Bijzonder

Motorrijders: De broederschap

By  | 

Motorrijders zwaaien naar elkaar. Ze zijn geboden door hun drang naar vrijheid en kameraadschap. Dus ligt het enorm voor de hand dat een Moto Guzzi Nuevo Falcone en een IMZ 8.103 (zeg maar ‘een Ural’ ) vanuit het Gelderse vertrekken naar Cadzand Bad.

Kronkelwegen

Via de TomToms ‘kronkelwegen programmering’ is dat een rit van zo’n 300 kilometer. En dat we daar op de heenweg 12 uur over deden en dat de terugweg in maar 11 reisuren werd afgeraffeld? Dat kwam omdat de reissnelheid op de secundaire en tertiaire wegen zo omstreeks de 65-70 km/u schommelde. En dan waren er natuurlijk nog de diverse koffie, lunch en tankstops.

Aan de voorzichtig ingeschatte kant zaten er ook nog wat sleutelstops in de rit. De Moto Guzzi hield zich vlekkeloos. Maar voor de Ural was het de eerste lange rit na zij wedergeboorte. En het ding werd erg heet. En hij pingelde als een gek. Dus werd de ontsteking zo op het gevoel wat later gezet. Maar de boxer bleef erg heet worden. Ook nadat de ontsteking nog later was gezet. De carterontluchting van de Ural was al eerder omgebouwd naar ‘vrij uitademen’ op de klassiek Britse manier: vanaf de carter ontluchting liep de ontluchtingsslang nu naar het achterspatbord. En de piloot van de achter rijdende Moto Guzzi ( want het is een goede gewoonte dat de traagste motor voor rijdt) meldde dat er bij de Ural meer oliedamp uit de carterontluchting kwam dan rook uit de uitlaat.

De oorzaak zat dieper

De simpele ontstekingstelklus had dus wel een beetje verbetering gebracht. Maar het probleem lag dieper: er was blijkbaar sprake van een vrij massieve ‘blow by’ vanuit de verbrandingsruimtes via de zuigers naar het carter. En daar doe je onderweg even niet zo veel bij behalve dat je bedenkt dat het niet de eerste keer zal zijn dat een vers stel gemonteerde Russische zuigerveren het na een paar honderd kilometer al voor gezien houden.  Alleen was de pakkingset en waren de reserve zuigerveren in dit geval thuis blijven liggen. Het werd toen gewoon een zaak van rijden totdat het motorblok begon te roken en dan een pauze van twee sigaren lang in te lassen. Als de afkoelstop in de buurt van een slootje of zo was dan vermaakten we ons door natte poetsdoeken op de cilinders te leggen. Dat gaf hetzelfde geluid als gebakken eieren in de pan. Dat er tussen de oververhittingsproblemen wat elektrische dingetjes opgelost moesten worden, dat was geen probleem.

Het was erg mooi weer

Het was gewoon heet. En onderweg kwamen we veel andere motorrijders – op moderne motoren – tegen. Behalve de BMW en Harley rijders groetten die ons allemaal vriendelijk. Tijdens de afkoelperiodes waarbij passerende motorrijders duidelijk konden zien dat één van hun broeders problemen had… Stopte er geen enkele motorrijder om eens te vragen wat er aan de hand was. Dat gaf ons te denken over de naar elkaar zwaaiende broederschap. Op de terugweg hadden we wat lege flessen en dozen her gebruikt om als koelwaterdrager te functioneren. Dat was een goed plan.

Het goede nieuws

Het goede nieuws was dat er toch wel gestopt werd om te vragen of er hulp nodig was. Er was een vriendelijke automobilist die een paar zekeringen aan kon bieden en die vertelde dat hij van zijn vrouw niet meer mocht motorrijden. Er was een vriendelijk koppel in een auto dat meldde dat ze thuis ook een motor hadden en dat ze altijd wel stopten bij motorrijders met pech en er was een Moto Guzi LeMans piloot met kind achter op die ook vroeg of er hulp nodig was. Dat werd gewaardeerd. Maar er was geen hulp nodig. Drie dagen Zeeland, 635 kilometers over de leukste binnendoor wegen was een enorm leuk geval van ’samen uit, samen thuis’. En dat de rit nu eenmaal wat langer duurde? Ach, dat maakte de reis alleen maar leuker.

Maar als wij een motorrijder met pech zien? Dan stoppen we toch weer. Omdat al dat gezwaai anders toch wel erg leeg wordt.

Dolf Peeters, huurwoordenaar, automotive journalist, lid van de Heeren van Arnhem

2 Comments

  1. MarkS90

    20 mei, 2018 at 22:41

    Motorrijders die zwaaien naar elkaar? Die zijn er helaas nog maar weinig.

  2. Fokke

    15 mei, 2018 at 20:56

    Ga asteblieft de oude hulpvraag weer introduceren: Bind een witte doek of zakdoek aan je stuur. Werkte vroeger subliem, maar ja toen had men elkaar ook meer nodig.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

X
X