Bijzonder

Patina: Instant of echt

By  | 

Vroeger moesten klassiekers zo hard mogelijk glimmen. En chroom kon er ook niet snel genoeg teveel op zitten. Tegenwoordig is ‘patina’ het toverwoord.

Patina dus

Als je aan een klassieker kunt zien dat hij geleefd heeft, dan is hij extra mooi. Extra waardevol. Daar is blijkbaar zoveel voor te zeggen dat er tegenwoordig specialisten zijn die een klassieker en instant oud en doorleefd uit laten zien. Zeg maar: “De omgekeerde Patricia Paaij aanpak”.Die insteek wordt naar wij inschatten niet alleen gebruikt door woest romantische hipsters met de meest verzorgde wilde baarden. Het is ook een aardige insteek om harde, maar lelijke klassiekers van snel en goedkoop verkoopklaar te maken. Want strak maken en goed spuiten? Dat kost te veel!

Het idee komt uit de Rat Look wereld

Als het maar niet glom. Glans was voor ‘pussy’s and pensioners’. Een auto was pas goed als hij er niet uitzag. Met houtjes en touwtjes aan elkaar gehouden werd. Schedels en prikkeldraad waren top notch accessoires.  Roest, rommel en rubber vormden de nieuwe religie. Het was het toppunt van onvolwassenheid. Het was fake. Bedacht. Niet gegroeid.

Het idee komt uit de bouwdozen/schaalmodellenwereld

De trend naar Echt Oud is trouwens ontdekt in de schaalmodellenwereld. Het ‘wheateren’, het er uit laten zien alsof een voertuig door weer en wind is geteisterd, is tot grote hoogtes gebracht bij schaalmodellen van tanks en ander oorlogsspul. De liefhebbers zorgen er zelfs voor dat de ‘moddersporen’correct van kleur zijn in verband met het terrein waar zo’n tank, Jeep of ding ooit heeft gereden. Mooi toch?

De huidige trend is ‘softer’

Er wordt weinig tot niet meer met allerlei oud ijzer en loodgieterspul gewerkt. Schedels, dooie duiven en putdeksels zijn niet meer direct nodig om een knappe Rat te maken. Ratten zijn overigens schone en slimme dieren. En ze roesten niet. Uniek artistieke uitbarstingen blijven verregaand afwezig. Maar het monteren van imperiaals met een paar oude koffers er op is blijkbaar een soort ‘must’. Zo’n klassieker in zijn doodskleed kan er van een afstandje nog wel ‘echt’ of vertederend uit zien.

Maar van dichtbij? Ieder zijn meug zullen we maar zeggen. Bij Albert Venema zagen we en Dodge pick up met een echt en eerlijk patina waar je gewoon technisch knock out van gaat. Plus een indrukwekkende stationcar waarvan de harde body de jas van een ervaren dakloze had gekregen. Wij waren meer onder de indruk van de Dodge. Want ‘echt’is voor ons gevoel altijd beter dan ‘doen alsof’. Want daar hebben we immers onze politici voor?

Elk nadeel hep se foordeel

Intussen is er voor de beroepsmatige patina vervalsers wel een deelaspect waar wij, gewone klassiekerliefhebbers wel wat aan kunnen hebben. Een auto (of laat het een motor zijn) met echt patina, maar serieuze roestproblemen kan technisch weer in orde gebracht worden terwijl de herstelde delen er na het werk van zo’n roestmaker er weer authentiek – ook zo’n toverwoord – uit kunnen zien.

Maar dan ben je niet aan het ‘doen alsof’ omdat de basis twee keer nep is, dan probeer je een bestaand geheel weer in orde te brengen zonder de reparaties een showroomshine te geven. Dat zou je restaureren kunnen noemen

Patina

Dat is heel echt patina

Patina

Dat is best netjes gedaan. Maar nep. Stoer of sneu?

Dolf Peeters, automotive journalist, tekstschrijver, vertaler, lid van de Heeren van Arnhem

    3 Comments

    1. Stefan

      5 juli, 2019 at 07:38

      Mooi stukje en daarmee is mijn twijfel over het al dan niet in showroomstaat brengen van mijn oude Norton opgelost: hij mag zijn patina houden :-). Bedankt !

      • Dolf Peeters

        5 juli, 2019 at 13:11

        Echt patina is onvervangbaar en onbetaalbaar. Gefeliciteerd. Over wat voor Norton hebben we het?

        • Stefan

          7 juli, 2019 at 10:44

          Norton Commando 850 III Electric Start (1975). Mijn vader heeft die indertijd nieuw gekocht in Engeland (met een tweede tegelijk gekocht door een aangetrouwde oom). Prijs toen: 1.000 Engelse ponden.
          Ik heb de Norton dan in 1982 overgekocht van mijn vader voor 50.000 Bfr en mijn Ducati 250 (Silver Shotgun) er bijgegeven (hij vroeg het niet eens, maar ik wou dat hij dan toch nog iets had “om mee te rijden” en van dat laatste heb ik nu nog altijd spijt; mijn vader heeft die dan later aan een Duitser verkocht …).

    Leave a Reply

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *