in

Abarth. Grondlegger van de pure kleine sportwagen

Carlo Abarth richtte in 1949 samen met Guido Scagliarini de firma Abarth & C op en stond hiermee aan de vooravond van een revolutie. Uit ogenschijnlijk kleine motoren in dito auto’s zou hij veel extra PK’s peuren. En dat allemaal dankzij haast microscopisch toegepaste techniek waarin iedere milligram telde. Het miste zijn uitwerking niet, en zou naast een onnoemelijk aantal records ook veel navolging vinden bij andere fabrikanten.

Het begon voor de in 1908 geboren Oostenrijker allemaal met het vervaardigen van snellere uitlaatkits voor Topolino’s. En daarmee werden de eerste mogelijkheden zichtbaar om snelle kleintjes te ontwikkelen. Abarth zou zich later ook toeleggen op eigen modellen én snelle versies van kleinere auto’s. De Fiat 600 van 1955 werd al snel een inspiratiebron voor wat later de Abarth 750 GT zou worden. In 1956 was het door Bertone ontworpen sportwagentje direct goed voor records. Abarth had de smaak te pakken. Hij construeerde en prepareerde geweldig presterende en dito rijdende wagentjes. Record na record kwam op naam van een Abarth creatie, bovendien was het aantal zeges niet te tellen.

Abarth bracht ook regelmatig op basis van bestaande seriemodellen (in massa- en in kleine oplagen gebouwde) straatversies uit. Voorbeelden te over, maar we noemen er een paar. De 500 Abarth was al voordat de jaren zestig aanbraken goed voor records. De Abarth-Fiat 850 TC en de OT-versies op basis van de Fiat 850 (waarbij in de topversie een 2 liter motor werd gemonteerd) waren indrukwekkend qua prestaties. En de talloze coupés in de 1000 cc-1300 cc klasse waren ook niet te versmaden. Om over alle andere kleinere en grotere creaties maar te zwijgen. Abarth werd later door Fiat overgenomen en legde toen de hand aan de 124 Rally en de 131 Rally, die overigens een paar maatjes groter waren dan de kleintjes die door Abarth werden omgetoverd in kleine kanonnen.

Kleine snelle (sport)wagens vonden vaak navolging, en meer en meer fabrikanten ontwikkelden sportieve topversies voor hun kleinere seriemodellen. Voorbeelden te over en we gaan ze niet allemaal noemen. De sportieve compact, de hot-hatch, de gepeperde coupé: Als Rallye, GT/E, GTI, GT, RS, TI en Alpine. En als Abarth natuurlijk.

Uiteindelijk hadden de meeste fabrikanten een potente compact in de boeken, stuk voor stuk begerenswaardig en toch ook steeds meer common sense. Blijvend leuk, en vandaag als klassieker in een goede staat al lang niet meer te betalen. Voor een knappe Simca Rallye of een NSU TT(S) tast je diep in de buidel. Een Mini Cooper Mk en een Escort Mk1 Mexico of RS 2000 krijg je niet meer onder de 30 mille, zacht uitgedrukt. Een Golf GTI van de eerste bouwjaren? Voor 20 a 25 mille doe je een scherpe zaak. Om over een latere klassieke hot-hatch als een Delta HF Integrale maar helemaal te zwijgen. 40 mille ben je zomaar verder.

Sportieve kleintjes van klassiek allooi. Ze zijn geliefd, zoals ze vroeger óók met open armen werden ontvangen. Vroeger, toen ze van compacte circuit- en rallyracers uitgroeiden tot heel rappe gezinswagens, gekocht door de huisvader die véél meer wilde dan van A naar B. Maar die oorspronkelijke en pure racesfeer die in de oorspronkelijke Abarth modelletjes zat besloten, die vind je haast niet meer.

Behalve bij de Abarth 595 en Abarth 695, dragers van namen uit het verleden. En van vandaag.  Ze worden regelmatig als Edizione Limitata aangeboden. Zoals een tijdje geleden de Tributo Ferrari. Zoals straks de kersverse Scorpioneoro, een met grote goudkleurige velgen uitgeruste ode aan de A112 Abarth “Targa Oro”. En zoals de Monster Energy Yamaha, met een dikke knipoog naar de YZR-1 van de motorenbouwer uit Japan. Beiden met de 1.4 T-Jet motor, die 165 PK levert. In wagentjes, geconstrueerd op basis van de onsterfelijke Fiat 500 van 2007.Testosteron kleintjes die in de basis knettergek zijn en op het randje zijn te rijden. Zoals een OT 2000 of een 1000 TC vroeger. Een pure combinatie van onversneden, link en subtiel.

Alleen al bij de aanblik roept een nieuwe Abarth zindering op. Dát wil je als purist. Nog steeds. Want ze kunnen het nog altijd. Het is niet voor niets dat deze speciale edities beginnen met de naam van een briljant constructeur. Omdat hij, Carlo Abarth, de grondlegger was van geconstrueerde sportwagentjes in hun meest pure vorm. Met die haast microscopisch bewerkte techniek, waarvan de invloed heel, héél ver reikte.

We publiceren deze artikeltjes gratis, en willen dat natuurlijk ook blijven doen. Maar u begrijpt dat dat voor ons niet gratis is. Ondersteunt u dit initiatief en waardeert u het? Overweeg dan eens een abonnement op Auto Motor Klassiek. U helpt ons dan niet alleen de gratis initiatieven betaalbaar te houden, maar ontvangt als bonus ook nog eens elke keer een AMK in de bus. En u betaalt nog maar € 3,30 per nummer in plaats van € 4,99. Elke maand goed voor uren leesplezier.

2 Reacties

Geef een reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *