Historie

De eerste generatie van de Fiat 127. Een succesnummer

By  | 

Gebruik maken van bestaande techniek en deze onderbrengen in een nieuwe, eigentijdse en moderne jas. Feitelijk is dat het uitgangspunt geweest bij het ontwerpen van de Fiat 127, die in maart 1971 aan de wereld wordt getoond. Deze Italiaanse supermini uit de jaren zeventig staat op een vergroot platform van eveneens populaire A112 uit 1969. Deze creatie van het Milanese Autobianchi  -in 1955 door Bianchi, Fiat en Pirelli opgericht en sinds 1968 in volledig eigendom van Fiat-  is in platform- en onderstel technische zin ook sterk verwant aan de Fiat 128, die in hetzelfde jaar als de A112 werd geïntroduceerd.

We publiceren deze artikeltjes gratis, en willen dat natuurlijk ook blijven doen. Maar u begrijpt dat dat voor ons niet gratis is. Ondersteunt u dit initiatief en waardeert u het? Overweeg dan eens een abonnement op Auto Motor Klassiek. U helpt ons dan niet alleen de gratis initiatieven betaalbaar te houden, maar ontvangt als bonus ook nog eens elke keer een AMK in de bus. En u betaalt nog maar € 3,30 per nummer in plaats van € 4,99. Elke maand goed voor uren leesplezier.

Beide Italianen –aan het eind van de jaren zestig gelanceerd- zijn voorzien van een krachtbron welke dwars in het vooronder is geplaatst. De transmissie is naast de krachtbron gesitueerd. In combinatie met de voorwielaandrijving levert dat grote mogelijkheden voor het creëren van ruimte voor inzittenden en bagage op. Feitelijk stammen die uitgangspunten uit een verder verleden. De door Autobianchi ontwikkelde Primula – alom beschouwd als wegbereider voor de Fiat 128- is in 1964 namelijk de eerste auto waar dit samenspel van motor, transmissie en voorwielaandrijving op deze wijze wordt toegepast. In 1971 keren die uitgangspunten ook terug in de Fiat 127, die mede werd ontwikkeld door Pio Manzù.

Technische familietrekken

Daarnaast deelt de Fiat 127 diverse toepassingen van de Fiat 128 en de A112, de nummers één en twee in de Auto van het Jaar verkiezing van 1970. Voorbeelden van die technische toepassingen zijn natuurlijk de bouwwijze van transmissie en dwars geplaatste krachtbron, de vier onafhankelijk opgehangen wielen, een stabilisator aan de voorzijde, Mac Pherson veerpoten èn de dwarse bladveer aan de achterzijde, welke tevens een stabilisatorfunctie heeft. Ook delen de “grote kleine drie” de platformeigenschappen.

Jong en oud zorgt voor ijzersterk gamma

De Fiat 128 zingt motorisch gezien zijn eigen lied. Maar de Autobianchi A112 en de Fiat 127 delen dezelfde “Fiat 100”-motor met een inhoud 903 cc. Die krachtbron stamt uit de laatste serie van de Fiat 850 Sport. De motor, die in de eerste jaren van de Fiat 127 47 PK aan de krukas legt, maakt de 127 sneller dan menig concurrent. Ook leggen enkele middenklassers met basis motorisering het volkomen af tegen de voor zijn tijd rappe Fiat. Het ruimteaanbod vormt een ander ijzersterk punt van de Auto van het Jaar 1972. Met grote broer Fiat 128 deelt de Fiat 127 het 20%/80% concept: Het grootste deel komt ten goede aan de inzittenden en de bagageruimte. De Autobianchi A112, de Fiat 127 en de Fiat 128 zijn niet alleen onderhuids, maar ook zichtbaar familie van elkaar.

Komst van driedeurs en Special

De eerste generatie van de Fiat 127 wordt van 1971 tot en met 1977 gebouwd. De Fiat 127 debuteert in tweedeurs trim. Voorin ligt de 903 cc motor die 47 PK aan de krukas legt. Voor het modeljaar 1973 krijgt de oer-127 er een driedeurs broertje bij. Van meet af aan blijkt de Fiat een succes te zijn. Dat is voor Turijn reden om generatie één van de 127 tijdens zijn looptijd nauwelijks aan te passen. In 1974 wordt het kleine leveringsgamma van de 127 wél uitgebreid met de luxe Special, die onder meer herkenbaar was aan de toepassing van chroomaccenten. Tegelijkertijd wijzigt Fiat voor de tweedeurs versie de achterruit. Die loopt- vanaf het modeljaar 1975 langer door en kent hoeken aan de onderzijde.

Aangepast vermogen, kleine facelift

Vanaf dat moment wordt de 127- in navolging van andere markten- ook in Nederland met een 45 PK motor geleverd. In het buitenland wordt- vanwege diverse financieel gunstige redenen- dat vermogen voor de 127 al langer aangehouden. Voor enkele markten wordt de 127 ook nog met een 40 PK krachtbron aangeboden. Enkele detailwijzigingen, zoals een van de Special afgeleide grille met wybertjeslogo, bedieningshendels en andere wieldeksels, voeren de eerste generatie van de 127 naar het einde. Het overgangsmodel kende zowel de “N” als de Special uitvoering.

Internationaal geliefd en gebouwd

De Auto van het Jaar 1972 wordt in 1977 opgevolgd door de tweede generatie, die zich duidelijk onderscheidt maar toch als 127 herkenbaar blijft. Overigens produceert Seat óók jarenlang de 127. De Spanjaarden voegen nog een vierdeurs versie toe, die in ons land alleen gedurende de levering van generatie één wordt verkocht als Fiat 127 4-d. Vermeldenswaard is tot slot dat ook Polski Fiat onder meer de eerste generatie van de 127 bouwt. Hij loopt in het voormalige Oostblok als 127 p van de band en wordt vervaardigd uit onderdelen van zowel Italiaans als Pools fabricaat. Miljoenen verkochte exemplaren en de omvangrijke licentiebouw onderstrepen het bewijs, dat de Fiat 127 concept een schot in de roos was voor de autofabrikant uit Turijn. De eerste generatie was (samen met zijn opvolger) niet voor niets één van de Supermini’s van de jaren zeventig.

 

Nu in de winkel, het augustusnummer

Auto Motor Klassiek van augustus ligt nu in de winkel. Voor maar 4,99 een garantie voor zeker een paar uur leesplezier.

Deze maand een mooie opvallende omslag. De Opel Rekord die Erwin Roosink een paar jaar geleden kocht in slechte staat en volledig restaureerde. Waarna hij als fan van de Dukes of Hazzard aan het uiterlijk van zijn Rekord een eigen draai gaf.

Verder in dit nummer:

  • Fiat 850 Familiare die na een halve eeuw overging naar de tweede eigenaar, die vervolgens beloofde de volgende halve eeuw er goed voor te zorgen.
  • Suzuki GS1000 die in de eind jaren zeventig een nieuw hoofdstuk vormde in de betrouwbaarheid en rij-eigenschappen van de Japanse supersports.
  • De Volvo 340 GL is dan misschien wel geen uniek type auto, maar met zijn 58.000 kilometer op de teller, is de inmiddels 33 jarige klassieker wel in unieke staat.
  • In het praktjkartikel leren interieur opknappen wordt een uitgedroogd leren interieur weer mooi gemaakt.
  • De Toyota Corolla Coupé GT Twin Cam 16 is de laatste tien jaar behoorlijk in populariteit gestegen. Reden voor ons er eens een reportage aan te wagen. We vonden een mooi exemplaar.
  • BMW R100 Mono. In vergelijking met een R69S of een R90S heb je zo’n ‘nieuwe’ R100RT voor wisselgeld. En je rijdt er een mooie motor mee. Een signalement.
  • De Saab 96V4 van Ad van Beurden had al wat rally's gereden, maar om hem echt optimaal te laten presteren, moest er nog het een en ander aan gebeuren. In dit nummer een verslag van de werkzaamheden.
  • In 75 jaar later opnieuw een serie foto's uit de oude doos, waarmee we even terugschakelen naar de jaren van de Tweede Wereldoorlog.

Alle auto- en motorverhalen worden voorafgegaan aan tientallen pagina's met korte berichten, vanaf praktische tips tot en met historie, klassiekers die we onderweg tegenkwamen en diverse columns waar het hebben van een klassieker, het sleutelen aan een klassieker en zelfs het hobbymatig handelen van klassiekers centraal staat. Bovendien ook rond de veertig pagina’s met klassiekers te koop, die soms online niet eens aangeboden worden. Het perfecte leesvoer, ook voor de komende vakantie. Haal hem daarom snel in huis en neem alvast een abonnement, zodat u de volgende editie niet mist.

Meer over wat er in deze editie allemaal staat ziet u op onze pagina deze maand.

 

2 Comments

  1. Christopher Peycke

    18 juli, 2018 at 18:47

    Ik kocht ooit voor 400 gulden een knalgele 127 met nog een jaar APK. De roestgaten vielen erin, het stonk altijd naar benzine en op het zwarte skai kon je in de zomer eitjes bakken. Maar wat een feest om met deze schrothoop door Amsterdam te scheuren. Met koud weer moest je de versnellingsbak met heel veel gevoel bedienen maar als hij goed warm was was het een “Mini-Ferrari”. Heel erg leuk

  2. J.G. Iaccarino

    18 juli, 2018 at 13:00

    Erg leuke kar, een goede vriend van mijn ouders uit Italië had er vroeger eentje van de 1a seria in het donker(bijna leger-)groen.

    Ik vraag me ook al tíjden af òf en wanneer de Nuova127 nou eindelijk eens uitkomt, die vind ik helemáál gaaf!!

    https://static.allaguida.it/allaguida/fotogallery/767X0/155957/nuova-fiat-127.jpg

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *