Column

Stoppen voor pechhulp

By  | 

Stoppen voor een medemotorrijder die pechhulp nodig heeft. Wie doet dat nog? Wij klassiekerrijders doen dat nog! Omdat het altijd leuk is nieuwe mensen te ontmoeten. En als je iemand helpen kunt, ach… waarom niet? Waar we vroeger dan direct een gereedschapsrol uitpakten en met geïmproviseerde mogelijkheden onderdelen, zoals een zuiger van een bierblikje, of een drijfstang van een stuk eikenhout, maakten, is het leven nu eenvoudig. Is er geen benzine, dan kunnen we helpen.

Als de gestrande motorrijder zijn – of haar – GSM vergeten heeft, dan ook. Anders is het tegenwoordig iets electronisch en dan kunnen we niet helpen.

Oh ja; een tubelessband kunnen we onderweg ook repareren. Inmiddels heeft de doorsnee motorrijder een GSM en een Mobiliteitsgarantie. Maar wat we nu met gemiddelden aanmoeten? De man die op de Straatweg naast een bijna geheel gedemonteerde motorfiets stond, was duidelijk geen doorsnee-exemplaar. Net zo min als dat zijn motor doorsnee was.

De biker zelf leek – op de twee laag op de heupen hangende Colts na – zo uit ‘The Good, the Bad and the Ugly’ gestapt. Zijn motorfiets leek opgebouwd te zijn uit onderdelen van alle Japanse fietsen van tussen 1980 tot 1990 of daaromtrent. Overal bengelde bedrading. Het zag er allemaal erg serieus uit. Net een paard met een buikschot.

Maar het bleek mee te vallen. Onze Italo cowboykloon vertelde op mild vriendelijke toon dat hij op weg was voor een gesprek over een nieuwe job. Maar hij had wind mee gehad en was dus een half uurtje te vroeg. Die tijd gebruikte hij om verder te gaan met het trekken van extra bedrading op zijn verbazende  tweewieler. “Er staat een 1170 Wiseco kit op. Met een supercharger,” wees hij blij naar het motorblok en de kop waar aan een gigantische carburateur zo enorm veel mooier hing te zijn dan een brandstofinspuiting maar zijn kan.

Voor iemand die een kwartier voor een sollicitatiegesprek stond bleek onze collega motorrijder nog erg rustig. “En waar hij dan wel moest zijn? En hoeveel tijd hij nog nodig had om zijn creatie weer in elkaar en draaiend te krijgen?” Ah. Dat was simpel. Hij wees naar het kantoorgebouw aan de overzijde van de weg. “Ik hoef alleen maar over te steken. En als ik daar klaar ben, dan steek ik weer over en maak het hier even af.”

Ik dook eens in mijn eigen sollicitatie verleden en besefte dat ik mijn zaken nooit zo Zen had aangepakt. De lang bejaste carrièrejager sorteerde wat dingen bij elkaar in zijn rugzak, meldde dat hij even naar de overkant ging. “En geen foto’s maken hoor!”

Ik besloot te wachten, stak een sigaar op en keek nog eens verder naar het technisch samenraapsel voor me. Feitelijk zagen alle dingen die er gedaan waren er gewoon doordacht en professioneel uit. Alleen van die bedrading kon ik niets maken. Ik herkende een ontstekingsschakelaar. Toen ik die omzette gingen er allerlei lichtjes branden. Vreemd…

Halverwege mijn tweede sigaar kwam de Clint Eastwood copycat weer naar buiten. Ik kreeg direct Ennio Moriciones mondharmonicatune tussen de oren. De teruggekeerde sleutelaar gaf me een high five en meldde tevreden “Het is in orde. Ik heb de job.” Al pratend zette hij de tank op zijn plek terug en sloot de snelconnectors van de brandstofleiding aan. De zijdeksel werden ingehangen. De buddy ging er op. Helm op. Handschoenen aan. Contact aan.

Een druk op de knop. De Yamahosuki Special kwam met een huilende compressor op gang. Na een paar rustige halen aan het gas liep het ding met het brokkelige uitlaatgeluid van een blok met heel hete nokkenassen verbazend mooi rustig op nullast. De berijder brulde: “bedankt voor het stoppen!” Gaf gas. Daverde weg. Wat voor baan dat jong nu gekregen had? Wat voor bedrijf er in het neutraal ogende gebouw zat? Geen flauw idee. Maar stoppen voor blijkbaar gestrande motorrijders? Dat blijf ik doen.

Dolf Peeters, automotive journalist, tekstschrijver, vertaler, lid van de Heeren van Arnhem

    6 Comments

    1. Rob van Wieren

      17 september, 2019 at 22:52

      Pracht verhaal en weer ouderwets geschreven!
      Tppert!

    2. Jan van 't Spijker

      25 augustus, 2019 at 10:15

      Weer genoten! Ook van de reactie’s!

    3. Maurice

      24 augustus, 2019 at 21:15

      Ongeveer 8 jaartjes geleden was ik onderweg van mijn werkstek naar huis. Blauwtje baande zich een weg door het overvloedige hemelwater dat op de weg lag. Niets wees erop dat enig onheil zich aankondigde. De laatste verkeersdrempel uit een klein, lintbebouwd, gehucht nemende, begon Blauwtje kort te stotteren en hield na 3 seconden opeens helemaal er mee op. Nog even gestart maar op één enkel loei hard saluutschot uit de uitlaten geen teken van leven meer. Dan maar duwen aan mijn trouwe vazal. Na alle jaren dat hij mij gereden had mocht ik ook eens wat terug doen. Toch? Maar daar doemde de plaatselijke steile helling op. 250m lang en 8% stijging. Tot halverwege heb ik het gered. Toen was mijn tank leeg….Tja, Zuid-Limburg. Je zou er maar wonen!
      Opeens stopt er een auto met jongeren erin. De bestuurder stapt uit en zei meteen dat ze giga haast hadden maar hij mijn ellende niet kon aanzien. Samen hebben wij Blauwtje de berg op geduwd. Ik vroeg hoe ik de jongeman kon bedanken maar hij vond het prachtig dat hij mij had mogen helpen. Met een vriendelijke maar alweer gehaaste groet rende hij berg afwaarts naar zijn auto. Sprong erin en vervolgde zijn weg met overtuiging.
      Na twee kilometers ‘behapbaar vlak duwen’ kon ik Blauwtje bij familie even stallen. Na enig onderzoek bleek de ontstekingsversterker het heden met het eeuwige verruild te hebben. Het inderhaast gehaald nieuw exemplaar werd rap geïmplanteerd en Blauwtje leefde weer. Na 8 jaartjes ben ik de onbekende automobilist nog steeds heel dankbaar. Beste jongen. Als mocht je dit lezen: “Je bent een held!”

    4. Pascal

      24 augustus, 2019 at 10:48

      Hier nog zo’n idioot uit de prehistorie; stip eigenlijk altijd.
      De WW staat meestal niet meteen voor je neus als je belt..

    Leave a Reply

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *