Bijzonder

Rijden op Houtgas: Houtomobielen. De verloren generatie

By  | 

Houtomobielen reden op houtgas. In WOII waren ze ook hier redelijk bekend.

Het op houtgas rijden is geen succes geworden

Rijden op houtgas. Daar is een hele installatie voor nodig. En omdat houtgas laag calorisch is scheelt het rijden van een hauto zo’n 40+ % vermogen ten opzichte van een benzineblok. Maar er zijn dappere pogingen gedaan. Doorgaans uit een soort van noodzaak. En de boord elektronica van een moderne auto zou er helemaal van overstuur raken.

De meeste houto’s reden met behulp van een houtgas gasfabriek volgens Imbert

Die Imbert houtgas generator is een uitvinding van Georges Imbert. Hij ontwikkelde het principe zo’n 100 jaar geleden al. Tijdens de tweede wereldoorlog waren er meer dan een miljoen houtvergassers onderweg, bijna allemaal volgens het Imbert principe. Na de oorlog kwam al snel de benzineproductie weer op gang en nam men zonder spijt afscheid van de houtvergassers. Kennis en ervaring zijn daarbij vrijwel direct grotendeels verloren gegaan. Van vroeg opstaan (opwarm tijd) en het krijgen van vieze handen werd ook al zonder spijt afscheid genomen.

Wel in Zweden

Tijdens de koude oorlog gingen de Zweden wel door met de ontwikkeling van het systeem. Maar buiten de publicatie van ondrzoeksdocumentatie is er weinig mee gedaan. De insteek was immers dat het alleen nodig zou zijn om tijdens een crisis terug te kunnen grijpen op brandstof voorziening uit eigen bron, op houtvergassing, omdat Zweden nagenoeg geen fossiele brandstoffen heeft. Maar hout hebben ze in Zweden in overvloed. Al die bomen staan er gewoon op te wachten tot ze zich nuttig kunnen maken.
De energiecrises in de jaren zeventig hebben indertijd ook weer geleid tot een kleine oplevingen in de interesse in houtvergassers voor verbrandingsmotoren, die net zo snel weer wegzakte toen het economisch weer wat beter ging.

En bij de Finnen

Alleen bij de Finnen is de mobiele houtvergasser nooit helemaal weggeweest. Niet in grootschalige, door de overheid gesubsidieerde projecten, maar door het enthousiasme van een kleine groep mensen. Zij hebben de doorontwikkeling van de Zweden verder verfijnd. Daarmee blijft het ontwikkelen van houtvergassers iets uit de wereld van idealisten, techneuten en milieudromers. Want rijden op houtgas: Dat doe je nog steeds niet voor je plezier.

Het principe

De “gasfier unit” is gevuld met houtblokjes. De nozzles doseren de lucht. Het motorvacuüm zorgt voor “trek” in het hele systeem. Indirect regelen het motortoerental en de motorbelasting de geproduceerde hoeveelheid gas en daarmee de toegevoerde lucht. Bij de een doorsnee generator wordt het gas hoog afgenomen om asdeeltjes de tijd te geven achter te blijven en om de houtvoorraad op te warmen.

Van daaruit gaat het gas door een koeler om het te ontwateren en het volume te reduceren. Denk “Intecooler’. Door de volumeverkleining en verwijdering van waterdamp neemt de energie-inhoud toe. Na de filtertrein kan het gas via een eenvoudige gas/luchtmenger naar de motor. Een ventilator is nodig om kunstmatige trek op te wekken voor de start van het vergassingsproces.

Moderner Imbert units werken wat anders.

De generator heeft een condenserende mantel om de bunker, om de de houtvoorraad verder voor te drogen en overtollig water af te voeren. Een cycloon verwijdert de grove asdeeltjes. Een glasfiber doekenfilter haalt de rest van de ongerechtigheden eruit. De koeler ontwatert ook hier het gas. Tijdens de opstart blaast de blower het gas nog voor de filtertrein naar buiten, om verstopping van het filter door teer en waterdamp uit de nog koude oxidatiezone te voorkomen.
Vergeleken met de oorspronkelijke Imbert is er buiten het principe wel wat veranderd. Er is veel aandacht besteed aan het voorverwarmen van de primaire lucht, om de oxidatietemperatuur verder te verhogen. Dit zorgt op zij  beurt weer voor problemen, want niet alle materialen kunnen deze temperatuur weerstaan. Al met al is de zaak nogal wat complexer dan vroeger geworden, maar het resultaat, het gas is er ‘schoner’ door geworden.

Met behoud van de eerder genoemde nadelen. En de Airmiles kun je ook op je buik schrijven.

 

 

Dolf Peeters, huurwoordenaar, automotive journalist, lid van de Heeren van Arnhem

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

X
X