Motoren

De Honda C110 en – 114, de sportieve kleintjes van Honda

By  | 

De Honda Super Cub is vanaf 1958 continu in productie gebleven en intussen zijn er er wereldwijd 100 miljoen van gebouwd. Daarmee is de Super Cub ‘s werelds meest gebouwde gemotoriseerde tweewieler. Maar de C110 en de C114 waren leuker

We publiceren deze artikeltjes gratis, en willen dat natuurlijk ook blijven doen. Maar u begrijpt dat dat voor ons niet gratis is. Ondersteunt u dit initiatief en waardeert u het? Overweeg dan eens een abonnement op Auto Motor Klassiek. U helpt ons dan niet alleen de gratis initiatieven betaalbaar te houden, maar ontvangt als bonus ook nog eens elke keer een AMK in de bus. En u betaalt nog maar € 3,30 per nummer in plaats van € 4,99. Elke maand goed voor uren leesplezier.

Maar de markt vroeg om iets minder serieus

Iets sportievers. Daarom bedacht Honda voor 1960 de C110. Dat was tenminste een Echte Sportieve Motorfiets. In een Engelse test werd ronkend geschreven: Honda’s best and most charismatic 50cc sports bike, the first C110 ‘Sports Cub’. De C 110 had een aan de sportieve insteek aan gepaste C 100 krachtbron. De extra powerrrr (5- in plaats van 4,5 pk) kwam daarbij uit een hogere compressie. De hogere temperatuur waar die hogere compressie voor zorgde werd effectief bestreden met een aluminium, in plaats van een gietijzeren, cilinderkop.  Zo’n C 110 was in Engeland de eerste 50 cc motor waarmee 50 mijl per uur gereden kon worden. En die daarbij heel bleef. De eerste C110’s moesten het nog doen met drie, maar snel kwamen er vier versnellingen aan boord.

De C 110 had een geperst stalen ruggengraatframe, waar het luchtfilter en de elektra keurig in zaten opgeborgen en het mengsel moest best een stuk reizen door het lange, gebogen inlaatspruitstuk. De schommelarm voorvork was nog heel erg ‘fifties’, maar het hoog gebogen uitlaatsysteem was de moeder van alles wat we vandaag de dag op allroad/offroad motorfietsen zien. Inclusief het fraai geperforeerde hitteschild. Hetzelfde model was ook beschikbaar als solozitter of met een gewoon laag liggend uitlaat gebeuren. Dan heten ze respectievelijk C 111 en C 110 D of C 114.

In Engeland sloeg Honda op imago gebied genadeloos toe in de Maudes Trophy

Dat was een 7 daagse non stop rit waarbij betrouwbaarheid en zuinigheid de opmaat waren. Norton won die trofee tussen 1923-1926. Na WO II was het fenomeen vergeten tot dat BSA in 1952 de draad weer op pakte. In 1962 ging Honda de strijd aan met een C 100, een C 102 en een C 114. Het was eind oktober en het regende zeven dagen onaf gebroken. Het trio Honda’s reed onverstoorbaar 7 dagen 24/24 en hield de trofee tot 1973 totdat BMW het vaandel over nam.

In de tussentijd is een C 110 of 114 gewoon een brommertje

Met zijn 66 kilo drooggewicht is hij gewoon op te tillen. Maar het was ook toen al een echte Honda. De doordachtheid en kwaliteit straalt nog steeds van het ontwerp af. Gemaakt voor mensen tussen de volle 160-170 strekkende centimeters lang. Intussen is de gemiddelde lengte van Noord Europeanen en idem Amerikanen is echter met een centimeter of 10-15 toegenomen. En die groeperingen zijn er ook niet veel lichter op geworden. Daarom is die in Engeland zo bejubelde 50 mph (80 Km/h) , nu zelfs met een heel frisse C 110 of 114 niet meer helemaal vanzelfsprekend.

De prestaties, remmen en vering zijn voldoende bij een berijder tot een kilo of zeventig

Tot een vaartje van een kilometer of 65-70 per uur. Maar zestig rijden vinden deze Hondaatjes ook niet erg. Van sportief stevige demping of vering is daarbij geen sprake. Nog nooit was gedateerdheid zo perfect in zijn beperkingen.

 

Nu in de winkel, het julinummer

BMW 318i, Fiat 500 Abarth, Chevrolet Fleetmaster

Auto Motor Klassiek van juli ligt nu in de winkel. Dus snel naar de boekwinkel voor een nieuw nummer. Voor maar 4,99 een garantie voor zeker een paar uur leesplezier.

Lekker zomers prijkt op de omslag de BMW 318i cabriolet van Femko de Jong. Hij bracht de auto tot in perfectie. U leest er alles over in nummer 7.

Erg interessant vinden we zelf de ombouw van een Chevrolet Fleetmaster naar een custom. Dat is niet zomaar klakkeloos gedaan. Het was een echt ingrijpend project. Zelfs de klompen van de eigenaar moesten eraan geloven. Ook de restauratie van de Fiat 500 waarvan in dit nummer een verslag, zou je onder de noemer custom kunnen scharen. De auto was in erbarmelijke toestand, dus een intensieve restauratie volgde. Eigenaar Henrique Linde gaf er meteen een eigen 'Abarth'-draai aan. Wij vonden het resultaat meer dan geslaagd. Hendri Kampherbeek heeft zijn hart gegeven aan Peugeot. Zelfs wanneer deze voor de tweede keer onder handen moet worden genomen. Zijn Peugeot 405 mi16 kocht hij met een kapotte motor en na de restauratie was het weer bijna mis.

Natuurlijk worden alle auto- en motorverhalen weer voorafgegaan aan tientallen pagina's met korte berichten, vanaf praktische tips tot en met historie, klassiekers die we onderweg tegenkwamen en diverse columns waar het hebben van een klassieker, het sleutelen aan een klassieker en zelfs het hobbymatig handelen van klassiekers centraal staat. Bovendien natuurlijk ook rond de veertig pagina’s met klassiekers te koop, die soms online niet eens aangeboden worden. Het perfecte leesvoer. Haal hem daarom snel in huis en neem alvast een abonnement, zodat u de volgende editie niet mist.

En verder ook nog:

  • Aprilia Moto 6.5 restauratie
  • Honda CB 550
  • Mercedes-Benz 600 Pullman
  • Herinnering aan Stirling Moss
  • Beleef de bevrijding deel 2

Meer over wat er in deze editie allemaal staat ziet u op onze pagina deze maand.

 

Dolf Peeters, automotive journalist, tekstschrijver, vertaler, lid van de Heeren van Arnhem

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *