Bijzonder

De VW type 3, nieuw maar vertrouwd

By  | 

De Volkswagen Type 3 (verkocht als Volkswagen 1500 en later Volkswagen 1600) was Volkswagens gedroomde opvolger van-de Kever en bood meer ruimte en luxe dan die legendarische, maar indertijd al gedateerde, Kever.

Een VW TL ‘Fastback’? Dat was mijn eerste auto. Ik kocht hem van de garagist waar mijn vaders Simca 1501 Break in onderhoud was. De donkergoene VW zou technisch prima in orde zijn. Als dienstplichtig militair betaalde ik er 300 gulden voor. De auto was krokant om de koplampringen, wielranden en bij de A zuilen. Overal. eigenlijk. Die brosheid plamuurde ik lekker massief dicht onder het motto: “Eerst oude kranten, dan glasvezelmat, dan polyesteren, plamuren en schuren, schuren en schuren en kwasten maar. Indertijd was ik trots op het resultaat. Nu zou ik dat niet meer zijn. Denk ik. En een goed rijdende TL voor 150 euro? Dat gaat hem het ook niet meer worden.

De VW type 3, nieuw maar vertrouwd

Qua techniek was deze serie nog Kever gebaseerd, maar kenmerkende verschillen waren de over de volle autobreedte torderende torsiestaven en het subframe dat de aandrijving droeg. Het Type 3 werd gebouwd van 1961 tot 1973. De Fastback werd gepresenteerd voor 1965. Deze nieuwe, grote VW was te koop als sedan, als fastback en als stationcar. De auto’s werden geleverd met 1.500- en 1.600 cc motoren. En die motoren waren natuurlijk luchtgekoelde viercilinder boxers.

Pas nu weer populair

Het heeft best lang geduurd voordat klassiekerliefhebbers de handen op elkaar kregen voor deze, toch miljoenen malen verkochte, serie Volkswagens. Nu de interesse groeit valt pas op hoe weinig Type 3’s er zijn over gebleven. De conservatieve kopers kochten de ‘Pontons’, de sedans. De praktische denkers gingen voor de Variant (in de US ‘squareback’ genoemd). Die stationcar uitvoering was met zo’n 43, 5 % verkoopaandeel de topper. Hij werd ook zonder zijruiten achter de bestuurder geleverd. Porsche dromers en dynamische levensgenieters kochten Fastbacks.

Strak gebudgetteerd

De 1500 en 1600 werden, net als Kevers, uit kosten- en ervaringsoverwegingen, aangedreven door een achterin geplaatste luchtgekoelde viercilinder-boxermotor met 1.493 cc en 1.584 cc, die in carburateurversie 45 respectievelijk 54 pk leverden. Als inspuiter leverde hij hetzelfde vermogen. Maar had hij er minder benzine voor nodig. Er was vanaf 1967 keuze tussen een handgeschakelde vier- of automatische 3-versnellingsbak

Het pannenkoekenblok

Door het Keverconcept – inclusief de wielbasis -te handhaven, had Volkswagen met dit model met beperkte ontwikkelingskosten een ruime middenklasser in het programma, waarbij de Ponton en de TL-uitvoering zowel onder de voorklep als onder de achterklep bagageruimte boden. Die bagageruimtes waren dan wel niet al te hoog, maar toch… De herboren boxers hadden hun ventilator op de krukas. Daarom was de bouwhoogte van de motoren erg laag (ca. 48 cm). De bijnaam ‘pannenkoekblok, pancake engine of kofferblok was daarna al snel geboren. Dat de technici een goed functionerend koelsysteem voor zo’n ‘ingepakte’ motor bedachten is trouwens een compliment waard. Koelingechnisch ontliep de T3 met zijn vlak liggende oliekoeler een berucht Keverkwaaltje: de derde cilinder raakte zijn neiging tot over verhitten kwijt.

Anders dan de Kever


Zo’n Type 3 rijdt heel anders dan een Kever. De andere torsiestaafvering en de schuin geplaatste achterdraagarmen maken de rit in in deze Volkswagens veel soepeler. Daarbij voelt de VW ‘groot & volwassen’ aan. Voor een moderne ‘fullsized’ Hollander is een Kever toch vaak een wat krappe behuizing. Deze Fastback voelt echt aan als een ‘automobiel. En je kijkt uit over een lekker lange neus. Dat is altijd leuk. In september 1968 kreeg de T3 deze langere neus. Hij staat hem goed. En dat de afkorting TL (Touren Limousine) in de volksmond “Traurige Lösung“ of „Traurige Linie“ werd. Ach, kijk maar naar de meest recente Opel reclame: “Wij Duitsers hebben geen humor…”. Ze zeggen het zelf.

Dolf Peeters, huurwoordenaar, automotive journalist, lid van de Heeren van Arnhem

3 Comments

  1. HenkG

    10 mei, 2018 at 09:36

    Denk even aan het volgende: de kever zuigt de koellucht uit de motorruimte en die is al voorverwarmd/
    Bij type-III (en -IV) wordt de koellucht via een rubber mof die de lucht rechtstreeks vanbuiten haalt -zonder voorverwarmde lucht uit de motorruimte te zuigen – en dat is al een verbetering. Bovendien zit de oliekoeler bij de type-III niet meer in de weg bij cilinder 3, waardoor deze minder snel oververhit raakt.

  2. Jean simons

    10 mei, 2018 at 01:53

    Ik begrijp dat verhaal over de koeling niet: die vlakliggende oliekoeler kan toch niet de enige reden zijn voor de geringe bouwhoogte: kijk je naar de kevers en ook Porsches met die gigantische ventilators en luchtgeleiders en vergelijk je dat met die paar koel-inlaatsleuven aan de zijkanten vd 411 of 15001600 cc, en je ziet hoe compact en ingekapseld de motoren erbij liggen, dan vraag je je toch af hoe die motoren niet oververhit raakten.

    • Jean simons

      10 mei, 2018 at 01:54

      Ik begrijp dat verhaal over de koeling niet: die vlakliggende oliekoeler kan toch niet de enige reden zijn voor de geringe bouwhoogte: kijk je naar de kevers en ook Porsches met die gigantische ventilators en luchtgeleiders en vergelijk je dat met die paar koel-inlaatsleuven aan de zijkanten vd 411 of 15001600 cc, en je ziet hoe compact en ingekapseld de motoren erbij liggen, dan vraag je je toch af hoe die motoren niet oververhit raakten.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

X
X