Artikelen

Alfa Sei. Een heel bijzondere auto.

By  | 

Wat zal er onder de motorkap te vinden van de Alfa Sei te vinden zijn? Inderdaad, een zescilinder motor. Een V6 om precies te zijn. 

We publiceren deze artikeltjes gratis, en willen dat natuurlijk ook blijven doen. Maar u begrijpt dat dat voor ons niet gratis is. Ondersteunt u dit initiatief en waardeert u het? Overweeg dan eens een abonnement op Auto Motor Klassiek. U helpt ons dan niet alleen de gratis initiatieven betaalbaar te houden, maar ontvangt als bonus ook nog eens elke keer een AMK in de bus. En u betaalt nog maar € 3,30 per nummer in plaats van € 4,99. Elke maand goed voor uren leesplezier.

In de jaren zestig had het merk Alfa Romeo verkoopsuccessen met modellen als de Giulia in allerlei uitvoeringen, een cabriolet met de naam Spider en een coupe die onder ander bekend werd als ‘brievenbus’ en later als GTV. Aan de top van het segment wilde Alfa ook auto’s verkopen en daarom werden de 2600 en de 2600 coupe geïntroduceerd. Maar daar kwamen geen opvolgers voor. De Giulia vond zijn opvolger in de Alfetta, hoewel beide modellen nog een aantal jaren naast elkaar geproduceerd werden. Er werd in het zuiden van Italië met overheidssteun een nieuwe fabriek gebouwd en daar rolde de Alfa Sud van de band. De naam zegt het al, Sud is Zuid. Vanaf dat moment noemt men de modellen die in de andere fabrieken werden gebouwd Alfa Nord. 

Nieuw topmodel

Men wilde boven de Alfetta’s een nieuw topmodel hebben met een zescilinder motor en meer luxe. Het moest een auto worden die kon concurreren met een BMW 525 of een Mercedes. Maar de oliecrisis gooide roet in het eten. Er zou te weinig potentieel zijn voor een dorstige zescilinder. Daarom werd de introductie uitgesteld. Uiteindelijk was de auto klaar voor de verkoop. Het was begin 1979 toen de Alfa Sei op de Nederlandse markt kwam. De prijs was hoog, vanaf achtendertigduizend gulden. En dat was nog zonder de accessoires bij die men kon bestellen zoals airconditioning, metalliclak en een automatische versnellingsbak, lichtmetalen velgen en leren bekleding. 

De ANWB/Bovag koerslijst van november 1980 vermeldde prijzen als. Aankoop Alfa Sei ƒ 42.990 en accessoires: automaat ƒ 2.200, metalliclak ƒ 1.150, airconditioning fl 2.650, lichtmetalen velgen fl 1.150, en lederen bekleding fl 2.100. Maar dan had je ook een uitermate exclusieve zeer luxueuze sedan van het merk Alfa Romeo. Met een twee en een halve liter V6 onder de motorkap, die gevoed werd door zes valstroomcarburateurs en 160 DIN pk vermogen had. De als optie leverbare automaatbak had drie versnellingen vooruit. Je zou verwachten dat aan een auto als deze niets meer te verbeteren viel. Het was en is een uiterst zeldzame auto met een totale productie van slechts 12.070 stuks door alle jaren heen.

Niets te wensen, of toch?

Als je het zo leest zou je een gelukkig mens moeten zijn als je een originele Alfa Sei zou bezitten. Het lijkt alsof er niets te wensen is maar dat ligt bij sommigen geheel anders. In de praktijk blijkt het brandstofverbruik namelijk veel hoger te zijn dan de fabrieksopgave en in de loop van de tijd zijn de carburateurs natuurlijk gedeeltelijk of helemaal versleten. Daardoor is de auto uitermate moeilijk te starten en met een gemiddeld verbruik van een liter op vijf kilometer wordt een ritje ook geen pretje. Eerst moet het spaarvarken aangesproken worden om te kijken hoeveel brandstof er kan worden aangeschaft en dat verlaagt de actieradius aanzienlijk. En dan was er nog het toerental van de motor. Bij een snelheid van 120 kilometer per uur draaide de motor omstreeks 3.950 toeren per minuut. En dat moest anders. 

Super Sei

De auto van eigenaar Vincent moest een super Sei worden. Een overtreffende trap van de, in de ogen van de fabrikant van de Alfa Romeo Sei, al voortreffelijke wagen. Er moest een andere snellere motor in en een moderne automatische versnellingsbak. De centrale deurvergrendeling moest worden veranderd. Er moesten gordels op de achterbank komen en er moesten andere schokbrekers onder de auto om de wegligging aan te passen. Natuurlijk stonden er moderne banden op de verlanglijst net zoals een moderne radio en verder nog wat futiliteiten zoals een volledig nieuw lederen interieur. Het brandstofverbruik moest drastisch omlaag, net zoals het toerental en in feite moest het een auto worden die zou rijden als een moderne limousine met de ‘looks’ van een veertig jaar oude auto. Dat werd een hele uitdaging en Marco van Doorn van Alfaspecials mocht zich gaan uit leven.

Wat werd er veranderd?

De motor van de Alfa Sei zou vervangen worden door de motor uit een Alfa Romeo 164. Die had vierentwintig pk meer, terwijl het koppel ook hoger was: 259 Newtonmeter in plaats van 219,6 Newtonmeter. Dat lijkt makkelijk maar er moest wel wat worden aangepast. Natuurlijk zouden de zes valstroomcarburateurs worden vervangen door een modern injectiesysteem. Dan zou de auto makkelijker starten en zuiniger zijn en kunnen rijden op loodvrije benzine met een octaangehalte van 95.

De automatische drie versnellingsbak moest worden vervangen door een moderne uitvoering met vier versnellingen. Ook dat was geen recht toe recht aan klus. De centrale deurvergrendeling van de Alfa Sei zou worden veranderd en er moesten gordels voor de achterpassagiers komen. Het enige makkelijke aan de wensenlijst was het vervangen van het interieur. Zoek een grote koe uit, verf hem mooi rood en je hebt een prachtige huid om alle stoelen en deurpanelen mee te bekleden. Dat werk werd trouwens uitbesteed omdat Marco zich uitsluitend met technische zaken bezig houdt. Zelfs het plaatsen van een moderne radio viel niet mee, omdat de middenconsole daar volledig voor moest worden aangepast.

Toen de foto’s voor dit artikel werden gemaakt had eigenaar Vincent de auto zo’n anderhalf jaar in zijn bezit. In 2008 is de totale conversie uitgevoerd. Uiterlijk zijn er geen wijzigingen doorgevoerd. Het enige uiterlijke verschil met de originele uitvoering is de prachtige badge op de achterklep. Ook die is door Marco gemaakt en heel subtiel zijn de voorgrond en de achtergrond van die badge gespiegeld ten opzichte van de originele badge. 

Motor en bak van de plank

Het staat er inderdaad heel simpel. Er werd gebruik gemaakt van een motor uit de Alfa 164. Alleen was die auto niet meer uitgevoerd met achterwielaandrijving maar was Alfa Romeo, na al die jaren achterwielaangedreven auto’s te hebben gebouwd, overgegaan op de productie van auto’s met voorwielaandrijving. Een verschrikking voor de puristen, die dan ook stellen dat er vanaf dat moment geen echte Alfa’s meer gebouwd zijn. In de 164 is de motor in de dwarsrichting gemonteerd terwijl hij bij de Sei in de lengterichting onder de motorkap ligt. Daarom moest de krukas worden aangepast zodat het andere vliegwiel erop zou kunnen. Verder moest er een andere oliepomp gemonteerd worden en natuurlijk een andere carterpan. De krukaspoelie van de 164 heeft slechts ruimte voor twee snaren terwijl de Alfa Sei drie V snaren gebruikt. Daarom heeft Marco zelf met behulp van de originele poelie een nieuw exemplaar gemaakt. 

De oude motor van de Sei had zes carburateurs en een elektronische ontsteking. De motor van de 164 maakt gebruik van een Motronic injectie systeem en daarom is ook de draadboom van de 164 aangepast en in de Sei geplaatst. Net zoals de computer oftewel de Electronic Control Unit. De computer is binnenin de auto geplaatst.

Er was ook een andere brandstofpomp nodig en die is daarom vervangen door een pomp uit de tweede serie van de Sei. Die waren namelijk wel uitgevoerd met injectie, in tegenstelling tot de auto’s van de eerste serie. Tevens zijn de gashevel en de luchtaanzuiging van dat type gebruikt.

Versnellingsbak

De originele versnellingsbak was een ZF 3 HP 22. Nu werd er gebruik gemaakt van een bak van het type ZF 4 HP 22. Dat lijkt een fluitje van een cent. Vervang de ene ZF bak door de andere. Maar zo werkt het niet. Het bellhouse moest worden ingekort en ook moest het bij de boutgaten worden verstevigd. Een automaatbak is voorzien van een pomp die de automaatvloeistof onder druk zet. Het bellhouse werd aangepast op de vierbak pomp en ook de ingaande as werd aangepast.

In de behuizing van de bak is tevens een schakelaar aangebracht om de stand van de bedieningshandel te herkennen. Hoe weet je anders of je in de P, R, N of D stand staat? Bij de uitgaande as is er een aanpassing gemaakt om de kilometer sensor in te bouwen. Je wilt immers bij zo’n perfecte klus ook een goed werkende snelheidsmeter hebben en daarom werd ook de gever in de bak aangepast.

Natuurlijk was er een andere versnellingsbaksteun nodig en die heeft Marco zelf gemaakt. Na het inkorten van de aandrijfas paste die ook en konden de motor en de bak in de auto gehangen worden. Nu kon de auto verder worden afgemaakt. Rondom werden er rode Koni’s gemonteerd, achter kwamen er loadadjusters bij en de torsievering werd wat lager gezet voor en betere wegligging. Ook het camber werd iets veranderd en eindelijk kon Vincent met de auto op pad.

Hoe rijdt dat?

Op de snelweg stonden de auto’s nog steeds zo goed als stil en de weg naar Katwijk was afgesloten. Maar om de verschillen te voelen hoeft er geen Mille Miglia afgelegd te worden.

Als eerste werd de Sei van Marco in zijn basisuitvoering genomen. Met wat pompen met de rechtervoet kwam de motor tot leven. Hij klonk wat rauw en soepel pakte de automaatbak op bij het gas geven. Bij de rotonde was er iemand die niet wist dat je de pijltjes moet volgen en na het ontwijken van deze spookrijder konden we op het gas. Leuk, erg leuk. We hielden het kort en reden terug om Vincent zijn auto te beproeven. 

Het starten ging inderdaad veel makkelijker. Alleen de sleutel omdraaien en de voet van het gaspedaal af houden. Wat ook opviel was het feit dat de ramen in het geheel niet beslagen waren. Soepel schakelde de automatische vierbak in en reden we over enige verkeersdrempels. Dat was raar. Er rammelde en klapperde niets, ook geen raampjes die wat los in hun geleiders zaten.

Verleidelijke auto

Bij de rotonde kwam er weer een spookrijder van de verkeerde kant aanrijden, maar de remmen waren perfect om de zware auto tot stilstand te krijgen. Wat een heerlijke auto was dit. Jammer dat de weg zo kort was en we al snel weer terug waren. Is het een Alfa Romeo? Wat comfort betreft niet, want hij is veel luxer en stiller dan alles wat ik ooit als Alfa gereden heb. Maar wat prestaties betreft zeker wel. Het is een wolf in prachtige kleren, een prachtige auto waar je ook nog eens heel hard mee kunt rijden. Een auto waar je gegarandeerd de nodige snelheidsovertredingen mee begaat omdat je het niet in de gaten hebt. Een auto waarmee je in stijl naar de Mille Miglia kunt rijden terwijl de airconditioning het interieur lekker koel houdt. Het is een uitermate verleidelijke auto.

Tekst deels overgenomen uit Auto Motor Klassiek nummer 2 van 2010. Tekst en fotografie: Jacques van den Bergh

Ook interessant om te lezen:
Alfa Romeo Arna. Precies verkeerd om
– De Alfa Romeo GTV 2.0 is heel wat mans
– Heel apart: Alfa Romeo Dauphine, net een Renault
Alfa Romeo 2600 Sprint | 1964
De Alfa 6, afschrijven voor gevorderden

 

Nu in de winkel, het julinummer

BMW 318i, Fiat 500 Abarth, Chevrolet Fleetmaster

Auto Motor Klassiek van juli ligt nu in de winkel. Dus snel naar de boekwinkel voor een nieuw nummer. Voor maar 4,99 een garantie voor zeker een paar uur leesplezier.

Lekker zomers prijkt op de omslag de BMW 318i cabriolet van Femko de Jong. Hij bracht de auto tot in perfectie. U leest er alles over in nummer 7.

Erg interessant vinden we zelf de ombouw van een Chevrolet Fleetmaster naar een custom. Dat is niet zomaar klakkeloos gedaan. Het was een echt ingrijpend project. Zelfs de klompen van de eigenaar moesten eraan geloven. Ook de restauratie van de Fiat 500 waarvan in dit nummer een verslag, zou je onder de noemer custom kunnen scharen. De auto was in erbarmelijke toestand, dus een intensieve restauratie volgde. Eigenaar Henrique Linde gaf er meteen een eigen 'Abarth'-draai aan. Wij vonden het resultaat meer dan geslaagd. Hendri Kampherbeek heeft zijn hart gegeven aan Peugeot. Zelfs wanneer deze voor de tweede keer onder handen moet worden genomen. Zijn Peugeot 405 mi16 kocht hij met een kapotte motor en na de restauratie was het weer bijna mis.

Natuurlijk worden alle auto- en motorverhalen weer voorafgegaan aan tientallen pagina's met korte berichten, vanaf praktische tips tot en met historie, klassiekers die we onderweg tegenkwamen en diverse columns waar het hebben van een klassieker, het sleutelen aan een klassieker en zelfs het hobbymatig handelen van klassiekers centraal staat. Bovendien natuurlijk ook rond de veertig pagina’s met klassiekers te koop, die soms online niet eens aangeboden worden. Het perfecte leesvoer. Haal hem daarom snel in huis en neem alvast een abonnement, zodat u de volgende editie niet mist.

En verder ook nog:

  • Aprilia Moto 6.5 restauratie
  • Honda CB 550
  • Mercedes-Benz 600 Pullman
  • Herinnering aan Stirling Moss
  • Beleef de bevrijding deel 2

Meer over wat er in deze editie allemaal staat ziet u op onze pagina deze maand.

 

1 Comment

  1. Rik

    30 mei, 2020 at 04:33

    Wel heel erg beschamend dat, door een autoblad nota bene, gesproken wordt over een oktaangehalte…
    Verder een leuk geschreven artikel hoor, maar please, dat een telegraaf journalist zo’n fout maakt is slecht maar een auotjournalist…is over de grens. 😉

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *