Historie

Peugeot 405, ook al klassiek

By  | 

De 504 heeft intussen zijn klassiekerstatus. Maar voor zijn spiegelbeeldige familielid, de 405 zit nog onder de radar.

Getekend door Pinifarina

De eerste schetsen voor de auto die het gat tussen 309 en de 505 moest opvullen werden al in de herfst van 1982 door Pininfarina op papier – ja dat deden ze toen nog! – gezet. Het project D60, wat later dus de 405 zou worden, zou een conventioneel ‘drie box’ model worden. De verdere ontwikkelingsstrategie werd aan het begin van 1983 bepaald. Peugeot was op weg naar ‘de ideale middenklasser’ en in de zomer van 1983 werd duidelijk hoe die er uit zou gaan zien.

 

In 1988 was de Peugeot 405 Auto van het jaar in Europa en in 1993 volgde een uitgebreide facelift. Het topmodel van vóór de facelift, de 405 MI-16 X4 met permanente vierwielaandrijving, kwam in 1990 op de markt.

De stem van de consumenten

En dat was een zaak waarbij de consumenten al betrokken waren. Want al aan het eind van 1980 had Peugeot een afdeling ‘consumentencontact’ bedacht. En die afdeling werd vanaf het prille begin betrokken bij de ontwikkeling van wat de Peugeot 405 zou worden.


De techniek eerst

In het testcentrum van Peugeot, Belchamps, ontstond de Peugeot 405 als ‘mulet’, ‘muildier. Een muildier is een kruising tussen een paardenmerrie en een ezelhengst. Wanneer het gaat om een kruising tussen een paardenhengst en een ezelmerrie, wordt overigens gesproken over een muilezel. Muildieren en muilezels zijn onvruchtbaar.  Maar dat terzijde.

In het kader van de nieuw te ontwikkelen Peugeot was de raszuiverheidslink dat de voor de nieuweling bedachte techniek eerst werd uitgeprobeerd in bestaande modellen. Daarna werden er pas echte prototypes gemaakt.

De 405 werd niet zomaar de weg opgestuurd

Voordat de productie begon waren er elf muildieren versleten en waren er om en nabij de tachtig prototypes gemaakt. En dat allemaal om een zo goed mogelijke productie van en zo goed mogelijk product te krijgen. In dat kader paste het ook om uit te zoeken welke motoren er qua emissie en prestaties het best uitkwamen. En natuurlijk werd er ook zwaar nagedacht over onderhouds- en reparatievriendelijkheid.

Op afstand bediend

Tegenwoordig gebeurt heel veel testwerk digitaal. Maar indertijd werd er nog veel ambachtelijk veldwerk gepleegd. Maar weer op een toen moderne manier. Op Belchamps draaiden Peugeot 405’s in wording al op afstand bediende chauffeurloze auto’s hun rondjes. Op de testbaan draafden ze over kinderhoofdjes, klinkers en asfalt om zo de integriteit van het koetswerk en de sterkte van de wielophanging en transmissie te testen. Buiten die verplichte rondjes kreeg het koetswerk een hoop aandacht in de windtunnel. En omdat het hier toch weer een echt Franse automobiel betrof werd ook het comfort nadrukkelijk in de gaten gehouden.

Getest in uitersten

De Fransen stuurden hun jongste bedenksel ook naar de meest hete- en koude streken om te kijken hoe verwarming en ventilatie zich onder extreme omstandigheden zouden houden. Voordat de zaak groen licht kreeg hadden de prototypes 1.500.000 km gereden.

Elegant en stijlvol

Het resultaat was een fantastische middenklasser die er ook nog eens elegant en stijlvol uitzag. En de bemoeienissen van de consumentenvereniging waren ter harte genomen. Alleen was de laadkant van de kofferbak vervelend hoog. Maar dat was geen pesterij. De technici van Peugeot verklaarden dat die constructie nodig was in verband met de stijfheid van de body. Eind goed al goed.

U heft al een Peugeot 405 vanaf een paar honderd euro. En u rijdt al een Peugeot 405 vanaf zo’n 1.000 euro

Peugeot 405

Peugeot 405

suggestiebanner

Ook leuk om te lezen…

Nu in de winkel

Auto Motor Klassiek van februari ligt nu in de winkel met deze maand een uitgebreid artikel over de Taunus 12M P4 van Fokke Jansma uit Wijnjewoude. Een opmerkelijk goed geconserveerde klassieker, die een bijzondere ontwerpgeschiedenis heeft. We mochten ook rijden in een tot in het kleinste detail perfecte Triumph 2000 Roadster. Hoe dat aanvoelt? U leest het in het februarinummer. Mocht u ooit van plan zijn een Opel Senator aan te schaffen, dan is het goed dat u dit nummer in huis heeft, want Aart van der Haagen doet uitgebreid uit de doeken, waar u dan rekening mee moet houden. Het een en ander aan aankooptips vindt u ook bij het artikel over de Citroën Dyane. Een auto die we troffen met zijn eigenaar op een terras tijdens een werkoverleg.

En verder:

De restauratie van een Nimbus Model C en een Norton M50. Waarom er zo weinig Opels over zijn? Dat leest u ook in dit nummer. De liefhebberij van een in Spanje wonende Nederlander, die ook geldt als dé specialist voor de Fiat 130. En ook in dit nummer; bijna dertig pagina’s korte berichten, verslagen, praktische tips, columns en korte typebeschrijvingen. Bovendien natuurlijk ook meer dan veertig pagina’s met klassiekers te koop, die soms online niet verder aangeboden worden.
ABONNEER NU EN MIS HET VOLGENDE NUMMER NIET MEER

Dolf Peeters

Dolf Peeters, automotive journalist, tekstschrijver, vertaler, lid van de Heeren van Arnhem

4 Comments

  1. petit

    25 maart, 2019 at 17:34

    ik heb een peugeot 405 SRI en die gaat heel goed en ik ben er content mee als oldtimer

  2. EJ Holleman

    27 februari, 2019 at 14:10

    De T16 was het legendarische topmodel van ná de facelift.
    Ik rij sinds een paar jaar een 405, een srx (het meest luxe niet-sportieve model), en daarin kom je naar huidige maatstaven eigenlijk niets te kort. De techniek is onverwoestbaar, met 1:12 is het verbruik acceptabel te noemen, en de koets roest minder dan Duitse tijdgenoten!

  3. Peter Dijkstra

    25 februari, 2019 at 22:11

    Topmodel was niet de mi 16 4 x4 maar de t16. Ik ben in het bezit geweest van dit type. Top turbomotor die eens geen olie zoop. Wel lange schakelwegen, wat uiteindelijk zorgde voor een kapotte synchromes. Tevens slechte onderdelenvoorziening.

  4. Rjab

    25 februari, 2019 at 20:05

    In de aanloop naar mijn eerste zelfuitgekozen “auto vandezaak” bleek dat ik met mijn Siera 1,8 hhekseback een 405 D niet kon bijbenen op de Schipholbaan naar den haag. De 405GLD (GeenLuxeDiesel) was het geworden. XP-17-HS. 197600kms trouw gediend met alleen maar onderhoud , een braam-op-remblok-geleidepin-reparatie, een olieverbruik van stabiel 0,5 l per 10000km en drie keer aangereden in het laatste halfjaar van mijn gebruik. Ondanks mijn nogal vlotte manier van rijden wel altijd eerst rustig warmgereden.
    In mijn ervaring een van de beste die ik heb gereden

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *