in

Fiat 127. Herinneringen aan een icoon

Eén van de meest succesvolle Supermini’s van de jaren zeventig viert dit jaar zijn vijftigste verjaardag. De Fiat 127 werd Auto van het Jaar 1971 en binnen drie jaar stond de teller al op een miljoen geproduceerde exemplaren. Tot in 1983 bouwde Fiat de 127 in Italië, onderverdeeld in drie generaties. Reden genoeg om een column te wijden aan de sympathieke en slim vormgegeven Italiaanse druktemaker, die nog altijd een gevoel van blijdschap bij mij oproept.


Tijdens mijn eerste zes levensjaren passeerden thuis drie nieuwe exemplaren van de eerste Fiat 127 generatie de revue. En ik was gek op auto’s. Ik speelde ermee. Praatte er constant over. Tekende ze- tot wanhoop van mijn kleuterjuffrouw- veelvuldig. Zo vaak, dat ik op straffe van een plekje in de hoek van het kleuterlokaal andere thema’s voor potlood en papier moest bedenken. Ik componeerde dan heel handig landschappen, uiteraard met een autoweg erin. Zodat ik toch auto’s kon tekenen.

Binnen dat liefdevolle autoperspectief was onze Fiat 127 natuurlijk de beste op aarde. De hele wereld wist wat mijn ouders reden. En ik wilde als jong ventje alles over de 127 weten. Zag de wijzigingen van de eerste serie en de komst van de Special. Ook het knijpen van de motor van 47 DIN-PK naar 45 DIN-PK was nieuws. Net zoals de vierdeurs versie uit Spanje, die in meerdere landen als Fiat werd verkocht.

In 1976 kwam de Fiat-episode thuis ten einde. Maar ik bleef de 127 altijd volgen. Ik was in de herfst van 1977 benieuwd naar de komst van de tweede generatie. De Nuova was gelukkig volkomen als 127 herkenbaar. Leuk vond ik de komst van de 1.049 OHC motor, die in ons land in de CL uitvoering (met uitstelraampjes én een afneembaar tasje aan het portier) werd geleverd. De L was de instapversie, met de 903 cc motor. Het aantal portieren was twee, drie, vier of vijf, uitrusting- en marktafhankelijk. En: er kwam een besteller met een verhoogd laadcompartiment: de Fiorino.

De in oranje met zwarte accenten (of andersom) gebouwde driedeurs Sport -met 70 PK- vind ik echter nog steeds de allergaafste 127. Eén keer reed ik daarmee, en dat was zowel cosmetisch als technisch een subliem wagentje. Oranje was de hoofdkleur van de 70HP waar ik mee reed. Eigenlijk was dit de 127 die in mijn beleving de hele modelserie het meest eer betoonde. Qua kleur, en livery was het smullen. En de door Abarth ingrepen aangepaste motor met tweetraps Weber leek wel verslavend. En nog een keer. En nog een keer. Heerlijk. Nog zo’n leuke versie uit die tijd: de 127 Top, een rijkelijk uitgevoerd driedeurs pretpakket met reguliere 1.049 cc motor. De Top was in bruin en blauw metallic verkrijgbaar. En naar keuze met een vouwdak.

De uitrustingsniveaus “L” en “CL” werden voor het modeljaar 1981 overigens (met detailwijzigingen) omgedoopt in de versies “Special” en “Super”, namen die Fiat meenam naar generatie nummer drie, de laatste échte 127. De opvolger dáárvan was feitelijk een Braziliaanse Fiat 147, en die vormde ook de basis voor de bestel- en de Panoramaversie. Met die 147 afgeleiden (die bij ons dus 127 heetten) had ik persoonlijk minder.

Terug naar de laatste Europese serie. Deze kreeg onder anderen de grotere koplampen en meer kunststof beschermingselementen rondom. Het interieur veranderde ook weer mee. Op sommige markten was hij ook met vijf portieren verkrijgbaar, altijd in combinatie met de 903 cc motor. De laatste Italiaanse 127 had ook weer de driedeurs Sport uitvoering. Die barstte van de onder de huid kruipende details. Het digitale klokje boven de spiegel, de aankleding, de hoofdsteunen met gaaseffect, een dik instrumentarium, de 1301 cc met één dubbele carburateur (75 DIN-PK) en de vijfbak maakten- inclusief de sportieve accenten en fraai lichtmetaal aan de buitenzijde- van de topversie een nieuw feestnummer. Reed óók top.

De derde generatie kende ook het niveau Super. Dat was een luxe versie met vijf versnellingen, marktafhankelijk gekoppeld aan de 903 cc OHV motor of aan de 1049 OHC motor. De instapper van serie 3 was de Special met vier versnellingsbak. Eind 1990 kocht ik zo’n Special (driedeurs) voor een spotprijs. Hij was roestgevoelig, maar mechanisch in redelijke staat. De onvolprezen 903 cc OHV motor stuwde mijn Eerste Eigen Auto met verve voort. En overal.

De met HN-23-VN gekentekende Italiaan was ook vriendelijk voor mijn student-met-bijbaan portemonnee. Na avondjes doorzakken in den lande sliep ik wel eens in het autootje. Toch had ik als uitwonend student ook andere -met name financiële- prioriteiten. Ik verkocht zeven maanden na aanschaf mijn Fiat aan onderbuurman Mark, met het recht op vruchtgebruik. Mark en zijn vriendin reden er een paar maanden later fluitend mee over de Zwitserse Alpen.

Na die zomer- we praten over 1991- kon ik de Fiat terugkopen. Ik deed het niet. Wel ging ik nog geregeld met de Fiat op stap. Uiteindelijk verdween de 127 definitief uit beeld. Ik had spijt als haren op mijn hoofd dat ik mijn eerste auto niet voor 300 piek (guldens!) had teruggekocht. Dat onbehaaglijke gevoel zakte uiteindelijk weg. De liefde voor de 127 bleef. Met name voor de Europese versies, die tot in 1983 werden gebouwd. Nog altijd lees ik met plezier oude publicaties over het ruime toppertje met zijn dwars geplaatste blokje en voorwielaandrijving. En nog altijd word ik vrolijk als ik een Fiat 127 zie.

Nadat ik mijn eerste auto verkocht reed ik gelukkig nog geregeld in een 127, waaronder dus met de genoemde Sportversies uit serie twee en drie. Het is inmiddels vijf jaar geleden dat ik een Fiat 127 bestuurde. Dat was voor een reportage in Auto Motor Klassiek. Ik reed met een Fiat 127 van de eerste serie, nieuw in Nederland geleverd in 1972. Ik wilde de wereld wel uitrijden met de kleine, markant en heel slim vormgegeven Italiaan, die in alles herinneringen opriep. De levendige motor, de rijdynamiek, de twee centrale ronde roosters op het dashboard, het haast sportieve onderstel, de bewegingsvrijheid, het grote stuurwiel, de stoeltjes: ik keerde terug naar de eerste jaren van mijn leven. Jaren, waarin ik dat specifieke sfeertje van de 127 leerde kennen. En waarin mijn autoliefde in beton werd gegoten.

Written by Erik van Putten

27 Reacties

Geef een reactie
  1. Mijn eerste auto. Voor 400 gulden samen met vader gekocht en opgeknapt. Heel veel plezier mee gehad. Ik kan mij zelfs de geur van het interieur nog herinneren. Nog steeds een zwak voor Italiaanse auto’s.

  2. Bij mijn MAVOOtje, die had je toen nog, stond een yoghurtvla gele met op de linker C-stijl FIAT geplakt. In losse letters, met de schuinte mee. De “F” keurig boven. Dat had de eigenaar/eigenares aan de andere kant precies zo gedaan, de “F” weer boven.
    En wij, al boterhammen etend in een rondje om de school, maar lachen om de TAIF.
    Valt me bij bovenstaande foto ineens op hoezeer de 3e generatie 127 al op op de iets later geïntrodu-ceerde , eveneens door Giugiaro ontworpen, Ritmo lijkt.

  3. het is 1981na lange tijd rijden in een Fiat 128 komt er een tweede kleine bij. een wandelwagen + kinderwagen met inhoud en 2 volwasenen in een Fiat 128 wordt een beetje krap. De dealer had nog een 127 staan. Proefrit ging niet want de remmen zaten vast. na de belofte dat alles tip top in orde kwam hem toch gekocht. De crisis kwam en er kwam ontslag. Eigenwijs als we waren begonnen we zelfstandig. Dat geeft in een economische crisis wel eens een probleem en de Fiat deed daar dapper aan mee. De motor liep wat minder maar na wat priegelen met electrodeafstanden ging het nog.
    De accu werd wat minder evenals de kokerbalken, maar ja, we hadden nog geen APK.
    Er werd een stevige accu in de koffer gezet en een 4-aderig rubbersnoer onder de matten door naar de motorruimte gelegd. Na het starten (dat ging wat moeilijk) moest even geventileerd worden om de blauwe dampen en de geur van verbrand rubber er uit te laten waaien.
    Toen kwam het moment dat er onderweg wat kraakte achterin. Nou ja, het reed nog zij het een beetje onzeker. Hij “kwispelde” wat.
    Daags er op maar even kijken; een flinke garagekrik er onder en pompen maar. de achterbumper was ongeveer 80 cm hoog en de wielen stonden nog gewoon op straat.
    Toch maar even de bekleding in de kofferruimte loshalen en ik had een ruim uitzicht op straat; de hele konstructie was weggeroest en de carosserie lag gewoon los op de as. Toch gewoon mee naar huis gereden.
    Omdat de sloperijen (tegenwoordig démontagebedrijven) wat ruimdenkender waren op het gebied van milieu namen ze hem zonder gemor aan en bracht nog 25 gulden op.

  4. Als er 1 auto is waar ik dierbare herinneringen aan heb dan is het wel de 127. Ik heb er in leren autorijden op de houtopslagplaats van mijn vader. Vrienden en familie hadden 127’s. Op de lagere school was ik bevriend met de zoon van de plaatselijke Fiat dealer in Ruurlo. Kortom qua auto’s was het Fiat, Fiat en nog eens Fiat. Panda, Ritmo, Croma, Uno, 128, 131 maar vooral de 127.

  5. Beste AMK, en heer Brussen,

    Na corona en het laatste onderhoud en modificatie werk ben ik ook wel te porren voor een ritje. Als de oudste nog geregistreerde Nederlandse 70Hp van de partij mag zijn hoor ik het graag, de 22-XK-25 is graag van de partij. Er zijn er nog enkele, allen oranje die vast wel in zijn voor een “minimeet”. We deden het eerder wel vaker, zoek maar eens op fiat 127 sport SpaItalia en er is een heel rijtje te vinden. Ook een 127 ’70hp’ met 1300 en twee 40er dcnf’s kan ik een belletje aan wagen. Lijkt me leuk !

  6. Moeders kocht een Fiat 127, omdat de Fiat 850 speciaal aan vervanging toe was, het was een 127 in de donkerblauwe politiekleur en kwam dus ook van de politie, wat er met die 127 aan de hand was weet ik niet maar de 127 was supersnel liep harder als de naald op de teller aangaf na goed warm gereden stond de naald loodrecht onderuit.
    Zelf reed ik in een Fiat 128 met zelfgemaakte Abarth uitlaat waar ie 15 km harder op liep.

  7. Mooi verhaal. Het bestaan van het autootje was ik zowat vergeten. Nu weet ik ineens weer dat ik mijn rijlessen heb gedaan in een 127, met als instructrice de aardige en aantrekkelijke dochter van onze overbuurman. In 1973 slaagde ik voor het rijexamen in deze 127.

  8. Mijn eerste auto toen ik in 1979 mijn rijbewijs haalde. Begon haar leven als lichtblauw maar toen ik haar kocht was ze donkerblauw met onwijs verbreed staal eronder. Zo breed zelfs dat ze kon varen bij hogere snelheden en veel water op de weg. Alleen geschikt voor 2 personen met 4 man erin liepen de achter spatborden aan op de wielen. Onwijs veel plezier mee gehad tot op een kwade dag van de weg afvoer en onder het talud van een viaduct tot stilstand kwam in een sloot. TL

  9. Een erg leuke Fiat,vooral de vroege exemplaren vind ik erg leuk.Ik kom er regelmatig tegen in advertenties,maar ja,er zijn nog zoveel leuke auto’s.Het echt gaan voor 1 merk blijf ik moeilijk vinden.Ik vind het artikel erg leuk geschreven.Ik herken mezelf er in.Ook ik ben vanaf mijn prille jeugd in de ban van auto’s.Dat gaat niet snel over,denk ik.

  10. ik heb er met plezier in gereden er zat wel een door roest gat in kofferdeksel en daarna toch moeten weg doen geraakte er niet meer door de keuring vond wel erg want klein onderhoud deed ik altijd zelf
    Nostalgie

  11. Mijn Franse verloofde kocht in 1977 een donkerblauwe 127 special….inmiddels getrouwd reden we er met plezier twee jaar lang mee tot we hem inruilden voor een Fiat 131 mirafiori

  12. Had een zwarte 70 hp snel bleef de capri 1300 honderd ruim voor bij de stoplichten
    Wegens fam uitbreiding ingeruild voor 131 racing maar 127 bleef mijn favoriet

    • Maar wees eerlijk , de Capri 1300 had ook nooit Capri mogen heten , zelfs de 1500 is nog twijfelachtig om er 1 te mogen zijn . De 1300 had zijn oorsprong in Belgie voor de goedkope belasting op deze cilinderinhoud .

  13. Beste AMK,
    Ben in afrondend stadium van restauratie naar nieuwstaat van een oranje 127 Sport (replica). COVID heeft het project even stilgelegd, maar koets en techniek zijn klaar, montage van de stoelen en deurplaten (moeten nog correct zwart geverfd worden) laat nog even op zich wachten. Desgewenst wil ik (tegen de zomer??) best even langs komen rijden uit Arnhem. Restauratie geschiedt overigens bij Imparts BV in Ede (in de kelder). Trouwens daar bouw ik in een A112 Abarth (koets ook in nieuwstaat) een opgekieteld 1050 cc blok, nu het standaardblok in de 127 staat

  14. Mijn eerste auto was in 1974 een gele Fiat 127 driedeurs, 73-DD17, nieuw gekocht en de 127 roept nog steeds hele warme gevoelens bij me op. Ik zou er wat voor over hebben om nog één keer in eentje te kunnen rijden, nog één keer dat gevoel beleven.

  15. 2gehad de eerste serie was idd van een oud vrouwtje geweest. Maar na lekkerplanken reed hij echt een stuk harder. Naven uitstapje naar Renault toch weer een tweede nieuw gekocht. Was meteen steggelen over het type plaatje rechts stond 900 en links 1050 . Een week later de eerste roest op het spatbord. En nadat hij mij in de steek liet toen ik me haaste naar het sterfbed van mijn schoonvader. Was ik er klaar mee . Ingeruild voor een nieuwe 128 Panorama. De stationcar uitvoering van de 128.en later een 131.
    Maar toch nog steeds een plekje in mijn hart voor de 127

  16. Ik heb een gele 903 cc gehad. top wagentje die mij nooit in de steek liet. Gekocht van een oud vrouwtje gebruikte hij in het begin olie. Maar naar wat lange snelwegritten was het olieverbruik weg.
    Ik heb hem uiteindelijk verkocht omdat de roest wel heel erg was geworden

  17. In de jaren 70 was bij de meeste dodelijke ongevallen een Fiat 127 betrokken.
    Niet omdat deze auto zo onveilig was, maar gewoon omdat er zo verschrikkelijk veel van rondreden.

      • Een vriend (Noutje) had in 1980 een gele 127 met een zwarte dakspoiler achterop. Dit waren de jeugd auto’s. Sportief gevoel, niet teveel PK’s, betaalbaar (aanschaf, onderhoud, belasting en verzekering) en repareerbaar. Sierstripje erop en hij ging optisch nog sneller. Omdat ik een 2cv had daagde ik hem uit in de bossen. Op modderwegen kon ik hem de baas 😅

        • In 1991 heb ik getwijfeld om een uitloopmodel seat Fura te kopen, uiteindelijk een seat Ibiza gekocht.
          Altijd spijt van gehad achteraf dat ik een verkeerde keuze gemaakt heb

          • De eerste liefde in beton gegoten…
            De styling van de koets is nog gebruikt door Lada, als inspiratie voor die van de Niva…

    • Qua verkopen stond de hele jaren zeventig de Opel Kadett op nummer 1. Maar een Kadett vroeg er niet om, op zijn staart getrapt te worden en de 127 wel.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Taxeren is een vak. Een best moeilijk vak

Dnepr met Guzziblok: Improving the breed