van een zware balk in de bumper, dit was namelijk het sterkste van de auto en diende tevens als contragewicht voor de zwaardere motor.
    Maar, nogmaals, wat een heeeeeeeeeeeerlijke auto om mee te rijden en wat zou het geweldig zijn zo een te mogen bezitten, samen met haar tijdgenoot en ook hoog op de pootjes die alle vier aangedreven konden worden!

  3. JJ.Sanders

    12 augustus, 2019 at 21:48

    Die Suzuki CK100 had een probleem met zijn benzine tank, die was snel verroest en zeer kostbaar, en doorzien vreemde vormen was er geen mogelijkheid voorheen andere oplossing. Een kennis had er 3 rijden.

  4. Adri Kleisterlee

    12 augustus, 2019 at 21:01

    Dit is in mijn ogen een cult auto(tje).
    Ik heb ongeveer een jaar in een zilvergrijze SC100 GX gereden. Een heerlijk karretje, en wat een wegligging bij droog weer welteverstaan. Bij en nat wegdek kon het wel eens gebeuren dat bij hard remmen de achterkant voorbij de voorkant kwam zetten. Een pirowet was dan ook zo gemaakt 😉
    Al met al, een leuk en aandoenlijk wagentje waarmee ik verschrikkelijk veel plezier heb gehad.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *