Historie

Abarth. 70 jaar pure performance en creatie

By  | 

Op 31 maart 1949 richtte Carlo Abarth (1908-1979) samen met coureur Guido Scagliarini de firma Abarth & C. op. Het eerste voertuig dat zij produceerden, was de op de Fiat 1100 gebaseerde 204 A Roadster. Dit model won direct het Italiaanse “1100 Sport”-kampioenschap en de Formule 2 titel. Sindsdien groeide de lijst met race- en industrierecords in rap tempo.


Abonneer nu en ontvang elke maand Auto Motor Klassiek in de bus. U betaalt nog maar € 3,30 per nummer in plaats van € 4,99. Elke maand goed voor uren leesplezier.

De carrière van Carlo Abarth startte overigens met motorfietsen. Als 20-jarige won hij al zijn eerste motorrace. Het jaar daarop bouwde hij zijn eigen Abarth motorfiets. Twee ongevallen deden Abarth besluiten, om in 1939 te stoppen met racen. Het wass de start van een nieuw begin voor Carlo Abarth. In 1945 verhuisde hij naar Merano en nam hij de Italiaanse nationaliteit aan.

Van oprichting naar 375 man personeel

In 1949 richtte hij Abarth & C. op en specialiseerde de firma zich in de ontwikkeling van tuning kits voor in volume geproduceerde auto’s. Het eerste performance product is een uitlaatsysteem voor de Fiat Topolino, en later maakte Abarth naam door deze systemen voor meerdere toepassingen en modellen te ontwikkelen. Het leidde ertoe, dat Abarth & C. een begrip werd. In 1962 werkte er 375 mensen die samen 257.000 uitlaatsystemen produceerden, waarvan 65% voor de export.

Spraakmakende records

De late jaren 50 en de jaren 60 waren de meest succesvolle voor het bedrijf. Zo brak een door Bertone ontworpen Fiat Abarth 750 in 1956 het endurance- en snelheidsrecord. Op 18 juni op het circuit van Monza brak het het 24-uursrecord met 3.743 gereden kilometers met een gemiddelde snelheid van 155 km/h. Op hetzelfde circuit noteerde Abarth tussen 27 en 29 juni nog meer records: De 5.000 en 10.000 km, de 5.000 mijl en ook de 48 èn 72 uurs. Hetzelfde voertuig was ontworpen door Zagato in twee verschillende versies: de Fiat Abarth 750 Zagato (1956) en de Fiat Abarth 750 GT Zagato (1956).


Nauwe banden met Fiat

Abarths’ roep reikte ver. Zo tekende de zoon van de Amerikaanse president Roosevelt een exclusief contract om Abarth in Amerika te mogen distribueren. In 1958 nam Abarth de nieuwe, kleine Fiat 500 onder handen. In datzelfde jaar verstevigde de band met Fiat, hoewel ook de samenwerking met Simca tot indrukwekkende auto’s leidde. Maar Fiat vormde de hoofdmoot. “Turijn” stelde financiële beloningen beschikbaar voor iedere overwinning en record dat het team zou bereiken. Dat vormde de basis voor een absoluut indrukwekkende lijst: 10 wereldrecords, 133 internationale records en meer dan 10.000 overwinningen op het circuit.

G-Klasse racer

De jaren zestig vormden hoe dan ook meest succesvolle periode voor Abarth. De naam werd defintief synoniem voor snelheid, moed, prestatie en ontwikkeling. Zo waren de 850 TC en de 1000 TC (de laatste won onder meer vier keer de ETCC) ware winnaars. In 1965 vond een ander hoogtepunt plaats. Toen wilde Carlo Abarth de snelste sprinttijd in een G-klasse racer op het circuit van Monza realiseren. Omdat hij al enige tijd niet meer had geracet en geen geschikte kandidaat kon vinden voor de recordpoging zette Abarth een bijzondere stap: hij reed zelf, en met succes. In oktober 1965 vestigde hij met de Fiat Abarth 1000 Monoposto Record Class G met 105 pk een nieuw sprintrecord op de kwart mijl en 500 meter. Het was één van de meest legendarische gebeurtenissen in de rijke Abarth geschiedenis.

Overname door Fiat

In 1971 zag de wereld er anders uit. Toen nam ‘Fiat Auto’ Abarth over. Het laatste voertuig waaraan de oprichter van het merk daadwerkelijk heeft meegewerkt is de A112 Abarth. Uiteindelijk verkocht Carlo Abarth in 1971 zijn geesteskind aan Fiat. Het bedrijf was mede vanwege grote investeringen in de wedstrijdsport in financiële moeilijkheden gekomen. Onder Fiat auspiciën zag na 1971 nog een aantal succesvolle rallywagens het levenslicht. De Fiat-Abarth 124 Rally en de Fiat-Abarth 131 Rally zijn daar mooie voorbeelden van. Later werden ook Lancia’s met Abarth techniek gebouwd, zoals de 037, de Delta 4S en een versie die was gebaseerd op de Delta Integrale.

“Minutieuze techniek tot op de milligram”

Toch verdween de schorpioen langzaam uit beeld en devalueerde het performancebegrip tot een bescheiden sportief uitrustingsniveau. Fiat Chrysler Automobiles besloot om in 2007 de merknaam Abarth terug te laten keren. De naamgever maakte het niet meer mee. Hij overleed reeds in 1979, maar liet een prachtige erfenis na, waarmee een indrukwekkende bijdrage werd geleverd aan de Italiaanse autosport- en cultuur. En die van ver daarbuiten. Het is zoals Guy Moerenhout, eigenaar van het prachtige Abarth Works Museum in Lier, zei. “De techniek van Abarth is een vorm van Meccano. Het is overal op toe te passen, en de mooiste combinaties en ontwerpen konden worden verwezenlijkt. Daarnaast was Abarth minutieus. Iedere milligram gewicht die bespaard kon worden, werd bespaard. Zelfs de kleinste moertjes werden nog uitgeboord. In die precisie schuilde mede de basis van het succes. Abarth peurde het optimale uit iedere aangepakte auto”, aldus de eigenaar van de grootste collectie Abarth modellen ter wereld.

De herstart

In 2008 wordt het merk Abarth nieuw leven ingeblazen met de Abarth Grande Punto (2007) en de Abarth 500 (2008), met tuningkits en de race versie van de Abarth Grande Punto, de Rally Super 2000 en de Abarth 500 Assetto Corse. Daarna volgde de nieuwe modellen elkaar in rap tempo op. Diverse modellen van de op de hedendaagse Fiat 500 gebaseerde 595 en 695 (zoals de Tributo Ferrari) en de Abarth 124 Spider volgden. De 70-e verjaardag wordt door Abarth gevierd met nieuwe “70th Anniversary”-uitvoeringen die gekenmerkt worden door een speciale badge.

 

 


suggestiebanner

Ook leuk om te lezen…


Nu in de winkel

Auto Motor Klassiek van april ligt nu in de winkel. Daarin hebben we natuurlijk weer tal van leuke, interessante en boeiende artikelen staan. Zoals het aankoopadvies van de Alpine V6, met alle punten die belangrijk zijn voor een aankoop. Ook de MG Midget restauratie is zeker de moeite waard om te lezen en mee te leven met de eigenaar tijdens het tijdrovende proces. Techniek en praktijk rond het bezit van een klassieker. Ook voor motorliefhebbers. Hoe interessant zijn de aanpassingen die gedaan werden aan de Moto Guzzi Nuovo Falcone. Natuurlijk worden alle auto- en motorverhalen weer voorafgegaan aan tientallen pagina's met korte berichten, vanaf praktische tips tot en met historie, klassiekers die we onderweg tegenkwamen en diverse columns waar het hebben van een klassieker, het sleutelen aan een klassieker en zelfs het hobbymatig handelen van klassiekers centraal staat. Bovendien natuurlijk ook meer dan veertig pagina’s met klassiekers te koop, die soms online niet verder aangeboden worden. Het perfecte leesvoer voor deze lastige tijden. Haal hem daarom snel in huis en neem alvast een abonnement, zodat u de volgende editie niet mist.

En verder:

  • Cadillac Eldorado Seville
  • Lincoln Continental Mark V Givenchy
  • Moto Morini 350 Sport
  • De zoektocht naar Josef Ganz
  • Uit de oude doos: Daarom zijn er zo weinig Opels over
  • Bremen Classic Motorshow 2020
  • Oldtimer Tweewielerbeurs zuidbroek

1 Comment

  1. Arjoan

    3 april, 2019 at 11:24

    Mooi, Abarth was in m’n jongens jaren een begrip, zeker met een Fiat dealer op het dorp met een werkplaatschef die van opvoeren hield

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *