Historie

Bentley S1

By  | 

Bentley werd door Walter Owen Bentley (1888-1971). opgericht in 1919. Na de Eerste Wereldoorlog stond het merk bekend om zijn sportauto’s die uiterst succesvol meededen aan de 24 uur van Le Mans. Bentley werd in 1931 overgenomen door Rolls-Royce, waarna de productie twee jaar werd gestaakt. Tijdens de wedergeboorte van het merk werd besloten dat het  de sportieve tak van Rolls-Royce zou worden. Maar daar in was het management niet erg gewetensvol. We zien de Bentley S1 die wij zagen niet in een dappere vierwieldrift door bochten vegen.

De Bentley S1 uit 1957 die ons fotomodel is, is een prachtige oude dame. Zo’n auto is  het eeneiige zusje van de Rolls-Royce Silver Cloud, en kwam in 1955 op de markt. De productie stopte in 1959. In die vier jaar tijd zijn er in 3538 S1’s gemaakt; 3072 ‘normale’ S1’s, 35 LWB S1’s (long wheelbase) en 431 S1’s Continentals met wat meer vermogen onder de kap. Maar ongeveer 5% werd getrakteerd op een ‘coachbuilt body’. De rest kreeg de door elitaire Rolls en Bentley liefhebbers bekritiseerde Standard Steel carrosserie, die door diezelfde kritische liefhebbers consequent als ‘Standard Rust’ body werd aangeduid.

 

De Bentley S1 heeft een zes-in-lijn

Een zes-in-lijn is immers veel beschaafder dan een V8. Zeker als er op de achtergrond wordt gemompeld dat de driveline van de Bentley en Rolls V8’s modellen eigenlijk gewoon bij GM vandaan komt. Veel ordinairder kan het niet. Die General Motors link is overigens slechts beperkt waar.

Deze stijlvolle automobielen zijn dus gebouwd tussen 1955-1959

De Bentley S1 was de laatste standaard productie-auto van het merk die nog een onafhankelijk chassis had. Net als bij de vorige Bentley van Mark VI en R, was er bijna geen verschil tussen de standaard Bentley- en Rolls-Royce-modellen; deze Bentley S verschilt alleen in de vorm van de radiatorrooster en de badging van de Rolls-Royce Silver Cloud I.


Ook interessant:

Toch was de Bentley voor best wat mensen een bewuste keuze, een leukere auto. En dat dan hoofdzakelijk vanwege de sportieve reputatie die het merk had. Ettore Bugatti moet ooit eens gezegd hebben dat de echt authentieke Bentleys enorm snel waren voor de vrachtauto’s die het waren.

De Bentley S1 had al zijn sportiviteit intussen al ingeruild voor stijl en ontspanning. Het is een grote, luxe automobiel.

Nog steeds indrukwekkend

Deze S1 vonden we na een tip in Zelhem. De Bentley S1 uit 1957 heeft al sinds 1996 een NL kenteken en komt nu eens niet uit een oliestaat of India, maar uit Engeland. De historie van de auto is niet 100% gedocumenteerd, maar wel uit overlevering bekend. De automaat maakt er een soepel glijdend schip van. In het landelijke gebied om Zelhem rijdt de Bentley net zo soeverein over de secundaire wegen als hij ooit in Engeland moet hebben gedaan. En bij een klein stukje snelweg verplaatsen de inzittenden zich in een eiland van stilte. Een passerende chauffeur fotografeert ons met zijn smartphone. En intussen is de zescilinder lekker op temperatuur en loopt hij zijdezacht.

Bentley rijden is haalbaar

Het bezit van een Bentley of Rolls is nooit erg bedoeld geweest voor langdurige minima. Maar het is haalbaar. Zeker ook omdat oude Bentleys en Rolls-Royces doorgaans niet direct naar de lokale hoogovens gingen.: Meer dan 90% van alle onderdelen is nog probleemloos leverbaar. Sommige technische delen zijn ‘naslag’, maar kwalitatief het merk waardig. Technisch gezien is het remsysteem met zijn servo soms een dingetje. Zeker als er onoordeelkundig aan de afstelling is gewerkt. De werking van de kachelkleppen is wel een punt van aandacht.

Die zijn duurder

Een krachtige versie, de S Continental (alleen chassis) werd zes maanden na de introductie van de Bentley S1 geïntroduceerd. Lichtere gesloten en drophead-coupé koetswerken werden op speciale bestelling geleverd (tegen een circa 50% hogere prijs) door H. J. Mulliner & Co., Park Ward, James Young en Freestone & Webb. Een pre-productie 2-persoons coupé op het nieuwe chassis werd ontworpen en gebouwd voor de Bentley-fabriek door Pininfarina. In 1959 beschreef autocorrespondent Archie Vicar de auto als een “comfortabele grote salon met een behoorlijke snelheid”.

In zijn dagen kostte een Bentley S1 ongeveer 50.000 gulden.

Het prijsidee

Een rijdend met werk  is met wat zoeken te vinden voor bedragen omstreeks de € 25.000. Maar dat is dan pas het begin. Voor toppers worden bedragen tot een ton in euro’s gevraagd. En dan hebben we het over de Standard Bodies. Voor een Continental Fastback by H.J. Mulliner kan zomaar meer dan € 500.000 gevraagd worden.

 

suggestiebanner

Ook leuk om te lezen…

Nu in de winkel

Auto Motor Klassiek van februari ligt nu in de winkel met deze maand een uitgebreid artikel over de Taunus 12M P4 van Fokke Jansma uit Wijnjewoude. Een opmerkelijk goed geconserveerde klassieker, die een bijzondere ontwerpgeschiedenis heeft. We mochten ook rijden in een tot in het kleinste detail perfecte Triumph 2000 Roadster. Hoe dat aanvoelt? U leest het in het februarinummer. Mocht u ooit van plan zijn een Opel Senator aan te schaffen, dan is het goed dat u dit nummer in huis heeft, want Aart van der Haagen doet uitgebreid uit de doeken, waar u dan rekening mee moet houden. Het een en ander aan aankooptips vindt u ook bij het artikel over de Citroën Dyane. Een auto die we troffen met zijn eigenaar op een terras tijdens een werkoverleg.

En verder:

De restauratie van een Nimbus Model C en een Norton M50. Waarom er zo weinig Opels over zijn? Dat leest u ook in dit nummer. De liefhebberij van een in Spanje wonende Nederlander, die ook geldt als dé specialist voor de Fiat 130. En ook in dit nummer; bijna dertig pagina’s korte berichten, verslagen, praktische tips, columns en korte typebeschrijvingen. Bovendien natuurlijk ook meer dan veertig pagina’s met klassiekers te koop, die soms online niet verder aangeboden worden.
ABONNEER NU EN MIS HET VOLGENDE NUMMER NIET MEER

Dolf Peeters

Dolf Peeters, automotive journalist, tekstschrijver, vertaler, lid van de Heeren van Arnhem

2 Comments

  1. Hans C.

    8 februari, 2020 at 22:10

    Ik kan me herinneren dat begin jaren ‘70 een leverancier van juwelen en horloges met dit model reed. Maandelijks kwam hij op bezoek bij juwelier Klinkhamer, bovenaan de Spijkerlaan.
    Enkele jaren later bleek dat ene E. Ratelband ook met hetzelfde type auto reed. Er was toen een restaurant in Oisterwijk waar Cas Spijkers de pannetjes op het vuur zette. In de Rolls-Royce van E. zijn we er toen met hem en twee anderen een ‘vorkje gaan prikken’.

  2. J. Colijn

    8 februari, 2020 at 22:10

    Ik kan me herinneren dat begin jaren ‘70 een leverancier van juwelen en horloges met dit model reed. Maandelijks kwam hij op bezoek bij juwelier Klinkhamer, bovenaan de Spijkerlaan.
    Enkele jaren later bleek dat ene E. Ratelband ook met hetzelfde type auto reed. Er was toen een restaurant in Oisterwijk waar Cas Spijkers de pannetjes op het vuur zette. In de Rolls-Royce van E. zijn we er toen met hem en twee anderen een ‘vorkje gaan prikken’.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *