Autosport

De Opel Ascona 400 en de WRC rallyhuzarenstukjes in de jaren tachtig.

By  | 

Opzienbarend. Dat waren de World Rally Championship prestaties van Walter Röhrl en Ari Vatanen in het begin van de jaren tachtig. In die periode vond feitelijk een revolutie plaats, want Audi schudde met de vierwielaangedreven quattro’s het rallyveld technisch op, het stond op het punt om nieuwe standaarden te zetten. Röhrl in 1982 wereldkampioen, en Vatanen reed in 1983 in de zwaarste rally van allemaal -de Marlboro Safari rally in Afrika- alles zoek. Niet met een quattro, maar met de achterwiel aangedreven Opel Ascona 400. De quattro’s werden in een danige verlegenheid gebracht.

In de seizoenen 1980 en 1981 behaalde Opel respectievelijk een vijfde en een vierde plaats in het constructeurs kampioenschap, met enkele successen in afzonderlijke rally’s. Daarbij was het opmerkelijk dat in 1981 slechts zeven keer een Opel aan de start verscheen, en de Duitsers nét het erepodium misten. Voor 1982 kwam Walter Röhrl terug naar zijn oude liefde. In 1980 was hij al wereldkampioen geworden met de Fiat 131 Abarth. En eerder had de Duitser zijn naam in het wedstrijdcircuit met de Opel Ascona A gevestigd, nog altijd één van zijn favoriete auto’s.

 

Ook in 1982 WRC met de Opel Ascona 400

Het gereedschap dat door de fabrikant met de Blitz (en toenmalig GM-dochter) in 1982 werd ingezet was -evenals in de seizoenen 1980 en 1981- de Opel Ascona 400, een pure achterwielaandrijver. De Opel Ascona 400 was het resultaat van een project, dat in 1979 startte, en ontleende zijn naam aan het aantal exemplaren dat voor homologatie nodig was. Irmscher en Cosworth werden ingehuurd voor de creatie van Opels’ Groep 4 auto.

Dieselkrukas en 16 kleppen Cosworthkop

Cosworth zorgde voor een 16 kleppen crossflow kop met twee bovenliggende nokkenassen, daarnaast werden uiteindelijk een 2.0E blok gebruikt en de krukas van de 2.3 Opel diesel (!) gebruikt om voor extra inhoud en vermogen te zorgen. Het resulteerde uiteindelijk in een 2.4 motor, die voor rallydoeleinden aangepast kon worden en wel zodanig, dat het vermogen kon oplopen tot dik boven de 250 PK. Juist het gebruik van bestaande en min of meer beproefde Opel techniek zou later bijdragen aan de betrouwbaarheid onder de hoogst mogelijke belasting. Ook Irmscher droeg een steen bij aan de Ascona 400, en zorgde onder meer voor de gewichtsbesparende componenten (carrosserie) en het rallyinterieur. Verder kreeg de Ascona 400 bijvoorbeeld een vijf versnellingsbak van Getrag, en een starre as met vier langs armen aan de achterzijde.


Wereldkampioen dankzij meervoudige kwaliteit

Walter Röhrl won (met navigator Christian Geistdörfer) twee WRC rally’s tijdens het seizoen 1982. Eerst hij won met de Ascona 400 de Rally van Monte Carlo en hij herhaalde dat kunststukje tijdens de Ivoorkust rally. Bij die laatste zege, tijdens de één na laatste wedstrijd van het WRC seizoen 1982, stelde hij ook de wereldtitel veilig na een constant seizoen dat vooral beslist werd door de consistente Opel kwaliteit en de constante prestaties van de coureur zelf.

Remmende voorsprong door techniek

Michelle Mouton- of liever gezegd Audi- was favoriet voor de zege in 1982. De vooruitgesnelde roem werd niet waargemaakt. Mouton kwam vier keer niet aan de finish. Collega quattro rijder Mikkola haalde de eindstreep in dat seizoen zeven keer niet. De roem was Audi vooruitgesneld, maar indrukwekkende prestaties werden vaak afgewisseld met een regelmatig optredend gebrek aan bedrijfszekerheid. Voorsprong door techniek. Overigens zei Walter Röhrl in hoogst eigen persoon dat de vernuftige quattro aandrijving uiteindelijk wel een belangrijke ontwikkeling was voor de rallysport, een doorbraak. Opmerkelijk: Opel haalde in 1982 ook de meeste punten als constructeur, maar omdat alleen de beste zeven resultaten in het kampioenschap meetelden, ging Audi alsnog (en op basis van heel vreemde reglementen dus) met die titel aan de haal.

Passend afscheid van de Ascona 400: Vatanen wint in Afrika

Een jaar later won Lancia (onder meer met Röhrl) de constructeur titel, en pakte Hannu Mikkola de rijderstitel met… de Audi quattro. Opel werd in 1983 derde in de rangen en standen van de constructeurs, maar was dankzij Ari Vatanen en Terry Harryman wél verantwoordelijk voor de mooiste zege van het seizoen: de Marlboro Safari Rally werd gewonnen. Feitelijk was het- zoals Vatanen onlangs in Portugal aan ons vertelde- een enorme prestatie om het quattro geweld en het bloedlinke Lancia in de langste en meest intensieve rally van het seizoen (5.000 kilometer!) te weerstaan.

Prachtig afscheid voor de Ascona 400

Ondertussen stond bij Opel opvolger Manta 400 klaar om het stokje over te nemen. Het was daarom prachtig dat de WRC afscheidsrally WRC juist met de Opel Ascona 400 winnend werd afgesloten. Dat was een mooi einde voor de Ascona 400. Een afscheid, dat resulteerde in één van de mooiste zeges van Ari Vatanen, die onlangs Opel nog eer betoonde in Portugal: met een Manta 400.


suggestiebanner

Ook leuk om te lezen…


Nu in de winkel

Auto Motor Klassiek van maart ligt nu in de winkel met deze maand een uitgebreid artikel over de Citroën 2CV. Het is de basisversie, die anno 1969 in onder meer Nederland en België als 2CV AZ werd verkocht. Op de omslag prijkt een Trabant 601 uit 1965 van Martin de Jong die de auto al zes jaar in bezit heeft. Het is een origineel Nederlandse auto en Martin is dan ook op zoek naar de historie. Heel bijzonder is ook de schuurvondst van een heus BMW R75 Wehrmachtsgespann, waarover u in deze editie een reportage vindt. Schets je het ideale Alfa Romeo GTV-plaatje, dan is de bejubelde Busso V6 present. Toch? Volgens de Vlaamse radiopresentator Guy De Pré wel, die een 2.0 inruilde op een ‘6’. Wetende dat Alfa Romeo decennialang een verdomd prettige Nord-viercilindermotor in het gamma had, prikkelt zijn afdankertje onze nieuwsgierigheid. Wordt het behelpen of onverwacht genieten?

En verder:

Verder ook nog: de VW Golf 2 van Djess, hij paste de Volkswagen aan naar eigen smaak. Een artikel over de Mondial 200 Sport. Het ranke tweewielertje hoeft niet in de garage te worden gestald, maar past in zelfs de minimale Amsterdamse huiskamer. De bescheidenheid ten top, de Nissan Cedric uit 1965 in deze Auto Motor Klassiek, want buiten het typeplaatje op het schutbord draagt hij nergens fier zijn merknaam uit. En ook in dit nummer; bijna dertig pagina’s korte berichten, verslagen, praktische tips, columns en korte typebeschrijvingen. Bovendien natuurlijk ook meer dan veertig pagina’s met klassiekers te koop, die soms online niet verder aangeboden worden. ABONNEER NU EN MIS HET VOLGENDE NUMMER NIET MEER

2 Comments

  1. Rob

    27 november, 2019 at 21:41

    Dankzij de kwaliteit van Opel…….
    Samen met VW, nog nooit zoveel in de garage geweest,
    langs de weg gestaan, reserve onderdelen mee + gereedschap
    om rijdend thuis te komen.
    Om over de roest nog niet te beginnen.
    Erger dan welke Italiaan ik daarna heb gereden…….
    Hoge kilometerstanden, zonder regulier onderhoud, op bougies, filters en olieverversing na.
    Nooit stilstaan langs de weg, geen gesleutel tussendoor of andere motoren monteren…
    Ook niet na dik 2 of 3 ton! en roest? nooit op cruciale plekken, terwijl ze ouderparen en
    vele kilometers meer hadden dan ooit die Opels aankonden…..
    Neemt niet weg, dat het wel, voor die tijd prachtige kanonnen waren, nog mee gereden
    in een Manta 400 straatversie die door de dealer, waar ik werkte verkocht was.

  2. jP

    9 november, 2019 at 12:55

    Groep B, dát was pas rally!! 😍😍😍👌🏾🙌🏽

    Staat heel veel beeldmateriaal van op Youtube, blijft prachtig om naar te kijken….!👍🏽😉

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *