Historie

Peugeot 304. Een gouden greep

By  | 

In september 1969 wordt de Peugeot 304 in Parijs aan het grote publiek gepresenteerd. Peugeot maakt voor de 304 gebruik van de technische uitgangspunten (ophanging, voorwielaandrijving, dwars geplaatste lichtmetalen motor met versnellingsbak eronder) en de midden sectie van de 204. De wielbasis is eveneens gelijk aan de 204 afmetingen. Het front wordt geïnspireerd op dat van de 504, die een jaar eerder dan de nieuwe middenklasser zijn opwachting heeft gemaakt. De 304 vult heel handig de leemte in het Peugeot gamma en voegt zich naadloos tussen de 204 en de 404. Het wordt een waardevol model voor de Fransen.

De 304 krijgt een motor volgens de bekende 204 receptuur. De lichtmetalen en dwars geplaatste krachtbron groeit voor de 304 echter naar 1.288 cc, waar de 204 krachtbron een volume van 1.130 cc heeft én behoudt.  Het front met de Sophia Loren lampen verraadt de 504 afkomst, de langer getekende achterzijde herbergt een forse bagageruimte en bepaalt het silhouet van de 304 mede. De achterlichtsecties, opgetrokken uit twee verticaal geplaatste units per zijde, zijn ook een handelsmerk van de nieuwe Peugeot, die een eigen belijning met elegante familietrekken combineert.

Berline wordt gevolgd door “CC” en Break

Zo debuteert het volgende resultaat van de samenwerking tussen Peugeot en Pininfarina in 1969. Voor enkele 204 modellen blijft de komst van de grotere broer niet zonder gevolgen. De 204 Coupé en Cabriolet verdwijnen in 1970, de sterk overeenkomende 304 Coupé en Cabriolet komen ervoor in de plaats, en die krijgen dezelfde krachtbron als de Berline en Break. Laatstgenoemde maakt in 1971 zijn opwachting en vergezelt de gehandhaafde 204 Break in de kleinere station klasse van Peugeot.

Wijzigingen in 1972

In 1972 wijzigt Peugeot de 304 berline. De achterzijde van de daklijn wordt in een meer rechte hoek getekend en de raamsectie en -stijlen van de achterportieren worden verlengd. Die aanpassingen leveren voor de achterpassagiers meer bewegingsvrijheid op. De achterlichtsecties worden nu rechthoekig van vorm en alle varianten krijgen ronde klokken in de dashboards, die overigens in de coupé en cabriolet anders geconstrueerd zijn dan in de berline- en breakversies. Tevens krijgt de vernieuwde 304 uitstroomopeningen in de C-stijlen.

Snellere versies: de komst van de S modellen

Eind 1972 wordt de 304 Berline ook leverbaar met de XL3S motor uit de “S” versies van de coupé en de cabriolet, de carrosserieversies die vanaf 1973 niet meer in combinatie met de reguliere motor leverbaar zijn. De XL3S motor heeft overigens de bekende cilinderinhoud van 1.288 cc. Grotere kleppen, een dubbele Solex carburateur en een aangepast uitlaatspruitstuk zorgen echter voor meer potentie, die door veelvuldig schakelen benut moet worden. De reguliere 304 motor is minder potent, maar kent wél een rustiger en soepeler karakteristiek. De 304 S krijgt overigens vloerschakeling, de basisversies behouden nog hun stuurversnelling. Verder krijgen alle S versies velgen met twintig koelgaten.

Diverse wijzigingen vanaf 1976

In 1976 maakt de dieselversie van de 304 zijn opwachting in het leveringsprogramma. Vanaf dat moment is Peugeot’s kleine middenklasser leverbaar met een 1.357cc metende zelfontbrandingsmotor. Ondertussen hebben de charmante Coupé- en Cabrioletversies in juli 1975 het veld geruimd. De 1.288 cc motoren voor alle benzine-Berlines en Breaks zijn inmiddels gegroeid naar 1.290 cc en heten nu XL5 en XL5S. De laatstgenoemde motor vindt zijn weg naar de 304 S, behoudt onder meer de dubbele Solex carburateur en het uitlaatspruitstuk met dubbele buizen. Voor alle XL5 krachtbronnen geldt dat met name aan souplesse is gewonnen.

Vloerschakeling voor alle berlines, de komst van de SLS en een nieuw familielid

Voor het modeljaar 1977 past Peugeot de 304 weer aan. Alle Berlines krijgen vloerschakeling. De “S” gaat “SLS” heten. De Break wordt -na het uit productie nemen van de 204 Berline en Break) vanaf medio 1976 meer in lijn gebracht met de Berlines en wordt als GL (met 1127 cc motor uit de laatste Peugeot 204 versies) en SL geleverd. Hij krijgt ook een bestelbroer: de Fourgonette, die hetzelfde motorenpalet krijgt als de Break versies. Ongeacht de uitvoering behouden de Break (en dus ook de daarop geinspireerde Fourgonette) de pook aan het stuur. In 1977 maakt de 305 zijn opwachting, om de lacune in het Peugeot gamma op te vullen. Dat was na het verdwijnen van de 404 ontstaan. De 304 heeft verkooptechnisch last van de 305, die door velen als de 304-opvolger wordt beschouwd.

Op naar het einde

Het neemt niet weg dat Peugeot de 304 nog één keer onder handen neemt. De voorwielophanging wordt gemodificeerd, en alle versies krijgen nu (dekselloze) stalen velgen met een negental koelgaten en zwarte naaf doppen. Hierna wordt de 304 langzaam uit gefaseerd. De SLS blaast in 1978 als eerste een kaarsje uit. De overige berlines houden het vol tot en met maart 1979. De Break en de Fourgonette halen de jaren tachtig. In zijn laatste productiejaar zijn zij- naast de bestaande motoren – ook nog uit te rusten met de 1.565 cc dieselkrachtbron. In mei 1980 rolt de laatste 304 van de band. Hij werd in totaal (de Berline nam het leeuwendeel voor zijn rekening) 1.178.423 keer gebouwd, en mag daarmee een gouden greep worden genoemd.

 

 

4 Comments

  1. Onno Boerwinkel

    1 juni, 2019 at 22:01

    mijn vader, huisarts, had eerst een 204. Met vrouw en 4 kinderen gingen wij daarmee op vakantie naar italie, en in Frankrijk was, door de zware belading, de radiator heet gelopen, iets wat in mijn herinnering met alle Peugeots die hij had, een terugkerend euvel bleek. Na de 204, en het 5e kind wat er kwam, verscheen er een 304 ten tonele, en daarmee was de liefde voor Franse auto’s bekoeld. Roest en weinig meerwaarde naast de voorganger, de 204. Maar ze zaten subliem en de voorwielaandrijving roemde mijn vader in de wintermaanden, als hij visites moest rijden, of voor bevallingen de barre winterkou in moest….

  2. Jan Alting

    1 juni, 2019 at 14:39

    De 305 was wel degelijk de opvolger van de 304 , de met zwarte naafdoppen omschreven 304 had het onderstel van de 305 om uit te proberen . ik had destijds net mijn rijbewijs , of eigenlijk net niet in 1978 , en in de showroom stond de laatste 304 SLS , ik zou die kopen met personeelskorting . Door het niet tijdig slagen ging de auto naar een ander en werd mijn eerste , omdat ik de 305 niet mooi vond , een tweedehands 504 . in het verhaal van de heer v Dijk herken ik de 304 diesel niet . De v.snaar liep inderdaad via een geleider en spanrol om een hoekje ,maar dat was uit ruimte winst gedaan , de V snaar ging er niet langer of korter door mee . en dat de motor traag was is waar , was een Mercedes 200 d ook ,maar dat de motor na 30000 km op zou zijn is onzin , het waren juist probleemloze motoren , op de voorgloeispiraal in het dashboard na , die brandde regelmatig door .

  3. Nanno

    1 juni, 2019 at 07:52

    ik heb destijds enkele 304’s gehad. Ze reden heerlijk, vooral met stuurschakeling. De vloerschakeling stond wel stoer, maar schakelde voor een Peugeot ronduit beroerd. Dieptepunt was op een ingewikkeld kruispunt in Rotterdam een geheel loskomende versnellingspook, zodat schakelen onmogelijk was geworden.
    Verder hadden ze gigantische roestproblemen, maar dat hadden zoveel auto’s in die tijd. Ik vind het nu een leuke klassieker.

  4. Ad van Dijk

    1 juni, 2019 at 00:10

    De 304 met benzinemotor mag dan goed hebben voldaan, maar mijn vader kreeg in 1977 de 304 in dieseluitvoering. Mijn vader was altijd gek met “zijn auto’s” (van de zaak), maar op deze auto heeft hij menig keer, op zijn zachts uitgedrukt, behoorlijke kritiek gehad. Terecht ook, traag en lawaaiig en onmogelijke constructies, zoals accu onderin het motorcompartiment en een ventilatorriem die een kwart slag gedraaid was. Hoewel de auto het 3 jaar en 120.000 kilometer met dezelfde (!) motor heeft volgehouden, werd toch geadviseerd de auto te vervangen, hetgeen ook gebeurde met een ander merk en niet meer een diesel! Tijdens de ANWB keuring werd gevraagd of de motor ooit al eens was vervangen. Ervaringen met het keuren van dit type diesel leerde dat sommige 204 en 304 diesels al met 30.000 (!) kilometers alle lagers kapot hadden! Mijn vader en ik waren daardoor al helemaal klaar met diesels en het heeft bij mij dan ook lang geduurd voordat een diesel bij personenauto’s mij kon overtuigen, zolang er geen Volkswagen of Mercedes op stond. Vreemd toch, terwijl de 504 in dieseluitvoering wel goed voldeedW!

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

X
X