in ,

Renault Dauphine. Getest…

Renault Dauphine

Kerkbeurzen zijn vaak vertederend. Leden van een gemeente brengen spullen in en verkopen die voor een goed doel. Dat doen ze doorgaans voor boterzachte prijsjes. Als er zo’n fenomeen is, dan moet je er wel snel bij zijn. Anders sta je voor een gehaaide meute beroepsinkopers uit de brocante & lifestyle hoek die direct na opening van de deuren als een zwerm sprinkhanen de standjes afgaan. Want je wilt niet weten wat trendy Randstedelingen tegenwoordig voor een authentieke collectebus betalen.


Boeken en folders

Maar gelukkig zijn de roofdieren op makkelijke buit uit. Echt belangrijke dingen laten ze liggen. En zo koop je dan als klassiekerliefhebber bijvoorbeeld een Autovisie Testboek uit 1979 en een doos met ouwe autoblaadjes. Erg oude autoblaadjes. En blijkbaar was die doos van iemand die wat met dat autoblaadje te maken had. Want er zaten ooit gele kopieën in van een getypt duurtestverslag van een Renault Dauphine. Een auto die blijkbaar gebruikt aangeschaft was. We praten dan over begin 1957.

Een duurtest anno 1957

We lezen: Auto overgenomen met km stand 9500, eindstand 41.762 km.
Direct na overname van de wagen werd door mij opgemerkt, dat de wagen bij ca. 90 km/u een trilling ontwikkelde. Verder maakte de versnellingsbak bij het afremmen in de tweede versnelling enorm lawaai. Bij het remmen vertoonde de wagen een neiging tot bokken. De vorige berijder meldde dat hij een en ander al bij Renault had gemeld. Bij Renault had ene mijnheer Wagemans geantwoord dat de problemen wel zouden verdwijnen als er nog wat meer kilometers gemaakt zouden zijn.

Geen verbetering

Dat gebeurde niet en mijnheer Jacobs van Renault erkende na een proefrit dat er iets mis was. Met circa 23.000 km op de klok ging de Dauphine een weekje terug naar Renault. De versnellingsbak werd gereviseerd en de wielen werden statisch gebalanceerd. Dat loste de problemen op. Een week lang. Daarna maakte de versnellingsbak weer enorm veel lawaai. Mijnheer Jacobs had intussen meer klachten gekregen. Er werd contact opgenomen met Parijs. Na enkele weken werd mede gedeeld dat de wagen nogmaals naar Renault moest om er een nieuwe koppelingsplaat in te monteren. Dat maakte de transmissie veel stiller. Maar intussen was het bokken bij het remmen weer terug van weggeweest.

Positief nieuws en kanttekeningen

Intussen werd de wegligging van de Renault geroemd en de afwezigheid van een vierde versnelling betreurd. De bedieningspedalen zaten zo dicht bij elkaar dat bestuurders met een maatje 45+ te weinig voetruimte hadden en de Dauphine bleek heel slecht op temperatuur te komen, waarbij de verwarming dan ook nog eens ver onder de maat bleef. Dat resulteerde in constant koude voeten. De kofferruimte bleek niet waterdicht. De fittingen van de achterlichten en nummerbord verlichting hadden de neiging los te gaan zitten. En het hele elektriek deed zijn werk zonder zekeringen.

Over loszittende dingen gesproken: de ruitenwissermotor was ontsnapt en de carburateur werd ook alleen nog maar door de zwaartekracht op zijn plek gehouden. Als de ruitenwissermotor wel op zijn plek bleef bleken de wisserbladen zelf niet stormvast. De radiateursteunen moesten een paar keer gelast worden. Startproblemen werden verholpen door extra massaverbindingen bij de startmotor en accu.

De Dauphine bleek erg zijwindgevoelig en was ook allergisch voor voegen in het wegdek. In bochten was de kleine Renault weer veel beter dan Amerikaanse automobielen. Waar een yanktank met 60 de bocht door zeilde, daar knalde de Dauphine er met 90 doorheen.

En al met al liep de Dauphine bijna 1 op 15 en werd de duurtest naar tevredenheid afgesloten. Mooi toch?

Lees ook:
Autobleu en andere snelmakers Renault 4 CV
Renault 10, sympathieke klassieker
Renault Estafette, multifunctioneel inzetbaar
Alfa Romeo Dauphine, net een Renault
Renault 6. Vertrouwde basis, logische programma invulling


Bevalt het u waarover we schrijven? Dit artikel werd u – net als al het andere dat u hier leest – gratis aangeboden. We doen niet aan premium artikelen, en willen dat ook niet gaan doen. Maar daarbij kunnen we wel uw hulp gebruiken. Abonneer u daarom op Auto Motor Klassiek. U krijgt dan ook nog eens elke maand een AMK in uw brievenbus. Dat kan via de link hierboven. Of doneer een gewenst bedrag via onze betaalpagina, via deze link en vermeld bij omschrijving donatie. Help ons de dagelijkse artikelen gratis te houden.

Als bedrijf zou u kunnen overwegen te adverteren. Daarbij snijdt het mes aan twee kanten, want als AMK komen wij bij de klassiekerliefhebbers thuis. Meer informatie vindt u hier.

Alvast bedankt!


 


 

 

13 Reacties

Geef een reactie
  1. In de Amsterdamse Jordaan, om precies te zijn in de Lindenstraat, stond begin zestiger jaren een blauwe Dauphine. Die was van Jos Vonhof, prof-voetballer. Hij reed er jaren mee naar trainingen en wedstrijden die hij speelde.voor D.W.S. De club die in 1964 landskampioen werd. Als kind kon je niet nalaten om de Dauphine te bekijken en het interieur te bestuderen. Het was dan ook de enige auto in de straat. Vonhof genoot natuurlijk van de kampioen status maar trapte ondertussen regelmatig een balletje met de jeugd op het asfalt. Het niveau steeg erdoor! De trucjes die hij je leerde bleken goud waard. Tot aan de dag van vandaag betekent ‘Dauphine’ voor mij een heerlijk brokje sentiment.

  2. Mijn vader nam rijles in een Dauphine van 1959. Hij vond het zo een fijne auto dat hij hem van de rijschool kocht met 30.000 km op de klok in 1962. Direct daarna met rijbewijs net op zak de Gottard over. Van 2 naar 1 was hij niet gesynchroniseerd wat de kevers wel waren. Dus van 2 naar 1 stoppen en terug schakelen. Als die Duitsers dan toeteren. Ma in de zenuwen en wij met 3 kinderen achterin. Voor een hairpin las ma uit een instructieboekje dat je eerst naar links moest sturen en dan de hairpin door moest. Een heel avontuur in Zwitserland.
    Bij Airolo voor de Gottard de benzinepomp kapot gehad. Renault-Garage was de hele dag er mee bezig. Kenteken was BD 02-02. Kleur wit. Pa is later overgestapt op een nieuwe kever van 1965. GJ 72-03. De Renault Dauphine heb ik nog als Dinky-toy met het kenteken erop geschilderd van BD- 02-02.

  3. De Renault Dauphine stond model voor de Skoda 1000MB. Nadat in 1956 de directie van de Tsjechische exportfirma Motokov de Parijse Autosalon bezocht, werd besloten dat de compacte zelfdragende carrosserie met motor en aandrijving achterin zowel productietechnisch als commercieel de toekomst had. De Skoda-ontwerpers hadden de 1000MB in 1961 productierijp, alleen was er nog geen fabriek… De nieuwe productielijnen in Mlada Boleslav (waar de afkorting MB voor stond) moesten de modernste van Oost-Europa worden en werden ook vrijwel helemaal vanuit het niets ontworpen. Al met al duurde het nog tot 1964 voor de Skoda 1000MB op de markt kwam. Maar niet getreurd, Skoda heeft daarna nog ruim dertig jaar vastgehouden aan de Dauphine-bouwwijze.

  4. Reed zelf met een Dauphine, met de motor van een ondine, 1100cc ipv de +- 900cc. Heb hem toen een beetje verbouwd als Renault Dauphine Gordini (jawel, het begin van de Gordini periode). Schijfremmen (die slechter waren dan de trommels) 1100cc motor met dubbele carburator, dubbele lichten vooraan (Hella), het motorkapje open en het reservewiel boven op de motorkap. Probeer dat maar nu eens te flikken en door de autokeuring te geraken, toen geen probleem.

  5. mooi verhaal over de Dauphine! (auto’s kregen toen nog mooie namen…)
    mijn opa had zo’n auto en mijn ouders mochten de Dauphine lenen om er mee
    op huwelijksreis naar Zwitserland te gaan in januari 1958!
    dat zal in die auto toen een hele onderneming zijn geweest…

  6. Klinkt als onze 4CV uit hetzelfde bouwjaar. En toch heerlijk comfortabel de rondjes rond de spreekwoordelijke kerk (lees: Veluwe) maken. Alles kan z’n charme hebben en die charme kan ook veel leed compenseren…

  7. Toen geluk nog heel gewoon was! Je was blij met een Dauphine, je was 18 en bijna het enige “kind” in de straat met een auto. Toen nam je (ik althans dat moest van mijn moeder) je buren af en toe mee voor en ritje naar Bussum, of heer ver zelfs naar Paleis Soestdijk. Hadden de meeste moeders in mijn straat nog nooit gezien. Nog steeds hebben de Dauphine, de R8 en de Caravelle een spot in my heart.
    Lachen weer om de uitdrukking “Gehaaide randstad dealers”, en ik zal doodvallen als het niet waar is.

    Groeten vanuit een full of smoke YVR

    • En niet te vergeten , je zus leren rijden in je Dauphine toen ik 14 of 15 was. Nog bedankt daarvoor en ook voor het vertrouwen wat je in mij had om mij op mijn 15de “gewoon” je auto uit te lenen onder het gezegde , je weet waar de rem en het gaspedaal zit en kom altijd terug naar huis wat er ook gebeurt ! Je bent een goede leermeester geweest want ik heb er altijd en nog steeds met veel plezier in allerlei auto’s gereden.

  8. Als kind vaak achterin de vuurrode Dauphine van mijn oom en tante meegereden en vergeleken met de oeroude Opel Olympia van mijn ouders was dat een stuk frisser en moderner.

    Mijn oom vertelde dat hij de Renault tweedehands had gekocht, bij een handelaar, maar desondanks niet goedkoop. Kort daarna kreeg hij op de N15 bij Wassenaar de schrik van zijn leven toen achter uit de motorruimte een enorm bonkend lawaai kwam. Auto vlug aan de kant en de motor uit. Toen verscheen een voorbijganger die zichzelf een autokenner vond en die zei: “nou, start hem eens!”. Weer dat angstaanjagende gebonk diep uit de motor. “Die ligt totaal uit zijn krukaslagers, zet maar uit en geen meter meer mee rijden!” zei de man.

    Mijn oom liet de auto ophalen door de Renault-dealer. Ruzie thuis vanwege de verdampte spaarcentjes en onvoorziene autoproblemen. De volgende morgen belde de garage: “Kom hem maar ophalen hoor meneer De Zwart, we hebben de dynamo vastgezet en toen was alles weer in orde”.

  9. Mijn buurmeisje heeft in de jaren ’60 een Dauphine gehad. Een geweldig leuk autootje. Zij woonde in Alphen en moest regelmatig naar Uithoorn. Al mijn herinneringen aan die auto zijn verdwenen door mijn angstzweet. Wat kon dat kind slecht rijden. 20 cm hoge betonnen brugdelen waren voor haar geen probleem. Ze reed er met 2 ( rechter) wielen gewoon over heen. Ik dacht dat de Dauphine regelmatig zou omkieperen. Maar de Dauphine kon dat allemaal aan. Bochten werden afgesneden waardoor hele stukken berm als weg werden gebruikt. De Dauphine hobbelde maar door. Gelukkig kon ik een bromfiets kopen en hoefde niet meer mee te rijden. Ik weet niet meer waar de Dauphine gebleven is. Wel dat ze er nog lange tijd in gereden heeft.

  10. Als je het zo leest is onze Juvaquatre uit 1950 zo slecht nog niet. Werd wel wat verbeterd met en Dauphine motor als Dauphinoise en deed dienst tot 1960 als vooroorlogs rakkertje tot de R4 kwam. Hiemee het hele repertoire van Renaultjes met motor achterin, waar je geen station car van kon maken, over slaande.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Mercedes-Benz 200 T. Achttien keer verkleind door NOREV

Peugeot 403 pickup 1963

Peugeot 403 als bedrijfswagen (1963)