Nieuws

Rijden met een zeldzaamheid: de Fiat 133

By  | 

In 1974 bracht Fiat importeur Leonard Lang de Seat 133 naar Nederland. De Spaanse opvolger van de Seat 850, het licentiemodel van de Fiat 850, debuteerde in ons land als Fiat 133. Het nieuwe kleintje werd tussen de 126 (met tweecilinder motor achterin) en de van meet af aan succesvolle- en moderne- 127 gepositioneerd. Hij viel op door de combinatie van zijn tamelijk moderne vormgeving en de toepassing van beproefde Fiat/Seat 850 techniek. De 133 had onder meer de motor en de aandrijving achterin, en dat was in 1974 voor een nieuwe auto tamelijk conventioneel.

In Nederland was de auto niet de meest gevraagde binnen de Fiat-reeks. Vandaag de dag is de 133 ook daardoor een echt zeldzame verschijning. Een rariteit. Ulko Gosma stelt ons gelukkig in de gelegenheid om zijn gele 133 in de spotlights te zetten. Wanneer wij oog in oog staan met deze markante Fiat construzioni Seat kunnen wij een glimlach niet onderdrukken. Wat ons ook vrolijk stemt is de staat, waarin de in 1976 door Leonard Lang in Enschede geleverde Fiat van Spaanse makelij verkeert: goed en oorspronkelijk.

Ruimteaanbod

Dat geldt ook voor de techniek. De motor en aandrijflijn hebben inmiddels 91.000 kilometer achter de Spaanse kiezen. Wij gaan ervaren, hoe de originele techniek zich vandaag de dag nog houdt. Verder zullen wij een bijzondere rijervaring ondergaan. Wanneer wij plaatsnemen in de 133 merken wij dat Seat zich in de jaren zeventig bij het koetsontwerp en de ruimte indeling liet inspireren door de ontwerpen van de Fiat 126 en de Fiat/Seat 127. Het ruimteaanbod is- met name aan de voorzijde- behoorlijk voor een wagentje van deze afmetingen, hoewel de beenruimte wordt ingeperkt door de sterk naar binnen wijkende wielkuipen. Toch is de bewegingsruimte -en daarbij ook de hoofdruimte- meer dan voldoende, ook voor lange mensen.

Functioneel, eenvoudig, netjes

Het interieur is functioneel, overwegend netjes en eenvoudig ingericht. Achter het stuurtje- met Fiatclaxon- prijkt een lintsnelheidsmeter met onder meer schakelindicatie stipjes en een volwaardige brandstofmeter. Verder kent het dashboard twee ventilatieroosters in het midden, een paar bedieningsknoppen (onder meer voor de achterruitverwarming, standaard op de 133 in Noord Europa) en een afleg vakje waarin de nodige spulletjes kunnen worden opgeborgen. De stoeltjes komen uit de donor 133 van Ulko Gosma, een “L” uit 1979. Het meubilair lijkt klein van afmeting, maar ondersteunt echt heel behoorlijk. Bovendien kan de rugleuning worden versteld.

850 genen

We starten de 843 cc in het achteronder. Om het koude blokje tijdens de eerste minuten op gang te houden wordt het hand choke hendeltje- tussen de voorstoelen geplaatst- uitgetrokken. Het kenmerkende gorgelende en levendige geluid verraadt daarbij direct de genen van de Fiat en Seat 850. Voordat wij de omgeving van Gaasterland gaan verkennen vult de eigenaar brandstof bij. De vulopening bevindt zich binnen het motorcompartiment. Om te tanken moet het kleine motordeksel dus geopend worden. Een leuk gegeven.

Bediening uit andere tijden

Wanneer wij rijden en de motor warm hebben gereden merken we dat de aloude 843 cc krachtbron flink aangesproken moet worden om tot een acceptabele snelheid te komen. Er zijn meer signalen die er op wijzen dat wij met de 133 en zijn aloude techniek minimaal vier decennia terug in de tijd gaan. Neem bijvoorbeeld het schakelen. Die handeling vergt een stevige hand en het juiste gevoel om het volgende en juiste verzet te vinden. Verder merken wij dat de bouwwijze van de 133 invloed heeft op de wegligging. En de besturing stelt veel prijs op corrigerende handelingen van de chauffeur. Ook het remmen is een verhaal apart. Het is in de 133 een kwestie van ruim op tijd de voet naar het middelste pedaal plaatsen. De niet bekrachtigde trommelstoppers vertragen pas, als het pedaal diep is ingetrapt. Het is een kwestie van anticiperen.

Leuk: echt ouderwets autorijden

Wij vinden het mooi om in de 133 aan het werk te zijn. Want dit is echt ouderwets autorijden. De 133 biedt een vorm van welhaast basale automobiliteit. Hij zong in technisch en mechanisch opzicht zijn eigenzinnige en ouderwetse lied, dat vandaag de dag nauwelijks meer wordt gehoord. Dat, en de opgetreden zeldzaamheid maken deze Spaanse Fiat uniek. Daarom zijn wij de eigenaar dankbaar voor het feit, dat hij deze prettig eigenwijze rariteit in ere heeft gehouden. En ons een bijzondere ervaring heeft bezorgd. In een mooie landelijke omgeving bovendien. Het is exact díe setting, waar deze markant getekende klassieker zich het meest op zijn gemak voelt. En nogmaals: wat is-ie leuk!

Uiteraard leest u in één van de volgende uitgaven van Auto Motor Klassiek meer over deze unieke auto.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

X
X