Artikelen

Chrysler Sunbeam, de laatste nieuwe auto uit Linwood

By  | 

Al jaren was het concept van de Hillman Imp en badge engineering derivaten in productie. Maar in de jaren zeventig kwam de houdbaarheid van het inmiddels verouderde ontwerp met achterwielaandrijving en de motor achterin onder druk te staan. Chrysler UK zag de noodzaak van een modern geconstrueerde auto in de compacte klasse, die tevens de Imp moest opvolgen. Het startte in 1976 met de ontwikkeling van de Chrysler Sunbeam.

Niet alleen de veroudering van het Imp concept vormde een belangrijke reden om een nieuwe compact te ontwikkelen. Ook het feit dat Chrysler in zwaar financieel weer verkeerde maakte de komst van een voor het brede publiek toegankelijke en nieuwe auto noodzakelijk. Chrysler kreeg een steuntje in de rug om de fabriek in het Schotse Linwood draaiende te houden. Het was Groot-Brittannië dat tientallen miljoenen Ponden aan staatssteun verleende voor de ontwikkeling van een nieuwe auto “Made in Scotland”.

 

Kostenefficiënte uitdaging

De ontwikkeling startte in januari 1976. Ryton was de standplaats voor de engineering van het technische gedeelte. Het ontwerp kwam tot stand bij de Whitley Studio in Coventry, waar Roy Axe de leiding had. De ontwerpers kregen de opdracht om zo veel mogelijk Britse onderdelen te gebruiken en kostenefficiënt met het ontwikkelingsbudget om te gaan. De uitdaging was groot. De technische basis werd geleend van de achterwiel aangedreven Avenger. Nóg een voorwaarde die aan het project kleefde was dat het ontwerp in een kort tijdsbestek productierijp moest zijn. De opdrachtnemers slaagden in die opzet.

Klaar in anderhalf jaar

Reeds op 23 juli 1977 maakte het publiek kennis met het resultaat. De Chrysler Sunbeam werd enthousiast ontvangen door de belangstellenden. Zij begroetten een optisch nagenoeg nieuwe en goed afgewerkte auto met beproefde Chrysler UK techniek. De Sunbeam stond daarnaast op een met 8 cm ingekort platform van de Avenger. De lijnvoering was scherp en sportief en wat zeker in het oog sprong was één van dé ontwerpkenmerken van de Sunbeam: de volledig uit glas opgetrokken derde deur.


Direct keuze uit drie uitvoeringsniveaus en motoren

De aspirant koper stond na de introductie direct een drietal uitvoeringsniveaus (LS, GL en GLS) ter beschikking. Een zelfde aantal motoren was ook leverbaar, waarbij de kleine OHC 928 cc motor (met Imp ontwerptrekken) alleen aan de LS was voorbehouden. De bestaande Avenger krachtbron van 1.295 cc met onderliggende nokkenas was in de Chrysler Sunbeam leverbaar in de uitrustingsniveaus LS en GL. De 1.598 cc (ook bekend uit de Avenger en met onderliggende nokkenas) was voorbehouden aan de uiterst luxueus uitgeruste GLS. In 1978 volgde de TI, de sportieve afronding naar boven. Die kende eveneens de 1.598 cc, maar genereerde in plaats van 80 PK een vermogen van 100 PK.

Klapper: de Lotus Sunbeam

De klapper in de reeks kwam in 1979 op de markt. De Sunbeam Lotus werd op de Salon van Genève van 1979 gelanceerd en was onder meer uitgerust met een Lotus krachtbron van 2.172 cc (afhankelijk van het gebruik varieerde het vermogen van 150 PK tot 250 PK), een stijvere ophanging en een anti rollbar. De Sunbeam Lotus werd als Chrysler nooit voor particuliere doeleinden geproduceerd. Na de naamswijziging van Chrysler in Talbot- als gevolg van de overname door PSA in 1978- kwam de Lotus wél voor het publiek beschikbaar.

De laatste Sunbeam

Helaas betekende de overname van Chrysler UK door PSA binnen een paar jaar het einde van de sympathieke Sunbeam modellen. Linwood- zo heette het- zou op de lange termijn niet meer rendabel zijn. Toch kreeg het model uit 1977 nog een laatste facelift. Totdat hij in 1981 werd opgevolgd door de Franse Talbot Samba hield de Sunbeam het nog vol, maar na een productieaantal van rond 200.000 exemplaren was het over en sluiten met deze aantrekkelijke compact. En niet alleen dat: ook de naam Sunbeam verdween definitief in de geschiedenisboeken. En daarmee kwam óók een einde aan een illustere merknaam, die vanaf 1905 onlosmakelijk verbonden was geweest aan illustere Britse auto’s.

suggestiebanner

Ook leuk om te lezen…

Nu in de winkel

Auto Motor Klassiek van februari ligt nu in de winkel met deze maand een uitgebreid artikel over de Taunus 12M P4 van Fokke Jansma uit Wijnjewoude. Een opmerkelijk goed geconserveerde klassieker, die een bijzondere ontwerpgeschiedenis heeft. We mochten ook rijden in een tot in het kleinste detail perfecte Triumph 2000 Roadster. Hoe dat aanvoelt? U leest het in het februarinummer. Mocht u ooit van plan zijn een Opel Senator aan te schaffen, dan is het goed dat u dit nummer in huis heeft, want Aart van der Haagen doet uitgebreid uit de doeken, waar u dan rekening mee moet houden. Het een en ander aan aankooptips vindt u ook bij het artikel over de Citroën Dyane. Een auto die we troffen met zijn eigenaar op een terras tijdens een werkoverleg.

En verder:

De restauratie van een Nimbus Model C en een Norton M50. Waarom er zo weinig Opels over zijn? Dat leest u ook in dit nummer. De liefhebberij van een in Spanje wonende Nederlander, die ook geldt als dé specialist voor de Fiat 130. En ook in dit nummer; bijna dertig pagina’s korte berichten, verslagen, praktische tips, columns en korte typebeschrijvingen. Bovendien natuurlijk ook meer dan veertig pagina’s met klassiekers te koop, die soms online niet verder aangeboden worden.
ABONNEER NU EN MIS HET VOLGENDE NUMMER NIET MEER

2 Comments

  1. Christopher Peycke

    15 maart, 2017 at 09:15

    Inderdaad een uit nood geboren auto die qua resultaat niet slecht was. De achterwielaandrijving maakte hem voor de grote massa buiten Engeland oninteressant. De bij Chrysler UK gebruikte motoren waren heel wat aangenamer dan de ratelende Simca-Vierpitters. Roy Axe wilde deze auto eigenlijk niet. De opvolger van de Imp en Simca 1000 moest volgens planning op een verkort Horizon-onderstel komen (Project C2). Door geld- en tijdnood kwam het er niet van

    • Henk vd Meer

      3 november, 2019 at 21:14

      De Simcamotoren liepen misschien minder smeuig dan de Chrysler UK motoren, eerstgenoemde gingen echter wel veel langer mee.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *