Praktijk en techniek

Peugeot 304 cabriolet

By  | 

Vanochtend tijdens het uitlaten van de hond hoorde ik weer vogels fluiten in plaats van hoesten. En de perelaar in de tuin staat vol bloesem. De maandag lijkt opeens een best leuke dag. Het is voorjaar. Er mag weer aan topless rijden gedacht worden. Aan cabriolets.

Cabriolet rijden is leuk

Een cabriolet hoeft geen 1962’er Rolls-Royce Silver Cloud II H.J. Mulliner Convertible van € 465.000 te zijn. Ondanks dat zo’n Rolls zeker zijn charme heeft. Bij onze adverteerder Iwan van Lankvelt uit Uden zagen we het overzichtelijker alternatief: Een Peugeot 304 cabriolet.

 

De Peugeot 304

De Peugeot 304 werd in september 1969 geïntroduceerd als nieuwe middenklasser. Het ontwerp van Pininfarina leunde op de 504 uit het jaar daarvoor. De nieuweling was voor een groot deel gebaseerd op de 204. Hij moest het gat tussen de 204 en de 504 dichten. De voorzijde had de smoel met de opgetrokken wenkbrauwhoeken van de grotere 504 meegekregen. In 1970 verschenen er een cabriolet en een coupé. Later kwam er ook een break en een besteluitvoering.

De 304 serie liep goed. En roestte stevig

In totaal zijn er bijna twee miljoen Peugeot 304’s gebouwd. Dat waren volgens onze bronnen 849.101 sedans, 216.183 breaks, 34.305 fourgonettes, 18.647 cabriolets en 60.186 coupé’s. Van de cabriolets zijn er percentueel veel overgebleven. Niet omdat ze beter waren. Ze hadden gewoon een makkelijker leven.


De productie van de 304 coupé en cabriolet werd in juli 1975 gestaakt.

De elegante auto was tot die tijd leverbaar met een (65 pk) 1300 cc blok dat ook in een krachtigere (74,4 pk) versie op de markt kwam (de “S” versies). Dat extra vermogen kwam van een andere carburateur, grotere inlaatkleppen en een nieuw uitlaatsysteem. De ‘S’ was in alle bescheidenheid te herkennen aan  de kleine ‘S’ achterop. Binnen maakten een toerenteller, ronde klokken en hoofdsteunen het verhaal af.

Ondanks de ‘S’ was de Peugeot geen sportieve, maar eerder een ontspannen auto. In de winter bleef de Peugeot inzetbaar omdat er een prima hardtop voor werd geleverd. In de winter kon de Peugeot overigens beter binnen blijven. Want deze auto’s hadden – net als veel tijdgenoten – een woeste aantrekkingskracht op pekel en staal vretende roestwormen. Maar met de hardtop was de 304 in elk geval herfststormbestendig.

Vandaag de dag zijn de cabriolets geliefd bij verzamelaars

Terwijl er daar toch de meeste overlevenden van zijn. De breaks en de sedans zijn grotendeels verdwenen; de kleine Peugeot kon behoorlijk roesten, zeker als ze op een schuifdak getrakteerd waren. Technisch waren de auto’s zeer betrouwbaar. De koppakking is een aandachtspuntje, de axiale drukringen van de krukas moeten hun werk doen. (Als de krukas via de poelie ‘heen en weer’ te schuiven is, dat is het te laat.) De temperatuurhuishouding van het blok, de koeling, is ook iets dat even in de gaten gehouden moet worden. De waterpomp en de nokkenasketting, dat zijn dingetjes die wij preventief zouden vervangen.

Zet tijdens de proefrit de auto ook even ‘scheef’ met een wiel op een stoeprand. Als de passing van de deuren dan opeens anders is, dan zal het toch een zaak worden van even verder zoeken.

Een Peugeot 304 cabriolet is een ontzettend leuke – en best fraai gelijnde – ontspanningsauto. Het ontwerp en de betrouwbaarheid zijn prima. En buiten de achterschermen is de onderdelenvoorziening dat ook. Dus laat het voorjaar maar komen.

suggestiebanner

Ook leuk om te lezen…

Nu in de winkel

Auto Motor Klassiek van februari ligt nu in de winkel met deze maand een uitgebreid artikel over de Taunus 12M P4 van Fokke Jansma uit Wijnjewoude. Een opmerkelijk goed geconserveerde klassieker, die een bijzondere ontwerpgeschiedenis heeft. We mochten ook rijden in een tot in het kleinste detail perfecte Triumph 2000 Roadster. Hoe dat aanvoelt? U leest het in het februarinummer. Mocht u ooit van plan zijn een Opel Senator aan te schaffen, dan is het goed dat u dit nummer in huis heeft, want Aart van der Haagen doet uitgebreid uit de doeken, waar u dan rekening mee moet houden. Het een en ander aan aankooptips vindt u ook bij het artikel over de Citroën Dyane. Een auto die we troffen met zijn eigenaar op een terras tijdens een werkoverleg.

En verder:

De restauratie van een Nimbus Model C en een Norton M50. Waarom er zo weinig Opels over zijn? Dat leest u ook in dit nummer. De liefhebberij van een in Spanje wonende Nederlander, die ook geldt als dé specialist voor de Fiat 130. En ook in dit nummer; bijna dertig pagina’s korte berichten, verslagen, praktische tips, columns en korte typebeschrijvingen. Bovendien natuurlijk ook meer dan veertig pagina’s met klassiekers te koop, die soms online niet verder aangeboden worden.
ABONNEER NU EN MIS HET VOLGENDE NUMMER NIET MEER

Dolf Peeters

Dolf Peeters, automotive journalist, tekstschrijver, vertaler, lid van de Heeren van Arnhem

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *