Verkeerd afgelopen

Hillman Imp

By  | 

In 1963 lanceerde de Rootes Group de Hillman Imp, als tegengif voor de succesvolle Mini van aardsconcurrent British Motor Corporation. De Imp was een stuk conventioneler dan zijn eigenwijze tegenhanger. Het was gewoon een kleine auto met de motor achterin en achterwielaandrijving. Kenmerkend is dan wel weer dat de motor van aluminium was. De cilinderinhoud was 875 cc, het vermogen vermogen net effe 40 pk. Voor rallydoeleinden zou er later een 998 cc krachtbron voor de Hillman Imp beschikbaar komen. En in die rallywereld heeft de Imp zich duchtig geweerd.

We publiceren deze artikeltjes gratis, en willen dat natuurlijk ook blijven doen. Maar u begrijpt dat dat voor ons niet gratis is. Ondersteunt u dit initiatief en waardeert u het? Overweeg dan eens een abonnement op Auto Motor Klassiek. U helpt ons dan niet alleen de gratis initiatieven betaalbaar te houden, maar ontvangt als bonus ook nog eens elke keer een AMK in de bus. En u betaalt nog maar € 3,30 per nummer in plaats van € 4,99. Elke maand goed voor uren leesplezier.

Allemaal subsidie en goede bedoelingen

Met veel steun van de overheid wordt een nieuwe fabriek gebouwd in het Schotse Linwood. In die streek heerste een enorme werkloosheid als gevolg van de mijnsluitingen. Er heerste nog iets: grote maatschappelijke ontevredenheid. Er dreigde oproer. Door de nieuwe fabriek zou er werk komen voor 6000+ mensen. Er werd niet echt over nagedacht of de kompels wel in fabrieken wilden werken.

Een Imp voor het hele gezin

De Hillman Imp wordt gepresenteerd als familiewagen. Voorin zat een kleine kofferbak, achter de achterbank is extra ruimte voor bagage. Die was heel handig via een opklapbare achterruit te bereiken. De start van de nieuwe auto verliep ongelukkig. Het concept ‘kinderziekten‘ lijkt voor de Hillman Imp te zijn uitgevonden. De motor, koppeling en versnellingsbak bleken tijdens de eerste productietijd niet erg betrouwbaar. De Imp leek nog niet uitontwikkeld toen de productie startte. Dat was een gevalletje van ‘haastige spoed’…

Een rommelige logistiek

Daarnaast was het productieproces slecht gestructureerd, ingewikkeld en kostbaar. Delen van de Hillman Imp kwamen naar Schotland van uit de fabriek in Ryton bij Coventry, op een afstand van bijna 500 kilometer van Linwood. Dat maakte dat de zaak er niet soepeler door verliep.

Heibel in de tent

De fabriek in Linwood kreeg vervolgens al snel te maken met de arbeidsonrust die in die dagen heel het Verenigd Koninkrijk in een soort wurggreep hield. De vakbonden bepaalden. Hoe onzinnig de eisen ook waren. En in een kastenmaatschappij als de Britse werd dat niet in goede gesprekken uitgevochten. De zaak ging op slot. En mensen die wel wilden werken werd het werk onmogelijk gemaakt. Punt.

Al drie weken na de opening legden de vakbonden de productie in Linwood stil. In het eerste ‘productiejaar’ waren er vanuit die insteek meer dan dertig productiestops die volgens de bonden alles te maken hadden met arbeidsproblematiek bij de werknemers.

Staken maakt soms meer kapot dan je lief is

Staken maakt soms meer kapot dan je lief is. Maar in Linwood kwamen de zaken uiteindelijk toch aan het rollen. De Hillman Imp-serie bleef uiteindelijk 14 jaar in productie. In die tijd verlieten er zo’n 400.000 de fabriek. De oorspronkelijke prognoses gingen overigens uit van 150.000 per jaar. Dus of die 400.000 er veel zijn geweest? Of de Hillman Imp een succes was?

In 1967 nam Chrysler het krakkemikkige Rootes-concern over. Dat was nadat Simca in Frankrijk al onder de Chrysler Europe paraplu was gekomen. De Amerikanen wilden met de Britse aankoop grip krijgen op de automarkt op het Europese vasteland en die van het toen nog vrij grote Brittannië. Het Europese avontuur leverde niet het verwachte succes op. Na twaalf jaar deed Chrysler zijn Europese tak over aan Peugeot. Dat was tevens het einde van de ooit roemruchte merknamen Hillman, Singer en Sunbeam. Die konden worden bijgeschreven in de geschiedenisboeken.

En de rode Hillman Imp op de foto’s hieronder? Daar is het slecht mee afgelopen.

Ook interessant om te lezen:
Hillman Imp Estate
Chrysler Sunbeam, de laatste nieuwe auto uit Linwood
FIAT, Simca, Chrysler en Talbot
De Talbot Sunbeam Lotus: Een wolf in schaapsvacht
Chrysler Simca 2 litres. Wat was ook alweer de bedoeling?

Ergens in Velp…

 

Nu in de winkel, het augustusnummer

Auto Motor Klassiek van augustus ligt nu in de winkel. Voor maar 4,99 een garantie voor zeker een paar uur leesplezier.

Deze maand een mooie opvallende omslag. De Opel Rekord die Erwin Roosink een paar jaar geleden kocht in slechte staat en volledig restaureerde. Waarna hij als fan van de Dukes of Hazzard aan het uiterlijk van zijn Rekord een eigen draai gaf.

Verder in dit nummer:

  • Fiat 850 Familiare die na een halve eeuw overging naar de tweede eigenaar, die vervolgens beloofde de volgende halve eeuw er goed voor te zorgen.
  • Suzuki GS1000 die in de eind jaren zeventig een nieuw hoofdstuk vormde in de betrouwbaarheid en rij-eigenschappen van de Japanse supersports.
  • De Volvo 340 GL is dan misschien wel geen uniek type auto, maar met zijn 58.000 kilometer op de teller, is de inmiddels 33 jarige klassieker wel in unieke staat.
  • In het praktjkartikel leren interieur opknappen wordt een uitgedroogd leren interieur weer mooi gemaakt.
  • De Toyota Corolla Coupé GT Twin Cam 16 is de laatste tien jaar behoorlijk in populariteit gestegen. Reden voor ons er eens een reportage aan te wagen. We vonden een mooi exemplaar.
  • BMW R100 Mono. In vergelijking met een R69S of een R90S heb je zo’n ‘nieuwe’ R100RT voor wisselgeld. En je rijdt er een mooie motor mee. Een signalement.
  • De Saab 96V4 van Ad van Beurden had al wat rally's gereden, maar om hem echt optimaal te laten presteren, moest er nog het een en ander aan gebeuren. In dit nummer een verslag van de werkzaamheden.
  • In 75 jaar later opnieuw een serie foto's uit de oude doos, waarmee we even terugschakelen naar de jaren van de Tweede Wereldoorlog.

Alle auto- en motorverhalen worden voorafgegaan aan tientallen pagina's met korte berichten, vanaf praktische tips tot en met historie, klassiekers die we onderweg tegenkwamen en diverse columns waar het hebben van een klassieker, het sleutelen aan een klassieker en zelfs het hobbymatig handelen van klassiekers centraal staat. Bovendien ook rond de veertig pagina’s met klassiekers te koop, die soms online niet eens aangeboden worden. Het perfecte leesvoer, ook voor de komende vakantie. Haal hem daarom snel in huis en neem alvast een abonnement, zodat u de volgende editie niet mist.

Meer over wat er in deze editie allemaal staat ziet u op onze pagina deze maand.

 

Dolf Peeters, automotive journalist, tekstschrijver, vertaler, lid van de Heeren van Arnhem

3 Comments

  1. Leo Eras

    6 juni, 2020 at 12:59

    in 1973 kocht ik in mijn diensttijd een Sunbeam Imp omdat een kamergenoot een zelfde had maar dan van Hillman, ik vond het een leuke auto. een paar maanden later kwam er een kamergenoot bij die in het bezit was van de zelfde auto maar dan in coupé uitvoering. dit was geen Imp maar een Chamois. hij was werkzaam als monteur bij een Rootes garage en kocht hem als inruiler. ik heb nadien nooit meer een Chamois gezien. is deze uitvoering bij de redactie bekend?

  2. Harika bilgi. Blogunuzun geri kalanını kontrol edeceğim.

  3. Olav ten Broek

    4 juni, 2020 at 19:55

    Duizend kilometer ten zuid-oosten van Linwood lag Bochum, waar ex-mijnwerkers in een net zo nieuwe fabriek een net zo nieuwe auto in productie namen: de Opel Kadett. Fabriek en Kadett liepen vanaf de eerste dag gesmeerd en werden een weergaloos succes. Datzelfde gebeurde in Genk, waar Ford de productie van de P4 / Taunus 12m ter hand nam met ex-mijnwerkers die blij waren eindelijk eens schone lucht en daglicht te ervaren.

    De Rootes Group had nog twee merken die genoemd mogen worden: Commer produceerde vrachtwagens en is weleens een artikel waard wegens de Commer TS3 motor, een driecilinder-dubbelzuiger-tweetakt=turbodieseldiesel, ook wel “Knocker” genoemd, een absoluut uniek motorblok.

    En Humber. Humber was het luxemerk van Rootes. Humber ontwierp een mooie luxe, gestroomlijnde wagen met veel leer en hout en bouwde daar ook een nieuwe productielijn voor, maar de Amerikanen vonden het beter om deze typisch Britse wagen in Frankrijk te produceren waar het ontwerp van een grote Simca voor in de papierversnipperaar verdween. Het werd de Chrysler 160 / 180 / Deux Litres serie. De Fransen waren boos dat ze een conventionele Britse auto moesten maken in plaats van hun hoogmoderne voorwielaandrijver met vijfde deur. De Britten waren boos dat een stel Fransozen er skai en plastic nephout in deed in plaats van Brits leer en houtfineer. De Franse dealers kregen een Britse auto die slecht aansloot bij de Simca-klanten en de Britse dealers moesten een Franse auto verkopen die ze niet vertrouwden. Uiteindelijk verhuisde de productie naar het Spanje van Franco waar de wagen veertien jaar onveranderd doorsukkelde, een onverdiend lot voor zo’n mooi en goed ontwerp.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *