in

Vauxhall Viva HA. Let’s go Viva!

In augustus 1963 presenteerde Vauxhall met de Viva HA haar eerste nieuwe middenklasse model na de Tweede Wereldoorlog. Deze Vauxhall Viva was de start van een zeventien jaar durende periode, waarin drie generaties van de Viva werden gebouwd. De eerste serie zou tot in 1966 worden geproduceerd, en zette Vauxhall in deze klasse redelijk op de kaart. In totaal werd hij een kleine 310.000 keer aan de man en vrouw gebracht.

 

De Viva (interne code HA) kreeg een 1057 cc kopkleppenmotor met 1 Solex B30 PSE carburateur en een onderliggende nokkenas. Met deze motor was de Viva goed voor een top van 123 kilometer per uur. Vauxhall koppelde een volledig gesynchroniseerde vier versnellingsbak aan de krachtbron. Het vermogen werd via de achterwielen op de weg gebracht. David Jones en Maurice Platt waren verantwoordelijk voor het ontwerp van de auto, die opviel door ruimtegebruik, veel zicht rondom en een tamelijk lichte bouw. De Vauxhall Viva HA uit Ellismore deelde het platform met de Duitse GM broer Opel Kadett-A, die in de zusterfabriek in Bochum werd gebouwd. Saillant: over de gezamenlijke ontwikkeling van deze twee Europese GM-modellen is vaak gespeculeerd, maar weinig bekend.

We publiceren deze artikeltjes gratis, en willen dat natuurlijk ook blijven doen. Maar u begrijpt dat dat voor ons niet gratis is. Ondersteunt u dit initiatief en waardeert u het? Overweeg dan eens een abonnement op Auto Motor Klassiek. U helpt ons dan niet alleen de gratis initiatieven betaalbaar te houden, maar ontvangt als bonus ook nog eens elke keer een AMK in de bus. En u betaalt nog maar € 3,30 per nummer in plaats van € 4,99. Elke maand goed voor uren leesplezier.

Ouderwets onderstel, geliefd subframe

Het onderstel was in het perspectief van vandaag heerlijk ouderwets. De wielophanging bestond uit dubbele draagarmen met dwarse bladveren, Deze werd samen met de tandheugel besturing en de motorsteunen gemonteerd op een subframe. Die constructie was geliefd bij Hot Rod bouwers. Dat kwam ook omdat het subframe ruimte bood voor het variëren met grotere motoren.  Aan de achterzijde monteerde Vauxhall een starre achteras. Die werd opgehangen met semi-elliptische bladveren in lengterichting. De as werd geleid door een dissel, de constructie kon tot een wiebelig weggedrag leiden. De niet bekrachtigde reminstallatie bestond uit trommels rondom. De Viva koper kon tegen meerprijs schijfremmen vóór bestellen. Vauxhall koos voor de installatie van een elektrisch systeem met 12 Volt, dat was nog niet altijd gemeengoed in die jaren.

Op weg naar de SL90

Aanvankelijk bood Vauxhall de Viva HA alleen in de varianten basis- en De Luxe aan. Het duurde tot eind 1965 voordat Vauxhall de aanmerkelijk luxueuzere SL bracht. Die onderscheidde zich door dubbele strips op de flanken met daartussen gekleurde stroken, grote wieldeksels, een luxer interieur en driedelige achterlichten. De cilinderinhoud van de Viva HA bleef een carrière lang steken op 1.057 cc. Die was verkrijgbaar in twee varianten: de standaardmotor met 32 KW/44 PK  en de krachtigere “90” met 40 KW/54 PK. Die vermogensstijging werd onder anderen gerealiseerd dankzij een naar 9:1 verhoogde compressieverhouding, tegenover een verhouding van 8,5:1 bij de standaardmotor. De “90” was goed voor een top van 135 kilometer per uur, ook daarom kreeg deze motorisering schijfremmen voor. De klapper in de reeks was, weinig verrassend, de SL90.

Globetrotter met verschillende namen

De Viva ging de wereld over. Aan de andere kant van de Atlantische Oceaan werd hij als Envoy Epic verkocht door de Pontiac/Buick dealers. In Australië droeg hij de naam Holden HA, terwijl hij in Frankrijk en enkele Noord-Afrikaanse landen als Vauxhall Epic werd verkocht. De gesloten Viva-bestelwagenversie heette Bedford HA. Hij bleef tot 1983 in productie. Hij was geliefd bij ondernemers en staatsbedrijven. Martin Walter Ltd. transformeerde de (zwaardere versie van de) Bedford HA in een stationwagen. Deze werd op de markt gebracht als de Bedford Beagle. En die vormde wéér een dankbare basis voor de conversie naar een kleine kampeerauto, de Bedford Roma.

Meer dan 300.000 keer gebouwd

Terug naar de Vauxhall Viva HA. De eerste naoorlogse auto van de Britse GM dochter in deze klasse vond aftrek. Hij bracht Vauxhall op een heel aardige wijze terug in een klasse die tijdens het hart van de jaren zestig toch behoorlijk goed was bezet. De aspirant koper van de Kadett-A, de Cortina Mk1, de Taunus P4, de Kever en de ADO 16 van BMC had er een alternatief bij. Dat werd op waarde geschat, zowel in Europa als daarbuiten. De Viva HA werd een kleine 310.000 keer door Vauxhall verkocht, voordat hij in 1966 de Viva HB als opvolger kreeg.

 

5 Comments

Leave a Reply
  1. Na 7 rijlessen in een Vauxhall Viva haalde ik meteen de eerste keer mijn rijexamen op 5 december 1969. Met mijn vader had ik zijn Opel Kadett A al in het bos mogen oefenen en de basiskneepjes van het autorijden onder de knie gekregen, t.w.schakelen, hellinkje trekken en inparkeren.
    De Viva was inderdaad een kopie van de Kadett.

    • Beste Wim.

      Bedankt voor uw reactie. De modelnaam van deze besteller was wel degelijk HA, maar de codering HAV komt inderdaad wel voor in relatie tot dit type. Dat is echter een chassiscode, gebruikt voor de zwaardere HA versies. De lichtere bestellers hadden de code HAE, volgens mijn informatie althans.
      Nogmaals dank, en een fijne avond.

      • Hallo Erik, ik werkte vroeger bij van Gorp aan de Soerweg in Rotterdam en daar had je de Bedford HAV. Dit was de bestelversie van de Vauxhall. Ik denk dat HAV stond voor HA Van. Zij hadden dezelfde neus maar dan met Bedford op de grille. Er reden er heel veel op het terrein van Shell Pernis en volgens mij zonder kenteken vanwege de verzekering en wegenbelasting. Deze HAV’s waren in onderhoud bij het filiaal van van Gorp aan de Brielselaan.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *