Nieuws

Renault 5. Succesvolle compact en van alle markten thuis

By  | 

Modern, vlot gelijnd, praktisch, voorwielaangedreven en kind van een periode dat compacte auto’s volwassen werden. Die betiteling kan onverkort op de in februari 1972 aan het grote publiek getoonde Renault 5 worden toegepast. Direct na de introductie werd duidelijk, dat de Fransen midden in de roos hadden geschoten met hun nieuwe, voorwielaangedreven compact. En halverwege 1974 stond de teller al op 500.000 verkochte Vijfjes.

De Renault 5 deelde -zeker in de eerste jaren- een aantal technische componenten met de aloude Renault 4. Zo had de R5 bijvoorbeeld torsiestaafophanging aan de vóór- en achterzijde én de paraplu pook van het Viertje. De basisversie, de L, kreeg daarnaast voor de meeste markten de 845 cc motor van de kleinere en populaire broer. In tegenstelling tot de populaire vijfdeurs instapper van Renault kende de cinq echter een zelfdragende carrosserie en een volstrekt andere belijning. Ook de polyester bumpers sprongen in het oog.

Gezinsuitbreiding

De standaardversie, die voor de Franse markt tot in 1977 met de 782 cc motor werd uitgerust, noemden wij al. Hij had van meet af aan gezelschap van de luxere 5 TL, die met de 956cc motor uit de Renault 8 werd uitgerust én vanaf 1973 een vloer pook kreeg. Ook had de 5TL een bekrachtigde rem installatie met schijfremmen aan de voorzijde. Het concept Renault 5 kreeg in 1974 gezinsuitbreiding. De LS werd toegevoegd aan het gamma. Deze variant onderscheidde zich door een grotere motor uit de Renault 12 met een inhoud van 1.289 cc, speciale wielen en een luxere uitrusting. De LS werd in 1975 vervangen door de TS, die dezelfde motor had maar verder werd verfijnd en onder meer als kenmerk de stoelen met geïntegreerde, opengewerkte hoofdsteunen kreeg.

De komst van de GTL en een versie voor Amerika

De 1.289 cc motor uit de TS werd ook gebruikt in de GTL, die in 1976 op de markt kwam. Waar sportiviteit gelinkt werd aan de TS, daar werd zuinigheid het sleutelwoord voor de motor in de GTL. Door versnellingsbakverhoudingen aan te passen en de dubbele Weber uit de TS te vervangen door een enkele Zenith carburateur kreeg de GTL een geheel ander karakter. Nóg een kenmerk van de GTL was de aanwezigheid van kunststofschilden over de flanken. In 1976 lanceerde Renault ook een versie voor Amerika. Le Car werd door het 1.300 vestigingen tellende AMC-dealer netwerk vermarkt aan de andere kant van de oceaan.

Alpine, vijfdeurs en Automatic

Renault ging door met het uitbreiden van het leveringsgamma. De Alpine werd een voorbode van wat later nog in het R5 gamma zou komen. De 1397 cc motor (92 PK) mét vijfbak, een sportief gestyled uiterlijk, Gordini velgen en een stabilisator aan voor- en achterzijde garandeerden optische en praktische snelheidsbeleving. Ondertussen, in de late jaren zeventig, kwamen ook de Automatic en een vijfdeursversie het Renault 5 gamma versterkten.  De vijfdeursvariant had in de midden sectie sterkte trekken van de Spaanse vierdeurs Renault Siète, en werd geïntroduceerd om de steeds meer uit de gratie rakende Renault 6 te vervangen. Tevens bracht Renault de 5 Monte Carlo, een combinatie van 5 TS techniek en uiterlijke kenmerken van de Alpine, die aan de Rally van Monte Carlo mee had gedaan. Het model werd in een beperkte oplage geproduceerd en kende een bijzondere kleurstelling (geel, met rode bumpers en een zwart dak).

Klapstuk: de Turbo met middenmotor

Het klapstuk vormde natuurlijk de Turbo, die in 1980 het levenslicht zag en op diverse plaatsen (vooral de achtersectie, verbreed was. Het belangrijkste deel: de motor, die 1.397 cc kende en voorzien was van Bosch K-Jetronic. De 160 PK leverende krachtbron werd in de Turbo als middenmotor gebruikt. Aanvankelijk werd de Turbo voor rallydoeleinden ingezet, maar ook straatversies werden leverbaar. In 1983 volgde de Turbo 2. Overigens werd óók de Alpine als Turbo geleverd, met een normale carrosserie en een 1.397 cc motor met 108 PK.

Laatste wijzigingen en actiemodellen

Terug naar de basis: de Renault 5 werd in het begin van de jaren tachtig nog licht gewijzigd. De compact kreeg onder meer een ander dashboard. En de TL kreeg de 1.108 cc uit de 4GTL en de Renault 6 TL. Verder brak de tijd aan om actiemodellen te introduceren, zoals de Parisienne. De komst van onder meer de Peugeot 205 noopte Renault uiteindelijk om na te denken over een nieuwe R5. En die kwam.

Miljonair en van alle markten thuis

De Supercinq luidde het einde in van een auto, die mateloos populair was ten tijde van zijn productie. 5,5 miljoen wereldwijd gebouwde exemplaren- waarvan het leeuwendeel in Frankrijk- vormden het bewijs, dat de in 1984 uit productie genomen generatie één van de Renault 5 (de Turbo werd overigens tot eind 1985 gebouwd) één van de belangrijkste auto’s werd uit de autogeschiedenis. Hij was simpelweg van alle markten thuis en kende een forse scheut eigenzinnigheid. Het is niet voor niets dat de Renault 5 eind jaren negentig werd opgenomen in de lijst met 100 kandidaten voor de verkiezing “Car of the Century”.

Het copyright van de galerij afbeeldingen berust -tenzij anders aangegeven- bij Renault

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *