Bijzonder

Het verschil tussen een Mini Cooper ‘S’

By  | 

De eerste Mini Cooper die ik ooit had was er eentje van Scalextric. Die was erg klein. De moderne Mini is, hoe goed hij blijkbaar is en verkoopt, een aanfluiting voor de naam. Als ik zo’n moderne Mini zie moet ik altijd denken aan een kennis die zijn Sint Bernhard ‘Truusje’ noemde. Het kan. Maar het wringt.

Over de Echte Mini’s zijn hele bibliotheken volgeschreven

Een topper uit dat segment is Rob Goldings ‘Mini after 25 years’ (Osprey, 1984). Ik kocht het na keihard onderhandelen voor 5- in plaats van 6 euro op een braderie en de vorige eigenaar was volgens het stempel G.H.M. Beekman. G.H.M. Beekman of zijn familie mag gerust zijn. Het boek is goed terechtgekomen.

Mini’s zijn intussen geheide klassiekers en de prijzen er van zijn al lang niet Mini meer.

Natuurlijk is een vraagprijs – let op: in de klassiekerhandel zijn prijzen vraagprijzen! – van €43.950 minder dan een vraagprijs van €45.000. Maar het blijft serieus geld. Aan de andere kant: gisteren reed ik op een klassieke motorfiets waar de prijs – vast geen vraagprijs – €50.000 bleek.

Je kunt voor veel, heel veel minder een nette Mini rijden

Maar echt perfecte Cooper ‘S’ exemplaren? Die zijn zo schaars dat er grof geld voor wordt betaald. Zelfs zoveel dat je je serieus afvraagt of zo’n driftig doosje na aanschaf nog wel eens lekker door de herfstige Ardennen gejaagd mag worden. We gunnen het zo’n autootje van harte. Hij is ervoor gemaakt. Zelfs meer dan zijn boulemische opvolgers. We kregen een lijstje van een Miniliefhebber over de generaties heen. De nieuwe Coopers hebben hun eigen zwakke punten: de ondersteuning van de radiator is sub optimaal, de koelwaterslang is kwetsbaar, beweging van de distributieketting kan voor lawaai en trillingen zorgen, de elektrische pomp van de stuurbekrachtiging was de reden voor een serieuze ‘recall’.

Bij vervanging is het raadzaam om ook de fan en de riemenwinkel te vervangen. De VVT, de variabele kleptiming, is heel gevoelig op zijn olieniveau. De waterpomp en het huis van de thermostaat hebben de neiging te gaan lekken. Het vervangen van een versleten koppeling is een dure zaak en zo’n recente Mini Cooper is ook niet gegarandeerd vrij van problemen met de transmissie. Aan zo’n nieuwe Mini is weinig zelf te repareren. En bij werkplaatstarieven van bijna €100 ex btw kan werk aan een nieuwe Mini Cooper heel duur uitvallen.

Voor een klassieke Minirijder is de wereld daar veel aantrekkelijker

Bij zo’n auto is alles lekker bereikbaar, de onderdelen zijn menselijk geprijsd en bij veel specialisten en gewoon goede universeelgarages ligt het uurtarief omstreeks de €60-70. Daarbij is een oude Mini een echte rijdersauto die zijn chauffeur erg blij maakt en die altijd goed is voor opgestoken duimen. De blije eigenaar van een nieuwe Mini Cooper is alleen maar onderweg.

We kwamen bij die Mini overpeinzing tijdens een bezoek aan Gallery Aaldering waar de Jaguar Daimler Club Holland het verjaardagsfeestje van Sir William Lyons vierde met een internationale samenkomst van vooroorlogse SS jaguars. De Brummense 1275 Cooper ‘S’ is een van de weinige, in 1968 origineel in Nederland geleverde, Cooper ‘S’ modellen. De gehele historie is beschreven en dus aantoonbaar. En dat heeft zijn prijs. De Scalextric Cooper ‘S’ vonden we in Parijs, bij Lulu Berlu. Het is een goed rijdende occasion. Voor nog geen dertig euro.

Mini Cooper

Mini Cooper

Geen gedoe met variabele kleptiming

 

Dolf Peeters, automotive journalist, tekstschrijver, vertaler, lid van de Heeren van Arnhem

    Leave a Reply

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *