Artikelen

Peugeot 404, Wolseley’s en Innocenti’s: Copy/paste

By  | 

Ook bij auto-ontwerpers moet de schoorsteen roken. Wat de een niet wil hebben, dat kun je mogelijk aan de volgende verkopen. Zo had Citroëns BX net zo goed de door Marcello Gandini ontworpen Volvo Tundra kunnen zijn. De Tundra bleef een idee. De BX werd een succes.

Voor die tijd leken de Peugeot 203 en de Volvo P544 ‘Kattenrug’ natuurlijk ook op elkaar, maar dat was dan weer omdat ze allebei op vooroorlogse Amerikaanse auto’s leken.

 

Wat inmiddels klassiekers, maar feitelijk gewoon uit de losse pols geboetseerde kopieën van de Mercedes-Benz 540 waren, dat waren de Amerikaansse Excaliburs en de Clenets. Kritische geesten zijn er duidelijk over: “die lijken nergens op”.

Waar de zaken echt structureel volgens het copy/paste concept werden aangepakt, dat was bij Pininfarina’s werk voor Peugeot en BMC


De Austin Westminster (1959-1968) en de Peugeot 404 (1960-1975)

Dat waren voor beide bedrijven grote, luxe auto’s. De Britse kant was groter en luxer en was voorzien van dezelfde drie liter zes-in-lijn motor als de Healey 3 Litre had. Zijn massa en motorisering maakte hem in zijn nadagen gevraagd voor banger races (demolition derby’s) en als motoblokdonor voor Austin Healeys. Er zijn maar weinig Austins. Wolseleys en Vanden Plas´ uit deze familie overgebleven.

Dat was in de tijd dat bij de Britten de badge engineering tot op grote hoogtes was gegroeid

Want feitelijk waren de VandenPlas en de grote Wolseley 6/99 en 6/100 dezelfde auto’s met wat andere make up, waarbij het van binnen verlichte merkembleem in de Wolseley grille wel een heel trending topic was. Het schuiven met merkemblemen moet in die tijd de meeste tijd van de Britse ontwerpers in beslag hebben genomen.

De Peugeot 404

De voorganger van de Peugeot 404 was de ook door Pininfarina getekende Peugeot 403. Grappig genoeg was de nieuwe grote Peugeot rondom wat kleiner dan zijn voorganger. Maar binnenin was hij ruimer. De drie liter slagvolume? Dat haalde de Peugeot niet. Hij was leverbaar met een 1468 of 1618 cc benzinemotor en een diesel van 1816, respectievelijk 1948 cc.

De grote Britten waren duidelijk auto’s voor notabelen of mensen die geen geld voor een echte status verlenende Brit – lees ‘Bentley’ of ‘Rolls’ – hadden. Het waren echt forse automobielen met een wat plechtstatige uitstraling. De Wolseleys en VandenPlas modellen waren gesierd met hout en leder. De Peugeots waren auto’s voor huisartsen, dierenartsen, mensen met een goed draaiende winkel of het betere soort ‘senior sales excecutives’ dat indertijd doorgaans betiteld werd als ‘fabrieksvertegenwoordiger’. Mijn vader was zo iemand. Hij werkte voor het Nederlands Verkoopkantoor voor Chemische Producten, dat later in de AKZO opging.

Ook interessant: Peugeot 405, ook al klassiek

De Inocenti Mini aanpak

Ooit was Innocenti van BLMC. En de Mini’s gingen als CKD (completey knocked down) pakketten naar Italië. Na wat hobbels en bumps evolueerden die Mini’s naar de door Bertone hertekende Innocenti Mini 90L and 120L en na het feitelijke verdwijnen van de Britten (British Leyland behield slechts 5% van de aandelen) ging het feestje door omdat DeTomaso Innocenti over nam. Uiteindelijk kreeg de herboren Brit een driecilinder Daihatsu motor. Ook leuk. Maar toen was de Innocenti al ver van zijn oorsprong af geraakt.

Ook interessant: Innocenti Morris 1300 GT IM3S

Zelfde auto, ander merk

En dan zijn er nog de auto’s die, doorgaans na het behalen van een bepaalde  productieperiode, gewoon doorgeproduceerd werden. In een ander land. Onder een andere naam. Die andere landen waren doorgaans (ex) koloniën en Oostbloklanden. Fiats werden Lada’s, Renaults werden Dacia´s en in India werden tot voor heel kort geleden nog Hindustan Ambassadors gemaakt die ooit van de tekentafels kwamen als Morris Oxfords. Hindustan is intussen door Peugeot gekocht overigens.

suggestiebanner

Ook leuk om te lezen…

Nu in de winkel

Auto Motor Klassiek van februari ligt nu in de winkel met deze maand een uitgebreid artikel over de Taunus 12M P4 van Fokke Jansma uit Wijnjewoude. Een opmerkelijk goed geconserveerde klassieker, die een bijzondere ontwerpgeschiedenis heeft. We mochten ook rijden in een tot in het kleinste detail perfecte Triumph 2000 Roadster. Hoe dat aanvoelt? U leest het in het februarinummer. Mocht u ooit van plan zijn een Opel Senator aan te schaffen, dan is het goed dat u dit nummer in huis heeft, want Aart van der Haagen doet uitgebreid uit de doeken, waar u dan rekening mee moet houden. Het een en ander aan aankooptips vindt u ook bij het artikel over de Citroën Dyane. Een auto die we troffen met zijn eigenaar op een terras tijdens een werkoverleg.

En verder:

De restauratie van een Nimbus Model C en een Norton M50. Waarom er zo weinig Opels over zijn? Dat leest u ook in dit nummer. De liefhebberij van een in Spanje wonende Nederlander, die ook geldt als dé specialist voor de Fiat 130. En ook in dit nummer; bijna dertig pagina’s korte berichten, verslagen, praktische tips, columns en korte typebeschrijvingen. Bovendien natuurlijk ook meer dan veertig pagina’s met klassiekers te koop, die soms online niet verder aangeboden worden.
ABONNEER NU EN MIS HET VOLGENDE NUMMER NIET MEER

Dolf Peeters

Dolf Peeters, automotive journalist, tekstschrijver, vertaler, lid van de Heeren van Arnhem

1 Comment

  1. Rob de Quillettes

    2 januari, 2020 at 19:15

    Leuk artikel, zie echter wel een meer logischere overeenkomst/ vergelijking van de Peugeot 404 met de Asutin Cambridge/ Morris Oxford en hun varianten.
    Ook de Fiat 1500/ 1800/2100/2300 zouden hebben gepast in het verhaal.
    Oude auto’s het blijft leuk om over te lezen!! Dus dank daarvoor.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *