Motoren

BMW R 100 RT. Geen naalden in hooibergen

By  | 

Geen naalden in hooibergen, maar gewoon lagernaalden in de carterpan. Daar komen we op terug. Gerhard is één van de motorrijders die een stap vooruit, het verleden in heeft gezet. Zijn laatste paar motoren – BMW’s, want dat merk ligt hem na aan het hart gebakken – waren nieuw of recent. En feitelijk kwam hij tot de conclusie dat… hij ze niet meer leuk vond. Hij bedacht dat hij terug wilde naar zijn ‘laatste’ tweeklepsboxer, een R 100 RT.

Het eind van de R 100 RT. Of niet?

Toen BMW vanaf 1983 begon met de productie van vloeistofgekoelde drie- en viercilinder motorfietsen (de K 75-serie en de K 100-serie), was Het Management van plan de luchtgekoelde boxermotor alleen nog voor de GS-modellen te behouden. Klanten, dealers en zelfs importeurs protesteerden daar heftig tegen. Want een BMW? Die hoorde een boxermotor te hebben.

Beter ten halve gekeerd…

Na enkele jaren zag BMW aan de verkoopcijfers en de klanttevredenheidsonderzoeken dat het een heilloze weg was ingeslagen door de zware boxers uit de markt te halen. Maar toen was het inmiddels zo dat de ‘oude’ boxers niet meer binnen de geldende milieueisen te boetseren waren, zonder in de knoei te komen met de betrouwbaarheid en het vermogen. BMW besloot de 1000cc-modellen niet zonder meer in productie te nemen, maar nieuw te ontwikkelen op basis van de nog bestaande R 80 motoren. Die waren immers wel aangepast en gemoderniseerd. Die blokken konden ‘loodvrij’ drinken, daarnaast waren de frames wat moderner doordat ze voorzien van monolever achterwielophanging. Motorisch gezien hadden de ‘nieuwe’ 1000 cc blokken minder spierballen dan de oude: 60 – tegen 70 pk, dat was ook een gevolg van de milieutoestanden.

De tweede generatie BMW R 100 RT

De eerste versie van de nieuwe ‘zware jongen’ was de R 100 RS. Uiterlijke verschillen met de voorgangers van de /7-serie waren de kleinere wielen, de achterrem, de monovering, en de kleinere zijdeksels onder de buddyseat. In 1987 werd ook de R 100 RT in ‘2.0’ versie uitgebracht. Die verschilde op zijn riante toerkuip na niet veel met de RS. Een luxere versie, waarvan weinig bekend is, werd R 100 LT (Luxus Touring) genoemd. Daarvan zagen we er onlangs eentje te koop in Den Haag. Voor € 1.200. De productieaantallen van beide modellen samen bedroegen krap 10.000 stuks. Ondanks het verschijnen van de R 1100-serie in 1993 bleef de R 100 RT Mono tot 1997 leverbaar. Omdat de klanten dat wilden.

De BMW R 100 RT: veel motor voor een redelijke prijs

In vergelijking met een R 69 S of een R 90 S heb je zo’n ‘nieuwe’ R 100 RT voor wisselgeld. Denk vanaf zo’n €3.500-4.500. We zagen een vers uit de krat gehaald exemplaar aangeboden voor vlak tien mille. Bij machines met 100.000-120.000 km op de klok moet je bij de aankoopprijs een koprevisie rekenen. Het is niet anders. De voorste remschijven gaan zo’n 100.000 km mee. En de beste manier om in één oogopslag te zien of zo’n BMW meer dan een ton heeft gelopen? Dat is om te kijken naar de ‘piramidetjes’ op het rempedaal. Als die de scherpte van hun toppen kwijt zijn, dan heeft de BMW geen 26.000, maar 126.000 kilometer gelopen.

Wat een BMW boxer ook gereden heeft: de onderdelenvoorziening is prima en de prijzen van de onderdelen zijn mensvriendelijk. En voor rustige, netjes werkende mensen is het werken aan zo’n Beier een feestje.

Die naalden in de carterpan dus

Ons fotomodel was gekozen aan de hand van een kritische blik en een uitgebreide proefrit. De insteek was dat de machine 126.000 km had gelopen. Er zaten immers nieuwe schijven op en er zat een muzikaal tikje in een van de cilinders. Nader onderzoek wees uit dat de motor echt niet meer dan 26D km had gelopen. Alleen was er in die tijd blijkbaar een naaldlager van een tuimelaar gesneuveld. De reparatie was niet op het niveau van de gangbare BMW reparaties gedaan. Er waren sleutelvouden gemaakt van het soort dat je doorgaans alleen bij oudere Harley’s aantreft. Maar alles is goedgekomen.

Met 26D km op de teller

Dolf Peeters, automotive journalist, tekstschrijver, vertaler, lid van de Heeren van Arnhem

    3 Comments

    1. Peet kisters

      19 maart, 2019 at 21:56

      12 jaar lang met veel plezier R100RT gereden die toen al (pas) 10 jaar oud was en een ton had gedraaid.
      Op gebroken naaldlager na elke dag een feest om mee te rijden. Alleen bij erg warm weer had ik soms liever geen volle kuip maar in regen en kou: heerlijk!
      Fijne motorfiets.

    2. Pascal

      19 maart, 2019 at 09:39

      De Mensch (M/V) zit nu eenmaal graag voor het bekende ‘duppie op de eerste rij’.
      Dat een goede revisie nu eenmaal geld kost, is een zekerheid.
      Wat me weer doet denken aan het versje “snel,goed en goedkoop”;

      ‘Wat goedkoop en goed moet, is niet snel,
      wat goedkoop en snel moet, is niet goed..
      Maar wat snel en goed moet, is niet goedkoop’

      Dat er zoveel verprutst wordt in de klassieke(r/ Harley)-wereld, is vooral op bovenstaande feiten te herleiden..

      • Dolf Peeters

        21 maart, 2019 at 07:35

        En dat het hebben van tattoos vakkennis zou garanderen is ook zo’n misverstend 🙂

    Leave a Reply

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

    X
    X