in

Modern times, ouwe mannenpraat

Of onze hobby over 25 jaar nog nieuwe aanwas kent? Geen flauw idee. Maar ik vrees het ergste. Ik heb de persmappen van 2021 gehad en de eerste complete tests gelezen. Motorrijden anno nu gaat blijkbaar voor 80% over electronica, hulpsystemen, connectiviteit en communicatie. En over het feit dat je onder de 100 pk toch wat minnetjes gemotoriseerd bent. Want je leest dan mild verbaasd: ‘Ondanks het feit dat deze motor slechts 105 pk heeft, heb je nooit het gevoel dat je vermogen tekort komt’.


Grenzen verschuiven

Ooit werd de 44 pk sterke Honda CB450 ‘Black Bomber’ in het weekblad Motor omschreven als een hoog vermogende motorfiets die feitelijk tot zijn recht komt onder een ervaren motorrijder met circuitervaring.

Vijftig pk als aanvaardbaar maximum

Bij BMW werd de 50 pk van de nieuwe R75/5 duidelijk verklaard: Onderzoek had uitgewezen dat een vermogen van meer dan 50 pk op de openbare weg alleen maar gevaarlijk kon zijn. Dat ze daar bij Honda met de CB 750 F al anders over dachten? Dat is geschiedenis. BMW heeft de huiseigen onderzoeken blijkbaar nog eens overgedaan intussen.

With a little help from my friends

Van alle hulpsystemen (zes assige bochten ABS, hyper instelbare veersystemen, viervoudige rij-modi, launch control, quickshifters, WiFi, Blue Tooth, GPS etc. etc. geloof ik als motorrijdend fossiel alleen uitbundig in een ABS. En een GPS is handig. Maar als ik lees dat instelbare vering na wat proberen het best bleek te functioneren met de ingaande demping op nummer 5 van de 20 instelbare klikken en de uitgaande demping het het best deed op de 3e van de 19 klikken? En dat was alleen de voorvork nog maar. Dan lijkt alles me opeens heel relatief. Zelfs de snelschakelsystemen waardoor je niet meer hoeft te ontkoppelen. Hoewel dat misschien wel weer een koppelingskabel scheelt. Kabels kunnen breken. En op elektronica kun je vertrouwen. Toch?

Beter dan de berijders

Natuurlijk zijn moderne motorfietsen zo goed en perfect dat ze meer kunnen dan hun berijders. Die daarom soms met wel meer dan tien elektronische regelneefjes tegen zichzelf beschermd moeten worden. Een oldskool motorrijder mompelde toen hij al die high tech veiligheidsspecificaties las al “Waarom leren die lui niet gewoon motorrijden?“ Wat natuurlijk wel fantastisch is dat er nu motorfietsen zijn die na aankoop pas na meer dan 15.000 kilometer (een merk zelfs 60.000 km) voor een grote beurt naar de dealer moeten. En zelf sleutelen is er niet meer bij.

Motorrijden van nu is grotendeels de mix van wat je krijgt als je marketeers en techneuten in een hok opsluit. Maar het zal de vooruitgang wel zijn. Onlangs reed ik op en 2021 machine en de enige emotie die ik voelde was een milde weerzin ten opzichte van het uiterlijk.

Laten we onze passie dus maar koesteren

Laten we dus onze klassiekers koesteren en zelf de verantwoordelijkheid over het rijden houden. Want op een motor die met radar bepaalt of ik wel ver genoeg achter mijn voorganger zit? Daar zit ik niet op te wachten. Mijn rijvaardigheid en mijn klassieke motoren kennen hun grenzen. Maar door ervaring weten mijn twee (en drie-) wielers en ik waar die grenzen liggen. Daarbij zijn we niet aan de hand geleid door elektronica, maar hebben we het op de ouderwetse manier geleerd: Als we de zaken verkeerd inschatten, dan gingen we op onze plaat. En als je maar genoeg van die leermomenten overleefd hebt, dan ben je nu een ervaren motorrijder.

Alles is relatief

Om niet mopperend op het heden te eindigen: Een poosje geleden alweer reed een motorrijdende kennis een stuk op mijn toenmalige daily driver, een Moto Guzzi Cali II. Toen we weer van motor wisselden keek hij verbijsterd naar de dikke Italiaan die tevreden op zijn jiffy leunde: “Dat je op zo’n ding durft te rijden!” Zijn Yamaha MT-07 reed inderdaad heel anders…

Maar misschien ben ik gewoon een ouwe zak en moet ik vermanend toegesproken worden… Schiet mij maar lek!

Herkenbaar als motorfiets

Hyperbike evolutie. Kawasaki’s toppers van toen en nu

 

Written by Dolf Peeters

Dolf Peeters, automotive journalist, tekstschrijver, vertaler, lid van de Heeren van Arnhem

14 Reacties

Geef een reactie
  1. Maar oude zure mannen, kijk ook naar wat het kan brengen hé?!
    Ik durf te wedden dat jullie allemaal een koffiezetapparaat of zelfs een geval voor pads/cups hebben en niet meer met de hand het hete water uit de fluitketel op een filtertje gieten. De telefoon is bij iedereen zonder krullend snoer, de tandenborstel en schroefmachine zijn oplaadbaar. De TV veel breeeder geworden maar geen kubieke meter qua inhoud en de computer (of mobiel) waarop iedereen dit leest past opeens op je schoot dan wel je hand!
    Zo rij ik motoren met +150pk omdat het zooo lekker is om dan het gas open te gooien, die versnelling geeft gewoon elke dag weer een kick waardoor je blijft glimlachen. Inderdaad bij ruim boven de 100 weer gas los en rustig doortuffen. De aanwezigheid van tractie control is er dan weer voor om dit ook bij minder stabiele ondergrond dit te kunnen doen zonder verder al te veel over na te denken.
    Hetzelfde geldt voor cruise control, zet de motor op de juiste snelheid en heerlijk om je heen kijken, zonder constant op je snelheidsmeter te hoeven kijken.
    Of de DCT automaat die op mijn motor zit, wat een geniaal stukje techniek, en begin niet met gezever over de charme van het schakelen. Je moet namelijk wel mee-schakelen alleen doe je dat met flippers op je stuur, even wennen maar dan wil je niet anders meer, net als die koffiemachine, platte tv, draadloze apparaten etc.

    In de garage overigens ook nog een 40pk sterk 1 cilinder carburateur motortje voor de hobby, ik gebruik hem soms 1x per jaar.

  2. De enige vooruitgang die ik kan waarderen is de verhoging van het thermische rendement (verder komen op een liter peut) maar voor de rest alles zo veel mogelijk “analoog”. Ik vind het elke keer een prestatie dat, als ik ga tanken met mijn XJ650J uit 1982, ik omgerekend 1:20 – 1:21 eruit weet te peuteren, best knap voor een luchtgekoelde 4 in lijn, 8 kleppen, carbs, cardan en verder geen enkele stroomlijn. Hoeveel zou een vergelijkbaar motorblok wat vergelijkbare prestaties moet leveren maar dan moderenen, uiteindelijk gaan verbruiken? Ik vermoed dat ik dan niet na 180 maar pas na 315 de benzinekraan naar reserve moet zetten.

  3. Altijd 2e hands motoren gehad. Een Honda CB750F2 (met de Comstar wielen)was ooit, na een Suzuki waterbuffel (fantastisch zo’n GT750 3 cilinder 2-takt) in bruikleen, m’n eerste eigen motor en daarop naar o.a. de Noordkaap gereden. Na een Suzuki GSX1100R (na 4 jaar gestolen), overgestapt op 2 cilinders en met een Suzuki TL1000S weer boven de poolcirkel geweest. Nog weer later met m’n Aprilia RSV 1000R weer de Noordkaap bezocht (vriendin mee op haar Suzuki GSF600) en dat leidde tot veel verbazing en bewondering (lachen) bij diverse Scandinaviërs: die wilden graag zo’n sportfiets maar durfden dat vanwege het fameuze “Italiaanse karakter” bij hun niet aan. Je zag daar bijkans ook alleen maar de semi offroads van voornamelijk BMW en vrijwel nooit een sportfiets. De Honda sleutelde ik onderweg een paar maal de carbs af omdat de vlotters bleven hangen en de benzine er dan uitliep tijdens het rijden. De TL eigenlijk niets aparts mee gehad en de Aprilia zeg maar elke 2500km de koppeling ontluchten, o.a. bij Rovanimi 🙂 Een werkende achterrem vereist ook creatief sleutelen: curieuze constructies tegen het blok, dus heet.
    Inderdaad kwam er steeds meer electronica aan boord, maar gelukkig is er het nodige zelf aan te doen (zelfs de Aprilia is nu alweer “oud”) en van te genieten, al heeft het simpeler gebeuren op dat gebied ook mijn voorkeur voor zowel motoren als auto’s. Wel genoot ik bij mijn motoren enorm van de echt wel grote vooruitgang qua stevigheid chassis, afname gewicht, toename vermogen, etc….

    • Degelijk verhaal. En de techniek is enorm verbeterd. Ik las over een nieuwe motor waarbij de klappencontrole om de 24D km was. Maar voor mij geldt de vraag hoeveel beter dan goed iets moet iets zijn? Niets is immers saaierdan pefectie?

  4. Als je tegenwoordig een nieuwe motorfiets koopt is de handleiding een telefoonboek dik (ook nog zo iets dat verdwenen is) en heb je dagen nodig om alles onder de knie te krijgen, wat toch nooit lukt. Als ik met de motor rijd, is mijn rechterpols mijn boordcomputer en rijdt de motor niet met mij, maar andersom. Op een klassieker kan je nog echt genieten.

  5. Die PK wedren (auto’s Duits, motoren Japans) is terugblikkend natuurlijk idioot. Zowel in de motorwereld als in de autowereld is het uit de praktijk van alledag. Overal geldt overdag max 100 km/U. Als je die bereikt in 3 seconden is de geluksspiraal wel erg kortdurend.
    Vergelijk: met mijn Ami8 (30PK) geniet ik ruim meer dan 25 seconden 😉 En meer comfort: Reisen statt rasen.

  6. Een monteur is tegenwoordig ook gewoon een ICT-er; laptop via de connector onder het zadel aansluiten op de boordunit van het viertuig, uitlezen wat de vaudcodes zijn, resetten wat je kunt en dan net zolang het lijstje afwerken en onderdelen vervangen totdat je beeldscherm alleen nog maar groene vinkjes laat zien…

    ..zucht..

    Terwijl een monteur luistert, voelt, draait en tweekt totdat het gevaarte op redelijk niveau trilt ipv onregelmatig ploft en danst..

    Waar blijft de tijd..?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

‘Busje komt zo’. De VW-busjes

Citroën HY

Citroën HY. Tijdloze waarde