Bijzonder

Een ondergeschoven kind: de Citroën Axel

By  | 

Het had niet gehoeven. En het rijmt wel erg nadrukkelijk op misbaksel. Maar daarmee schofferen we dit totaal vergeten muurbloempje wat te nadrukkelijk en eigenlijk onterecht: de Citroën Axel.

Het stiefkind van Citroën kreeg bepaald geen voorsprong in het leven. Dat startte eind jaren zeventig in Roemenië, er waren inspirerender omstandigheden denkbaar… Als gevolg van een joint venture tussen Citroën en de Roemeense regering wordt de Axel min of meer als bijproduct geëxtraheerd uit Project VD, dat leidde tot de succesvolle Citroën Visa. Daar leek hij ook bijzonder veel op, maar in de praktijk was vrijwel geen enkel onderdeel uitwisselbaar. Hooguit wat ergernissen. Of de eigenaars.

Een ondergeschoven kind
Als gevolg van de samenwerking met de Roemenen verplichtte Citroën zich tot het afnemen van een fiks aantal Oltcits, zoals het ondergeschoven kindje op de thuismarkt heette. Enkele tienduizenden Axels werden naar West Europa gehaald en daar verkocht aan voornamelijk gierige autobeten. Want als autoliefhebber had je weinig te zoeken in een Axel. Voor een petrolhead droop de armoe er vanaf. En regelmatig ook de nodige onderdelen. Het ding zat namelijk niet al te best in elkaar en was bij het verlaten van de fabriek al uit de tijd. Dat was destijds niet ongewoon en algemeen geaccepteerd in die contreien. Joie de vivre is niet voor niets geen Roemeense frase en dat was duidelijk zichtbaar aan deze humorloze Aldi-interpretatie van Citroën’s sympathieke Visa. Het guitige Franse model kreeg van de Roemenen dezelfde mondaine uitstraling als van een blauwe stofjas met penetrante spruitjeslucht mee. Het mocht niks kosten en dat zag er omgezet in staal, kunststof, glas en rubber dus zo uit. Maar schijn bedriegt.

autowp-ru_citroen_n_axel_2
Peperduur
Achter de schermen had de Axel namelijk exorbitant veel geld gekost. Smeergeld, that is. Door de enorme corruptie en lompe, schaamteloze bureaucratie kostte het hele project een godsvermogen en onnoemelijk veel en kostbare tijd voordat de eerste Axel de poort van de nieuw gebouwde fabriek in Craiova verliet. De winst was bij voorbaat al verdampt, de cijfers konden voortaan in het rood bijgeschreven worden. Citroën zag het met lede ogen aan.De importeurs en dealers in een aantal West Europese landen eveneens. Naast het eigen, vertrouwde gamma werden zij vanaf 1984 door PSA min of meer gedwongen ook dit wat droevige stiefkind aan te bieden aan maar-ik-hoef-alleen-van-A-naar-B-klanten of nietsvermoedende gierigaards. Daar bouwden ze vervolgens wel een hechte relatie mee op, want ze kwamen voortaan vaak bij elkaar over de vloer. Er ging veel stuk. En als het niet stuk ging, was dat waarschijnlijk omdat het al weggeroest was.

autowp-ru_citroen_n_axel_5
Veel voor weinig
Toch was het niet uitsluitend kommer en kwel, de Roemeen had heus bestaansrecht. Vooral in eigen land, zijn natuurlijke habitat. Daar was hij ook op aangepast. Zijn bodemvrijheid was bijvoorbeeld een stuk groter dan die van zijn Franse evenknie. Ook was de gebruikte techniek zeker niet verkeerd: de viercilinder luchtgekoelde motoren van 1.1 of 1.3 liter waren al voldoende beproefd om als betrouwbaar bestempeld te kunnen worden. Op de thuismarkt was de Axel ook te bestellen met de bekende 650 cc tweecilinder die ook de 2CV naar de horizon katapulteerde bij elk groen licht. Maar het grootste pluspunt was natuurlijk zijn prijs: de meest luxe versie kostte minder dan de karigste Visa in de prijslijst. Van goulash verwacht je ook geen delicate smaaksensaties en een vette rekening op je bord.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *